C169 v1.20
C. 169, pp. 30-50.¶
Woensdag den {17850713} 13 Julij 1785
alle praesent, behalven den Coopman en Secretaris d’E: Oloff Marthini Bergh
Geliefde den Heer Gouverneur ter Vergadering open te leggen de omstandigheeden en den zwakken toestand waarin den Coopman meede Lidt en Secretaris deezes Raads d E Oloff Marthini Bergh, al eenen geruijmen tijd zig had bevonden en dat deeze verstandige en doorkundigen Minister zig in den dienst der E: Maatschappij door eenen onvermoeiden en onophoudelijken arbeid vooral in zulk eenen zwaarwigtigen en moeijlijken Post, zig voor de natuurlijken tijd als afgesleeten hebbende het na ‘t inzien van Sijn Edele onvermijdelijk en thans hoog noodzakelijk was omme hoe eer zoo beeter aan deezen bij Sijn Edele zeer geachte Minister eene bequame en getrouwe hulpe toe te voegen: Dat Sijn Edele hierop al eenige tijd bedagt geweest zijnde egter het bezef der aangeleegendheijd van dat Ampt, als tot het welke meer dan gemeene kundigheijd, bequaamheijd en arbeidzaamheijd wierden vereischt, Syn Edele zeer omzigtig in ‘t doen eener keuse zeer deficiel gemaakt had; waar door de voordragt desweegens aan deezen Vergadering tot nu toe was komen te rug te blijven, dan dat zeedert Sijn Edele aan ‘t hoofd deezes Gouvernements was gesteld, de dagelijxe gemeene Verkeeringe en de behandelingen van zaken geleegendheid verschaft hebbende om eenig byzondere kennisse aan deeze en geene der E Comp:s Amptenaren te verkrijgen, Syn Edele zig flatteerde onder dezelven te hebben aangetroffen Een Man wiens Caracter, kundigheid en betoonden ongemeenen Yver voor S Comp:s belangen in ‘t waarneemen van d’ onderscheidene Posten aan hem toevertrouwd alle hoop en verwagting gaf, om aan voorm: Heer Bergh in d’ Exercitie van Sijnen Importanten dienst tot hulpe te kunnen Strekken en teevens in der tijd met een gegrond vooruitzicht van Succes, dien Post tot volkomen genoegen van deezen Rade te bekleeden: Hoedanig Sijn Edele quam voor te dragen en aan te prijzen, den Ondercoopman en Pakhuijsmeester Oloff Godlieb de Wet, om provisioneel tot hulpe van genoemde E: Bergh, ter consideratie van Sijnen Agt en Veertig Jarigen dienst bij d’ E Comp: in den dienst als Secretaris bij deezen Rade te fungeeren, ten einde in der tijd dat Ampt door denzelven E Bergh Verlaten werdende of anderzints komende open te vallen hetzelve Effective te bekleeden met verdere propositie om genoemde de Wet teevens aan te Stellen tot Lid in deezer Rade, ende Zulx met een adviseerende Stem, omme wanneer d’ omstandigheeden Zulx Zullen komen te vereisschen, door hem Heere Gouverneur in eene concludeerende Stem te werden geconverteerd, onder expresse reserve, om wanneer in de gestelde gevallen het Ampt van Secretaris bij ged de Wet effective zal werden g’occupeerd, als dan, of in der tijd, ten opzigte der thans nog compleetelijk aan den E Bergh verblyvende Inkomsten van het Vendumeesterschap zodanige nadere Schikkingen te beramen, als men tot weederzijds genoegen en ten meeste nùtte der E Comp:ie zal vinden te behoren met welke propositie van den heere Gouverneur de Leeden dezes Raads zig volkomen geconformeerd hebbende is d’ aanstellinge van denzelven de Wet dien overeenkomstig geschied.
Voorts is al meede op voordragte van den Heere Gouverneur in aanmerking van de trouwe en Vigilantie die den ondercoopman en Posthouder in Baaij Fals Christoffel Brandt, en den meede ondercoopman en eerste gezworen Clercq ter Politicque Secretarije Johannes Marthinus Horak, in deeze hunne resp:ve Ampten allezints ten genoegen hebben betoond goedgevonden beide dezelve aan te Stellen als Leeden in den Raad van Justitie maar nadien den eersten uit hoofde van Syn geduurige præsentie in Baaij Fals , en den tweeden voor zo lange in hoedanigheijd van Secretaris bij het Collegie van Commissarissen van Civiele en huwelijks Zaken is fungeerende met gevoeglijkheijd geen Sessie bij denzelven Rade van Justitie hebben kunnen; zullen beide dezelve van ‘t bijwonen der Vergadering voor zo lange die Posten komen te bekleeden, weezen g’ excuseerd, dog gehouden weezen tot alle Justitieele Commissiën te vaceeren: Terwijl derzelver Rang en ancienniteit in allen gevalle als die van actuele Leeden zullen moeten werden aangemerkt, uit hoofde van welke aanstelling met betrekking tot gem: Horak desselfs zitting bij het voorsz: Collegie van Commissarissen voortaan zal weezen onmiddelijk na den Vice præsis.
Vervolgens ter deezer geleegendheid in consideratie genomen weezende dat den ondercoopman en Secretaris van ‘t Collegie van Weesmeesteren, Tobias Christiaan Rönnenkamp reeds lange voor ‘t aanvaarden dier bedieninge differente malen Sessie in ‘t ged: Collegie gehad, en denzelven daaren boven ook een reeks van Jaren in den Raad van Justitie als Lidt heeeft gefungeerd; is dierhalven zo hierom als ook uit aanmerkinge Sijner langjarige dienste aan d E Comp:ie beweezen hem betreffende dog zonder gevolg voort toekomende goed gedagt en mitsdien besloten, dat voorn: Rönnenkamp voortaan in de by weesmeesteren gehouden werdende vergaderinge insgelijx direct op den Vice Præses zitting hebben en behouden zal, en zo meede dat denzelven bij alle de Verrigtene Commissiën Sijn rang steeds dien over eenkomstig genietende, de functie als dan gelijk bevorens, als Secretaris zal hebben te presteeren.
En is nog op gedaan Verzoek van den ondercoopman en Winkelier Barend Hendrik van Rheede van Oudshoorn, desselfs demissie uit den dienst der E Comp:ie g’ accordeerd; ten eijnde in ‘t begin des aanstande Jaars behoudens qualiteit en gagie van hier te repatrieeren in wiens plaatze weederom als Winkelier met de Qualiteit van Boekhouder onder verhoging van gagie a ƒ30 p:r Maand en de rang van ondercoopman, is aangesteld den ter politicque Secretarije dienstdoende adsistend Egbertus Bergh.
Daarna wierd door den Heere gouw: in rade te verstaan gegeeven, dat aan Sijn Edele voorgekomen zijnde, eenige klagten over ‘t gedrag ende handelwijze van den op ‘t Baaij Fals geankerd leggend Schip ‘Tbeschydenen Capitain Hendrik Swart, met betrekking van ‘t Scheepsvolk, waaromtrend een tijdig en volleedig onderzoek, door de ziekte en het daarop gevolgd overlijden van den Heer Independent Fiscaal Serrurier, was verhinderd geworden, vervolgens egter door den pro Interim Fiscaal Gabriël Exter aan Syn Edele waren ter hand gesteld diverse gerecolleerde en beëedigde Stukken; uit dewelke quam te blijken dat de manier van Straffen, die gem: Capitain Swart bij differente geleegendheeden op de Rhijze herwaards had geoefend, zo zeer aanliep teegen de order, door de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren omtrend het Straffen aan Boord van ‘S Comp:s Bodems geEmaneerd, als dat dezelve Strekte om d’ uitterste klijnmoedigheijd of weerbarstigheijd onder ‘t gemeene Volk te verwekken, door welk laatste zeer dangereuse gevolgen konden ontstaan: behalven dat ook na den teneur dier Stukken den mattroos Marten AxeL als eene der geene die zulk eene woeste afstraffing op eene uit Sporige wijze had ondergaan, wijnige dagen daaraan was komen t’ overlijden:
dat hoe zeer ook een zodanig gedrag van dien Scheeps Cap:n quam te meriteeren en wel vereischte, dat teegens denselven door het officie Fiscaal op eene formeele wijze de behoorlijke procedures tot terminatie dier zaken wierden g’Entameerd, Sijn Edele egter hadde geconsidereerd dat daar door het voorm: Schip ‘Tnog eenen geruijmen tijd alhier zoude dienen te werden aangehouden en dierhalven gemeend had dezelve provisioneele Informatiën ter deeser Vergadering in overweeging te moeten brengen, ten eijnde omtrend die Zaak mogte werden gedisponeerd op zodanige wijze als de belangen der Maatschappij kwamen te vorderen: Terwijl Sijn Edele nog daar bij voegde het geen betreffende de gem: zaak en het over ‘t algemeen binnens boords gehouden gedrag van den meer geciteerden Capitain Swart als tot nadere Corroboratie van de voorsz: Stukken door den op hetzelve Schip bescheijdenen ondercoopman Idekinge en Landmeeter J: G: J: van Hasselt, Schrijftelijk gedeclareerd geworden was: alle welke Stukken bij de Leeden met aandagt ingezien, en de zaak rijpelijk overwogen zijnde heeft men tot verhoeding van al het geene uit Zulk eene willekeurig met de goede ordre Strijdend, en Strafwaardig gedrag van meerm: Cap:n op de verdere rijze zoude kunnen resulteeren, ten meesten dienste der E Comp:ie best geoordeelt en dienvolgens moeten besluijten denzelven Cap:n Hend:k Swart van voorsz: Bodem ‘Tte Verplaatzen op het mede in baaij Fals aanweezend Schip de Paarl om egter buyten dienst daar mede naar Batavia over te varen, en desselfs Commando op ‘t eerstgem: Schip te doen vervullen door den Cap:n Lieut: en Gezaghebber van ‘tChristiaan Stuur, als voor een bequaam en ervaren Zee Officier bekend Zijnde; aan denwelken dan ook voorsz: Kiel met desselfs aanhoren na d’ ordre der E Comp:ie door Expresse Gecommitteerdens zal werden overgegeeven: En zullen de bij den pro Interim Fiscaal leggende Stukken neevens de Schriftelijke declaratoiren van den ondercoopman en Landmeeter in Originali per demitsg: Copieelijk met dikwerfgem: bodem ‘T, aan haar wel Edele Groot Agtb: de Heeren der hoge Indiasche Regeering tot Batavia werden overgezonden.
Nog is door den heere Gouverneur aan de Vergadering gecommuniceerd dat by haar Edele Hoog Agtb: de Heeren Majores in ‘t Patria in dato 3:de Maij des gepasseerden Jaars 1784 onder anderen op het navolgende poinct resolutie was genomen, Namentlijk
dat te meermalen gebleeken was, het gebrek dat men in Indiën had aan Leeden in ‘t werk van de Genie behoorlijk ervaren.
dat een gelijk en mogelijk nog groter gebrek aldaar plaats had, omtrend het Arthillerie weezen, en dat d’ ondervinding toonde hoe moeielijk het was in die gebreeken te voorsien, wanneer de Lieden voor dat Genie en Arthillerie direct uit Europa moesten gezonden worden
Dat omtrend het voorsz: poinct beeter zoude werden voldaan, wanneer aan de Caab Schikkingen gemaakt wierden om Successive eenige Luijden in de Vereischte weetenschappen onder de directie van den Directeur der Fortificatiën en Chef der Arthillerie, Gilquin, het nodig onderwijs te doen erlangen en dezelve voorts tot het werk der Genie en Arthillerie aan te brengen om in d’ Indiën te kunnen werden g’ Emploijeerd:
dat al verder ten dien opzichte goedgevonden was, hem heere Gouverneur bij voorsz: Resolutie te gelasten, om alhier aan de Caab de Goede Hoop g’ arriveerd Zijnde, na te gaan en t’ overweegen welke Schikking aldaar zoude behoren te werden gemaakt, ter bereiking van het oogmerk der welgem: Vergadering in deese en hoogst dezelve daaromtrend te dienen van advijs:
dat hij Heere Gouverneur, om aan het voorsz: hoog gerespecteerd bevel en heilzaam Oogmerk ten deezen te voldoen, dadelijk na Syn Edele aankomst alhier omtrend hetzelve poinct met den Directeur der Fortificatiën Gilquin gesproken en met denzelven overleg had gemaakt tot een ontwerp of plan waardoor na het inzien van Sijn Edele en gezegde Directeur Gilquin, best aan het goedvinden van welgem: onze Heeren Meesteren zoude kunnen werden voldaan, zo als zij dan d’ Eer zouden hebben dat plan zo dra mogelijk aan hoogst desselve over te leggen:
Dat Sijn Edele het voorsz: geresolveerd van hoogst gedagte Vergadering insgelijx aan ‘t Hoofd der Militie deezes Gouvernements de Heer Collonel Gordon gecommuniceerd, en Syne gedagten daaromtrend ingenomen hebbende, vermeinde om provisioneel een grondslag tot het voorsz: Plan te leggen, aan deeze Vergadering te moeten voordragen om door dien er bij de Nationale Troupes van d’ E Comp:ie hier ter plaatze thans geen voet was, om Jonge Lieden van goeden Huijze tot de eerste principes van den militairen dienst op te leiden en aan te kweeken, of den Raad niet zoude kunnen goedvinden een besluit te neemen om zo wel bij het Corps van den voorsz: Colonel Gordon, boven het gefixeerd getal van Manschappen van hetzelve, Twee a drie Cadets per Comp:ie en bij het Corps arthillerie provisioneel in het geheel Vier a Ses Cadets, wanneer zig daartoe geleegendheijd zoude voordoen in den dienst der E Comp:ie te doen engageeren dog dewijl het onmogelijk zoude weezen dat dezelve uit de Soldije van den Soldaat, en ook om aan het hier voren gemelde oogmerk te kunnen voldoen, een ordentelijke bestaan konden vinden, hij Heere Gouverneur dan ook kwam voor te Slaan, om de Soldije van gezegde Cadets op 20 gulden per Maand te bepalen:
Dat gemerkt men zeeker verwagten konde onder die Jonge Lieden te zullen aantreffen, eenige die om tot den dienst der Arthillerie en Genie te mogen werden opgeleid, verzoek doen Zullen, deze Schikking dus daartoe een pepiniere opleeveren Zoude om aan het bovengem: oogmerk van haar Edele hoog Agtb: des te beeter te kunnen voldoen, ten eijnde niet alleen bekwame officieren voor beide de meergem: krijgskundige Weetenschappen maar daar het onderwijs dat aan alle deeze zoude behoren te werden gegeeven, daaruit ook zeer bequame officieren bij de Infanterie voor ‘S Comp: dienst bekomen werden zoude
Waarop neevens al het gezegde in overweeging genomen zijnde, aan de eene kant de noodzakelijkheijd om eene behoorlijke Emulatie onder de Officieren te verwekken, en aan de andere Zijde, dat een zodanig getal Cadets by de aangehaalde departementen in het vervolg zoude ontruijmen de omstandigheijd, waarin men anderzints heeft geverseerd om in het benoemen van officieren, zig tot de onder officieren te bepalen, is dierhalven goedgevonden het geproponeerde getal Cadets in diervogen als daar neevens is gezegd, bij eerst voorkomende geleegendheeden aan te Stellen en dezelve Jonge Lieden in de Militaire weetenschappen op te leiden tot het formeeren van bekwame Subjecten
En nadien den gewonen tijd der Verpagting van ‘S Lands gemeene middelen en Inkomsten dezes Gouvernements komt aan te naderen is dierhalven verstaan zulx onder ultimo der aanstande Maand Augustus weederom te laten geschieden onder zodanige veranderingen der Conditiën ten opzigte van zommige dier Verpagtingen, als nader Staan te werden bepaald, en ten dien eijnde naar gewoonte de Billietten te affigeeren.
Zijnde wijders aan den met het Schip ‘Tuijtgekomene Landmeeter Jacob Gerard Johan van Casselt op desselfs verzoek permissie verleend, om mits indispositie met stilstand van gagie eenige tijd hier te mogen verblijven
Terwijl laatstelijk op ‘t desweegens bij request gedaan verzoek door den Ritmeester by de Swellendamse Land Militie Esaias Meijer om de reedenen bij ‘t zelve request voorgesteld, is verstaan, gem: Meijer van desselfs functie als ritm: t’ ontslaan
Aldùs Geresolveerd ende G’arresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten dage en Jare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 51-77.¶
Maandag den {17850718} 18 Julij 1785
alle præsent behalvan d E Oloff Marthini Bergh door indispositie
Wierd door den Heer Gouverneur aan de vergaderinge te kennen gegeeven, dat Sijn Edele den Equipagiemeester Justinus van Gennep, en en den Posthouder in baaij fals Christoffel Brandt, gecommitteerd hebbende om ingevolge het Raads besluit ter laatsten Sessie overeenkomstig de ordre der E Comp:ie den bodem ‘T Zeepaard met dies ap en dependentie aan den Gezaghebber Christiaan Stuur over te geeven, en den Capitain van dien bodem Hendrik Swart op het Schip de PaarL te doen overgaan ten einde daar meede buiten den dienst na Batavia over te varen, van dezelve Gecommitteerdens dien aangaande was ingekomen het volgend’ Schriftelijk Rapport.
Aan den wel Edelen Gestr: Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &:a &:a &:a
‘Wel Edele Gestr: Heer!’
‘Het heeft uwe Wel Edele Gestr: behaagd, bij eene Schriftelijke Commissie de dato 15 deezer lopende Maand Julij de ondergeteek:de Capitain ter Zee en Equipagiemeester deezes Gouvernements, Justinus van Gennep, en den ondercoopman en Posthouder in de Baaij Fals , Christoffel Brand, te committeeren en te gelasten; nadien op de ingekomene klagten en bezwaarnissen over ‘t gedrag en de handelwijze van den op het thans hier inde Baaij Fals g’ankerd leggend uitkomend Schip ‘T Zeepaard beschijden Cap:n ter Zee, Hendrik Swart en tot voorkoming van alle gevreesde onheilen en disordres op dien Bodem in Politicque Vergadering hadde moeten werden besloten, denzelven Cap:n Swart te verplaatzen, op het meede aanweezend uitkomend Schip de Paarl om met hetzelve, buiten dienst en Commando, naar Batavia over te varen, en het Commando op het meerm: Schip ‘T Zeepaard intusschen weederom op te dragen aan den Capitijn Lieut: en præsenten Gezaghebber op het Schip ‘T Huys te Spijk , Christiaan Stuur, d’ ondergeteek:s derhalven volgens d’ ordre der E Comp:ie aan evengemelde Gezaghebber Stuur zouden hebben over te geeven het voorm: Schip ‘T Zeepaard met dies inlading, Contanten, Equipagie goederen, Victualiën, en wat dies meer zij, zodanig als het een en ander heeft gestaan ter Verantwoording van meerm: Cap:n Swart: Terwijl denzelven Cap:n Swart door Uwe Wel Edele Gestr: bij die zelfde Commissie uitdruckkelijk is gelast geworden om ingevolge dat besluit zig te begeeven aan Boord van ‘t meerm: aan Boord van ‘t meerm: Schip de Paarl, omme daar meede So als hetzelve besluit dicteerd, buiten dienst na Batavia te Vertrekken.’
‘d’ ondergeteek:s derhalven in pligtschuldige opvolginge deezer Uwe Wel Edele Gestr: g’ Eerde ordre den hiervoren gem: Cap:n Swart op den 16:e deezer aan Land hebbende doen komen, is aan denzelven open gelegd, den inhoude der voorsz: Commissie en gegeeven lecture daarvan, met aanzegging dat, nadien d’ ordre daar inne vervat daags daaraan stond te werden g’Executeerd, en ingevolge van dien ‘t Commando van ‘t Zeepaard aan den Gezaghebber Christiaan Stuur opgedragen, hij Cap:n Swart zig dierhalven voor die tijd zoude kunnen geretireerd houden, dog het welk door hem wierd beantwoord met te zeggen dat hij des ongeagt bij ‘t uitvoeren der ged: Commissie zoude præsent zijn., dat d’ondergeteek:s hierop zig des anderen daags naar Boord van ‘t Schip ‘T Zeepaard hebbende begeeven, de Commissie zo aan d’ Officiers als de geheele Equipagie van dien Bodem hebben voorgeleesen, en teffens daarbij gecommuniceerd, dat d’ ondergeteek: expres aan boord waren gekomen, ten eijnde ingevolge den inhoude der Commissie het Commando aan den meede aldaar reeds præsent zijnde Gezaghebber Christiaan Stuur over te geeven, en denzelven als zodanig voor te Stellen, met ernstige recommandatie uit Naam ende van weegens Uwe Wel Edele Gestr: ged: Gezaghebber Stuur in’t hem opgedragen Commando t’ erkennen, respecteeren ende te gehoorzamen.’
‘dat den Cap:n Hendrik Swart, die zig tot dus lange hebbende geretireerd gehouden, egter als toen, tegens de hem zo duydelijk gedane aankondiging, te voorschijn gekomen zijnde, het volk substantieelijk heeft toegeroepen:Mannen heb ik ul: ooit mishandelt?heb ik uL: niet alles gegeeven dat uL: toekomt? - en weet gijlieden ook verders iets op mij te zeggen?op welke vragen met een verward geroep door ‘t volk wierd g’antwoordNeen!boven hetwelke nog door de verdere Deks-officieren /: waaronder principaal den Bootsman en Schieman:/ en ‘t gemeene volk wierd uitgeroepen:wij willen niet varen zonder onzen Captijn.’
‘dat om uit dit Verward geroep en geschreeuw te geraken, d’ ondergeteek:s zig in de Capitains Camer begeeven en aldaar bij hun hebbende ontboden, den Cap:n Lieut:, den Eersten Lieut: beneevens de Twee Sous Lieut:s van ‘t Schip ‘T Zeepaerd , aan die officieren hebben voorgehouden en Stellig afgevraagd, of zijL: geneegen en bereid waren den Gezaghebber Christiaan Stuur, die thans in Commando op ‘t Schip was gesteld, daarin t’ erkennen en denzelven het verschuldigt Respect te bewijzen op het welke door ged: Officieren wierd geantwoord.d’ ordres van den Edelen Heer Gouverneur en Raad te zullen en ook te moeten naarkomen, Schoon met leedweesen.‘
‘dat d’ ondergeteek:s hierop de voornaamste onder deks officieren, waar onder byzonder den Bootsman, Schieman, Constapel en Bootsmansmaat, meede bij zig hebbende ontboden, en aan hunl: dezelfde Vrage, of geneegen en bereid waren d’ ordres van den in Commando gestelden Gezaghebber Stuur t’ obedieeren voorgesteld Zijnde Zulx door ged: onder officieren metNeen!was beantwoord geworden en verzogt, neevens hunnen Capitain van ‘t Schip te mogen afgaan.’
‘dat vervolgens door den bootsman aan d’ ondergeteek:s wierd ter hand gesteld, een papier door hem zelven eerst, en Vervolgens door alle de andere onder officieren en eenig van ‘t gemeen volk geteeken, met bijvoeging, dat uit dat papier konde werden gezien d’ Intentie van het Scheepsvolk; welk geschrift de ondergeteek:s d’Eere hebben uwe wel Edele Gestr: nevens deezen aan te bieden.’
‘dat nadat dit alles was afgelopen den Lieut: van ‘t Schip ‘T Zeepaard Paulus van den Boogaard zig bij d’ ondergeteek:s heeft vervoegd, met eene vrij brusque houding ‘t geen egter scheen uit een wijnig Dronkenschap voort te komen; vragende of den Cap:n Lieut: van’t Schip niet voor bequaam genoeg wierde g’oordeelt om het Commando van het Schip in plaatze van den daar in gestelden Gezaghebber Stuur als minder in rang zijnde, te voeren, met verdere bijvoeging dat hij Lieut: van den Boogaard geen officier konde blijven vermits geene reflexiën wierden geslagen op de verklaringen die hij zo wel als de andere officieren van’t Schip ter requisitie en ten voordeel van den Cap:n hadden gegeeven, en dat zijl: dus zeeker moesten werden aangemerkt, als meinEedigers boven en behalven meer andere Expressiën welkers woordelijke inhoud de ondergeteekendens reeds uit geheugen zijn gegaan en ook te langwijlig zouden zijn, om alle en deezen te werden ter needer gesteld.’
‘D’ ondergeteek:s dus verhopende aan Uwer Wel Edele Gestr: geëerde beveelen te hebben voldaan, laten deezen dienen voor needrig Rapport’
’/:onderstond:/’
’ Baaij Fals den 16 Julij 1785’
’/:was geteek:/ J: V: Gennep, C: Brand’
‘Welk Rapport verzeld was van de bij ‘t zelve vermelde Verklaring, Zijnde door den Bootsman, den Schieman, de meeste der verdere onderdeks officieren, en eenige gemeenen, t’zamen ten getale van 49 Perzoonen /:dog voor’t grootste gedeelte met een kruijs merk geteekend, en van volgenden inhoude’
‘Wy ondergeteek: dienende op ‘t Edele Oost Indische Comp:s Schip ‘T Zeepaard onder Commando van den Heer Cap:n ter zee Hendrik Swart’
‘Verklaren bij deezen als dat den voorn: Heer Cap:n Sijn dienst in alles getrouw heeft waargenomen, zo bij dagen als nagten, en in alles heeft gehandelt tot Onderhoud van goede ordre en discipline waarvan wij alle ondergeteek:s getuigd de Zuyvere waardheid te zijn, daarwy alle overtuigende blijken van hebben gezien, dat den voorm: Heer Capitain neevens God een behouder van ‘t Schip en van alle de Zielen die daarop waren geweest is, en dus niet anders zeggen kunnen, of heeft in allen deele syn pligt gedaan, zo als een braaff Cap:n toekomt te doen, waarvoor wij ondergeteek:s den Heer Cap:n Hendrik Swart alle voor erkennen.’
‘waaromme wij alle Vriendelijk versoeken de toekomende Rhijs met den Heer Hend:k Swart t’ aanvaarden welke wy alle verklaren een getrouw en kundig Zeeman is, dus hope ons ootmoedig verzoek niet te zullen afslaan, vermits den Capitain ons van d’ Edele Heeren Bewindhebberen der Edele Oost Indische Compagnie beneevens het Schip ‘T Zeepaard is aanvertrouwd om ons te brengen ter plaatse haar Edele begeerte En wij ondergeteek:s niet gezind zijn om met het voorm: Schip zonder Commando van den Heer Cap:n Hendrik Swart meede te gaan’
’/:onderstond:/’
‘Aldus Gedaan aan Boord van’t Schip voorsz: leggende in de Baaij fals den 17 Julij 1785’
’/:was geteekend:/ Gerrit van Os, Bootsman, Hendrik Goggel Schieman, + /: en daar omme:/ het merk van Hendrik Coerier Constapel, Pieter Woedelok Bottelier, Jan Mewis, Bootsmansmaat, Boas Ulrich Mitenmeijer Kok, Johan Christoff Pansehou Zeilemaker, + het merk van Jan Pieterse quartiermeester, + het merk van Schaap Engelbregt quartiermeester, Hendrik Scheffer quartiermeester, Jan Benjamin Rink quartiermeester, Jan van Bijleveld provoost, Jacobus Kuiper Constapelsmaat, J: B: Tijken, + het merk van Johannes Kappel ondertimmerman, + het merk van Jan Hendrik Smit Scheepssmit, Harmanus Sluijter Constapelsmaat, J: P: de la Nicka Trompetter’
’/:mattrosen:/ Jan Philip Teken, + het merk van Jan Wilbrand Geere, Gerrit van Veen, Jan Vermeulen, + het merk van Jan Janssen, Claas Amans, Pieter Dusch, Roeloff Janssen, Michiel Roet, + het merk van MichieL Wolff, Jan Swanstrom + het merk van Andries Jenssen, Jonas Broden, + het merk van Nicolaas Andriessen, Frans van Alphen, + merk van Matthias Grand Quist, Daniël Boehardt, Dirk Bulder, Johan Casper Drijer, Johannes Vinkhuijsen, Johan Luittens, Otto Suries, Henricus Sik, + het merk van Casper Hendrik Potteboom, + het merk van Jan van Rossum, dit bovenstaande getuijge wij alle van de Zeevarende’
‘dit verzoeken wij militairen + het merk van Willem de Haas, militair J: J: du Lavoije, Jacobus Bensemaker, Gerrit Gerritsen, Jacob Macker’
Gelijk ook nog door Syn Edele wierd overgelegd Een brief door opged: Cap:n Swart aan Syn Edele en deezen Raade gerigt, luijdende
Wel Edele Groot Agtb: Heer Gouverneur, mitsg:s de Edele Agtb: Raad van Cabo de Goede Hoop
‘Met groot aandoening en verwondering hebbe vernomen, UwE Agtb: intentie zullende mijn van mijn door d’ Edele Agtb: Heeren Meesteren aanvertrouwde Schip ontzetten, daar mijn geheel onbewust is, uit wat oorzaak, UwE Agtb:heedens gelieven te Considereeren, hoe smertelijk het valt voor een Mens om dus onverhoord zo grote Schandaal t’ ondergaan, indien ik overtuigd was geworden van fouten diergelijke behandeling waardig, zoude mijn getroosten, maar hebben den tijd van veerig dagen aan Cabo toegebragt in afwagting van geregtelijke ondervraging, dog zulx is niet geschied nu zie ik mij veroordeelt, zonder eens voor een raadvergadering te verschijnen in te zijn, in mijn partij te kunnen overtuigen voor den Edele Agtb: Raad, Een Eerlijk Man heeft syn Eer lief, ik komen ondanks een langdurgee getrouwe Comp:s dienst in Schanden door oorblazing welke blindlings werd gelooft, en alzo veroordeeld zonder verhoor! UwE: Agtb: heedens gelieve eens te bezeffen, hoe zwaar het valt, Een Man te Eere, ik ondervin tot mijn uiterste leedweezen hoe Zulx het valt voor een Eerlijk Man tot Schanden te worden op de aanklagt van een ten uitterste onreedelijk en zo onlangs gebleeken is, Slegt Mens en desselfs aanhang dierhalven versoek van UWE: een regtmatige een Menslievend beoordeeling.’
’/:onderstond:/’
‘Ik ben overhoopt van tegenspoed UWE: Groot Agtb:heedens bereidwillige Dienaar’
’/:was geteek:/ H:k Swart,/: in margine:/ In’t Schip ‘T Zeepaard den 16 Julij 1785.’
Welk Rapport neevens de verzellende verklaring en den Brief van meergemelde Capitain Swart, overwogen zijnde, is bevonden het gedrag van denzelven Swart, volkomen aan te lopen teegens de gehoorzaamheid die hij aan de gestelde orde dezer Regeering verschuldigt was, en dat bovendien het toeroepen aan het Scheepsvolk om syn gedrag als ‘t ware door hetzelve te doen Justificeeren, na den teneur van ‘t Rapport zo wel als het doen teekenen eener verklaring door een gedeelte der Equipagie, zaken waren die niet alleen aantoonden tot welke buitensporigheeden denzelven wel inclineerde het Scheepsvolk te vervoeren, maar dat ook daar door in der daad een beginzel van mutinatie aan hetzelve was ingeboezemd, door niet alleen /:zeer vermoedelijk met den ten dien eijnde voorafgegane preparatie der gemoederen:/ bij het uitroepen onder de verrigting der Commissie, of zijL: iets teegens hem Cap:n in te brengen hadden &:a, op die afvrage maar ook vervolgens door het doen teekenen der Verklaring zelve even als in den mond van ‘t Scheepsvolk te leggen, dat zij niet wilden meede varen zonder Commando van hem Swart: en door welke bedrijven hij Swart dus eenen oppositen aanhang onder ‘t volk had zoeken te smeeden; zo als ook nog nader voor een uitwerkzel der passie waaraan hij zig overgegeeven had te houden is, de bovengem: aan deeze Regeering gerichte brief, behelzende een brusq verwijt, als of men hem zonder verhoord te worden reeds veroordeelt had, daar evenwel de genomene en nog Standhoudende maatregulen juist het teegendeel aantoonen: alzo men aan d’ eene zijde om eene overhaaste te regtstellinge van denzelven Swart te eviteeren, door manquement van veele dienstige informatiën ten belange der tegens hem ingebragte beschuldigingen tot welkers inwinning onvermijdelijk ‘S Comp:s Bodem nog eenen geruijmen tijd alhier Zoude hebben moeten werden aangehouden, en aan de anderen kant, om de gevolgen die men uit het gedrag van hem Swart te vreesen had op eenen Bodem, alwaar voor zo verre de genomene informatiën meede brengen de onbetaamlijkste Excessen in het straffen was gepleegd, denzelven slegts tot de minste verkorting der Justitie en om de goede ordre te redresseeren, op het Schip de Paarl , heeft moeten doen overgaan buiten den dienst om welke reedenen goedgevonden is, ter verhoeding van de verdere gedugt werdende gevolgen, die uit een zodanig opzettelijk gedrag ten nadeele der Maatschappiji zouden kunnen ontstaan den Posthouder in de Baaij Fals aan te schrijven en te gelasten, voorschreeve Capitain Swart bij zig te doen ontbieden en onder den officier van het Detachement Militairen aldaar te houden in nauw Arrest tot op het ogenblik dat het Schip de Paarl zig gereed maakt om te Vertrekken en als dan onder geleide van den officier te laten overbrengen op dien bodem ten eynde volgens besluit van den 13:de deezer daar mede over te varen, buiten den dienst, als meede dat hij Posthouder vervolgens den Lieut: op het ged: Schip ‘T Zeepaard Paulus van den Bogaard insgelyx van Boord bij zig zal hebben te laten requireeren, en ter zake van sijne gevoerde Conduite in hetzelve geval tot nader ordre op ‘T Huijs te Spijk doen overbrengen, in diergelijk arrest, om dus daar door af te snijden de verdere nadeelige Communicatiën, zo wel tusschen hem Lieut: als den Capitain en ‘t Scheepsvolk en ook daar beneevens den Bootsman Gerrit van Os, en den Schieman Hendrik Goggel als bij voorsz: geleegendheijd geweest zijnde de hoofden, woordvoerders en eerste Teekenaars, der Verklaring in de boeijen gesloten al meede te doen transporteeren op voorn: Bodem ‘T Huys te Spijk ; Dat gem: Posthouder nevens den Equipagiemeester zig vervolgens zullen hebben te begeeven aan Boord van ‘T Zeepaard ende Teekenaars der in bedrijgende termen gestelde verklaring, te doen komen op ‘t Dek, mitsg:s dezelven af te vragen of zij wel begreepen hebben den inhoude van gesz: verklaring, ten eijnde bij aldien zig onder hun mogten bevinden die hardnekkig bleeven persisteeren om niet met dat schip te willen meede varen, zonder Commando van den Capitain Swart, de zulke, door de in Baaij Fals aan handen zijnde militie tot nadere dispositie van dat Schip insgelijx te doen overbrengen op het huys te Spijk ; maar dat bij het betonen van berouw, dezelve alle over dat gedoente wel ernstig zullen moeten werden bestraft, en in præsentie van den Gezaghebber Stuur tot derzelver pligt vermaand.
En is nog ten aanzien den Commandeur der Soldaten Johan Jacob Willem Baksman, op het bovengem: Schip ‘T Zeepaard beschijden, in de zaak van voorm: Capitain Swart zig vind gecompromitteerd; dog omtrend hem even die zelfde reedenen als met relatie tot den Capitaijn Swart de terminatie alhier van het geene teegens hem militeerd, komt te impedieeren, moeten besloten werden den Commandeur op het gedagte Schip ‘T Zeepaard meede buijten dienst te laten overvaren.
Zijnde meede goedgevonden in steede van bovengemelden Bootsman Gerrit van Os, en Schieman Hendrik Goggel twee andere Perzoonen in die qualiteiten op ‘T Zeepaard aan te Stellen.
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P: Hacker
[Signed:] A: v: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 78-83.¶
Saturdag den {17850723} 23 Julij 1785
alle præsent behalven d’ E Oloff Marthini Bergh, mits indispositie
Op het ingekomen mondeling bericht van den Capitain ter Zee en Equipagiemeester Justinus van Gennep dat, ingevolge de op den 18 deezer afgevaardigde ordre aan den ondercoopman en Posthouder in de Baaij Fals Christoffel Brand door denzelven Posthouder, den Cap:n Hendrik Swart van ‘t Schip ‘T Zeepaard aan de wal onder den officier der Militie aldaar in arrest gesteld zijnde, bij ‘t vertrek van de Paarl op dien Bodem te werden overgebragt, na dat ook den Lieut: Paulus van den Bogaard, mitsg:s den Bootsman Gerrit van Os en den Schieman Hend:k Goggel, den eerstgem: in arrest en de twee anderen in de boein op ‘t Schip ‘T huijs te Spijk waren getransporteerd, hij Equipagiemeester nevens gem: Posthouder zig hadden begeeven aan Boord van het Zeepaard alwaar door degeenen, die behalven bovengem: Bootsman van Os en Schieman Goggel de ter Sessie van den 18 deezer ingekomene verclaring hadden onderteekend, op de afvrage of zijL den inhoude deezer verklaring wel hadden begreepen, was betuijgd geworden, dat ged: verklaring aan hun ter teekening voorgehouden weezende, hun daar uit niets anders was voorgeleesen als het getuijgenis omtrend het gedrag van den Cap:n Swart, en dat zijl: derhalven voor zo verre dat stuk betrof, de onderteekening niet hadden kunnen wijgeren, maar dat men hun onbewust had gelaten aangaande het verder bijgebragte van niet anders met het Schip te willen mede varen, dan onder Commando van den Capt:n Swart het geen zij hadden gedeclareerd nimmer gedagt veel minder daarna geteekend te hebben, zo dat door hun daarinne onweetend was misdaan, des dezelve gecomm: na de ged: teekenaars over dit hunL: bedrijf ingevolge de voorsz: ordre Scherpelijk te hebben bestraft, onder belofte van hunne zijde tot een verder verschuldigd vreedzaam en gehoorzaamlijk gedrag, alle dezelve hadden gelaten in hunne respective diensten op het gemelde Schip ‘T Zeepaard , waar meede als nu vertrouwd werdende, dat de rust en goede ordre op dat Schip volkoomen zal weezen hersteld: is verstaan het op den 18 deezer ontfangene Schriftelijk Rapport der Gecommitteerdens, nevens de geteekende verclaring der deks officieren en gemeene Scheepelingen, als meede de Brief van meergemelde Capitain Swart, ten Supplemente der teegen hem Swart reeds genomene informatiën tot nader Elucidatie in Originali met de Paarl mitsgaders Copias daarvan met het Zeepaard aan haar wel Edele Groot Agtb: de Heeren der Hooge Indiasche Regeering over te zenden.
Gelijk ook teevens goeggevonden is, den Lieutenant Jan Hendrik Dekkerik ter plaatsvulling van opgemelde Lieutenant van den Boogaard van ‘T Huijs te Spijk op ‘T Zeepaard tot het presteeren van Sijnen dienst aldaar te doen overgaan en op het door denzelven daartoe gedaan verzoek aan hem te permitteeren om desselfs hier gehuuwde huisvrouw, genaamd Maria Elizabeth Zeegers, op hetzelve Schip met zig na Batavia te mogen meede neemen
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd in’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 84-86.¶
Woensdag den {17850727} 27 July 1785
alle præsent behalven d E Oloff Marthini Bergh.
Is ter vervulling van het bevelhebberschap op het Schip ‘T Huys te Spijk als door Verplaatzing van den Gezaghebber Christiaan Stuur op ‘T Zeepaard open gevallen zijnde, op propositie van den Heere Gouverneur in omvraag bij de Heeren Leeden deezes Raads weederom aangesteld, den Gezaghebber op de hoeker Catwijk aan rhijn Sijbrand Waarland, aan wien overzulx dien Bodem met het geene daarop en aan behoord, navolgens d’ ordre der E Comp:ie, door expresse gecomm: Zal werden overgegeeven.
In welke voegen mede besloten is, mits het op handen zijnde vertrek van ‘t Schip ‘T Zeepaard op het welke door de gemaakte arrangementen thans alles weeder in de noodzakelijke rust en ordre is hersteld, den Lieut: Paulus van den Bogaard uit het arrest, mitsg:s den Bootsman Gerrit van Os, en Schieman Hendrik Goggel uit de boeien, waarin zig op ‘T Huys te Spijk zijn bevindende, te doen ontslaan, den eersten en laatsten ten einde weeder in hunne resp:ve qualiteiten den dienst op dien bodem te presteeren, dog den bootsman Gerrit van Os om buiten den dienst daar meede over te varen; ende zulx ter zake alhier mede ongetermineerd heeft moeten werden gelaten, het geene tegens hem van Os voorkomt in de Stukken, die concernerende den Cap:n Hend:k Swart op het schip ‘T Zeepaard gepleegde buitensporige Straf oefeningen aan de Hoge Indiasche Regeeringe te Batavia zijn overgezonden
Aldus Geresolveerd ende G’arresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 87-111.¶
Vrijdag den {17850805} 5 aug:s 1785.
‘S voormiddags alle præsent behalven d’ E Coopman Oloff Marthini Bergh, mits indispositie
Op voordragt van den Heere Gouverneur, in steede van den overleedenen ondercoopman Daniël van Rijneveld als Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein met den Rang van ondercoopman aangesteld zijnde den Boekhouder en gezworen Clercq ter Secretarije van Justitie Hendrik Lodewijk Bletterman, is in Steede van deezen weederom tot gezworen Clercq ter zelver Secretarije bevorderd, den aldaar diens doende Adsistent Rijno Johannes van der Riet, met de qualiteit van boekhouder a ƒ30 p: Maand.
Welgem: Heere Gouverneur geliefde daarna ter Vergadering open te leggen dat sijn Edele bij het nauwkeurig inspecteeren en nagaan van den Staat der defensie deezer plaatze, gekomen was tot de kennisse van de gebreeken waaraan dezelve maar al te zeer laboreerde, en dat zijn Edele zonder bezwaar voor zig zelven hoe ongaarne ook willende vooruitlopen het oogmerk der Hoog Gebiedende Heeren Meesteren tot verbeetering der defensiën evenwel uit hoofde van d’ onzeekerheijd waarinne onze Republicq omtrend de duurzaamheijd der vreede is verserende, vermeende niet langer aan het Lichaam deezer vergaderinge te kunnen of mogen ontrekken, de meede kennisse van Zodanige gedeeltens onder die gebreeken voorkomende, als dewelke eene Spoedige verbeeteringe of augmentatie verEyschten te meer, daar men in den jongst geeijndigden oorlog geleerd hebbende, hoe het mogelijk Zij alhier door den Vijand te kunnen werden overvallen voor de informatie eener onverhoopte vreedebreuk, ook dan wanneer de tijding daarvan eenen Vijandelijken aanval voorging, men niet inde geleegendheijd zoude zijn, om in die gebreeken zoo spoedig te voorzien als behoorde of men wel zoude wenschen; en welke voorzieninge bij syn Edele wierd geoordeelt tot Conservatie van deeze possessie te zijn van al te veel gewigt, dan dat daaromtrend eenig uitstel zoude kunnen plaats hebben.
dat voor het teegenswoordige door Sijn Edele alleen tot dat aspect gebragt werdende de Fortificatiën en het Arthillerie weezen aan de eerste veele ontbreekende noodzakelijke gedeeltens te gelijk behoorden te werden onder handen genomen, zonder dat men de andere in weezen blijvende, konde vernegligeeren, om welk een en ander te dirigeeren, de in dienst zijnde officieren niet quamen te Sufficieren: en dat belangende de arthillerij vermits tot het bestieren van circa 250 stukken grof geschut behalven de veld arthillerij werkelijk niet meer als 50 Man gedresseerde gemeenen in dienst waren, het defect daarvan al te duidelijk in’t oog quam te vallen, dan dat zulx eenige de minste nadere demonstratie zoude nodig hebben.
dat Sijn Edele, hoe zeer bij het inzien dier gebreeken overdagt hebbende om in het remedieeren derzelve met alle mogelijke besparinge voor d’ E Comp:ie te werk te gaan, egter geen voorstel van meerder menagement hadde kunnen uitdenken, als tot de Suppletie van nog twee officieren bij de Genie en een augmentatie van 100 Man neevens twee officieren en de nodige onder officieren bij d’ arthillerie
dat dewijl de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren zelve, ten aanzien van de moeijelijkheijd om bequame Lieden tot den dienst der Genie en Arthillerij direct uijt het vaderland na de Indiën te kunnen zenden nodig gevonden hadden een pepiniere in die weetenschapen alhier op te rechten Syn Edele bij die voorstellinge ook nog doende om de Twee voor te dragene officieren bij de Genie, te doen dienen tot het geeven van de nodige Instructiën in dezelve militaire kweekschool, en dat wanneer het haar Wel Edele Hoog Agtb:s niet mogte behagen op de existeerende noodzakelijkheijd requard te neemen, en die aanstellinge t’ approbeeren, Hoogst dezelve zo wel van de officieren als gedresseerde gemeenen zouden kunnen maken een nuttig gebruik voor de Indiasche hoofdplaatze of Ceilon, volgens het daarheen Strekkend Plan.
alle welke door den Heere Gouverneur gedane voorstellingen bij de vergadering aandagtig overwogen en bevonden zijnde dat de omstandigheeden niet permitteerden met het te werk Stellen van zodanige middelen als enivitabel dienen moeten om deeze possessie voor de Maatschappij te conserveeren, den tijd te laten voorbij gaan om daartoe de ordres der Heeren Meesteren af te wagten, hebben de Heeren Leeden zig daar meede volkomen geconformeerd; en is dierhalven op voordragte van Sijn Edele en gunstige approbatie der Hoog Gebiedende Heeren Meesteren, als kundige en bequaame Sujetten aangesteld.
Tot Lieut: Ingenieur met een Maandelijxe gagie van ƒ50 den onder het Zwitsers Regiment van Meuron dienende Lieut:t Louis Michel Thiebault die op aanzoek van hem Heere Gouverneur door de Heer Collonel Meuron alleen om het nut voor d’ E Compagnie, op heeden daartoe uit hetzelve Regiment onder het getuijgenis van een prijswaardig gedrag zoude werden ontslagen.
Tot Extra Ordinair Lieut: Ingenieur met vermeerdering van gagie tot ƒ40 ‘S Maands, den Constapel Dominicus Michaëls Barbier
en welke Twee officieren dus ook behalven den dienst bij het dirigeeren der Vesting werken, ten nutte van het militair kweekskool zullen werden g’Emploijeerd.
Voorts tot Extra Ordinair Vuurwerkers met ƒ30 p: Maand den van’t Schip ‘T Zeepaard by indispositie alhier overgebleevenen Landmeeter Jacob Gerard Johan van Hasselt, en den Constapel Christiaan Kumpfer.
mitsgaders besloten de gezegde augmentatie van Een Hondert Man, neevens de daartoe t’avanceerene onder officieren bij het Corps Arthillerie Successivelijk uit de reconvalescenten ten Hospitale te doen geschieden.
Bij welke geleegendheijd mede op propositie van den Heere Gouverneur den Extra ordinair Lieut: Ingenieur Pieter Cloete, mits de op handen zijnde Expiratie van sijn verbonden tijd, en dat den dienst tot genoegen waargenomen heeft, insgelijks op approbatie der Heeren Majores bevorderd is tot Lieut: Ingenieur met ƒ50 p: Maand na wien voorsz: Lieut: Thiebault in ancienniteit zal komen te volgen.
Vervolgens geleezen zijnde het door den pro Interim Fiscaal Gabriël Exter ingediend Vertoog nopens het aan wijlen den Heer Independent Fiscaal M:r Jan Jacob Serrurier gedemandeert en door hem pro interim Fiscaal te werk gesteld onderzoek of en in hoe verre het verongelukken van ‘S E Comp:s Bodem Bredenrode door eenig wandevoir of pligt verzuijm der Scheeps-overheeden zoude weezen veroorzaakt; bij welk Vertoog Slegts was geinsereerd een mondelinge opgaaf van de remarques en adVijzen die de als zeekundigen daartoe gecommitteerd zynde E Equipagiemeester Justinus van Gennep nevens den Cap:n ter zee Jan Siereveld, en den mits het tusschen beiden gevallen vertrek van den Cap:n ter zee Christoffel Beem geassumeerden meede Cap:n Hendrik Swart, mitsgaders den Schipper Christiaan van Veerden, ten dien Subjecte hadden verleend, en op welkers uitgebragt gevoelen, aangaande het door de Scheepsoverheeden bij beEdigt Relaas opgegeeven gehouden gedrag, denzelven pro interim Fiscaal is fundeerende het geene in fine van dat vertoog ten voordeele van dezelve Scheeps overheeden komt te declareeren is bevonden en door dezelve insertie der mondelinge opgaaff van de zeekundige Gecommitteerdens niet te zyn voldaan aan de intentie van het committent besluit, maar verstaan dat dezelve, ofte mits het vertrek der zee Capitains Beem en Swart, de drie bovengem: aanweezende geCommitt:s van Gennep, Siereveld en Van Veerden nadat derzelver remarques en advijzen aan den pro interim Fiscaal bij geschrifte zullen behoren op te geeven, na welkers verrigting hij pro interim Fiscaal ook verder ex officio in die zaak zal hebben te treeden tot het geene vermeenen en oordeelen zal te behooren.
Wijders is in aanmerkinge genomen, hoe men nietteegenstaande den florisanten staat van het grootste gedeelte der zig op den aanteel van Vee toeleggende Ingezeetenen, komt t’ ondervinden dat veele derzelve nog al in gebreeken blijven om aan d’ E Comp:ie behoorlijk op te brengen de recognitie voor derzelver in leening hebbende Plaatzen en dat zelfs veele derzelve eenige Jaren daarmeede ten agteren staan: en is dierhalven goedgevonden bij Renovatie der in dato 10 Junij 1782 gedaane Publicatie, dezelve in gebreeken blijvende Ingezeetenen nader tot de voldoeninge van dien aan te maanen, en door de resp:ve officieren van Justitie te doen aansporen.
En nadien van tijd tot tijd op een clandestine wijze van de Vreemde Naties Scheepen alhier zijn agtergebleeven eenige perzonen, die zonder daartoe de nodige permissie te hebben verkreegen, zig ‘t zij binnen de Caab, of verder Landwaards in komen t’onthouden, dan wel hier en daar rond zwerven, heeft men om hier teegen behoorlijk te voorzien, al meede moeten besluiten te statueeren, dat alle de geenen bij wien zig eenig Perzoon, die in maniere voorsz: hier overgebleeven is, mogte komen op te houden, voortaan Verpligt zal zijn zulx ter Politicque Secretarije op te geeven, ten einde aldaar te werden bekend gesteld, waartoe aan de geenen die onder het Caabse District Sorteeren, zal werden gelaten den tyd van drie weeken, gereekend van den dag dat hetzelve aan het Publicq zal weezen genotificeerd, op pœne dat die bevonden zal werden hierinne nalatig te zijn geweest, zal vervallen weezen in een boete van Een Hondert Rijxdaalders voor den officier.
Gelijk ook op dezelve pœne alle Inwoonderen van nu voortaan zullen werden verpligt, zo wanneer eenig Perzoon na vertrek van Schip ofte Scheepen ‘tzij van onze eijgene Natie ofte van Vreemden alhier agterblijven, en zig bij hun zal komen t’onthouden, zulx dadelijk bij den Edelen Heer Gouverneur ter kennisse te brengen: en wanneer zodanige agtergebleevene Perzonen zig Landwaards in mogten begeeven, dezelve als Deserteurs aan te houden en ter naastbij geleegene Drosdije of alhier op te brengen
Terwijl ook ten einde te beletten, de licentie die de Vreemde Natiën zeedert eenigen tijd aan zig genomen hebben om na haar eijgen goeddunken zelfs zonder eenig de minste kennis geeving buiten de Caab te ryden, nog verstaan zynde aan de Patrouille wagt ordre te stellen om alle Vreemdelingen zonder onderscheijd van staat ofte conditie die zonder daartoe van den Edelen Heer Gouverneur vryheijd bekomen te hebben, zig buiten de Caab zouden willen begeeven, aldaar aan te houden, of weeder na de Caab te doen keeren, zullen de geenen bij wien eenige Vreemdelingen komen te logeeren dierhalven gerecommandeerd werden dezelve te waarschouwen dat zig niet van de Caab zullen mogen begeeven als bij daartoe vooraf verkreegene permissie van den Edelen Heer Gouverneur welke permissie Schriftelijk zal moeten zijn, ingevalle die Vreemdeling zig verder als een uur gaans buiten de Caab zoude willen begeeven; zullende bij aldien de geenen ten wiens huijze zodanige van de Caab zig begeevende Vreemdeling komt te logeeren, bevonden worden hun van deeze ordre niet te hebben geinformeerd, ofte dat ingevalle den Vreemdeling teegens d’ onderregting van zig na buijten begeevende de geenen bij wien hij gelogeerd is ofte van waar hij zal komen af te rijden, als dan niet in tyds aan de Patrouille wagt hetzelve doed bekend maken, met beduijdenis van de Perzoon of Perzoonen die aldaar staan te passeeren, voor ieder Perzoon telkens vervallen zijn in een boete van Vijftig Rijxd:s.
Dan aangezien al verder meede werd veronagtzaamd, of meer en meer buijten observantie komt te geraken, de gestatueerde ordre dat alle Inwoonders bij dewelke eenige Menschen van Vreemde Naties Scheepen hier aan Land komen te vernagten, verpligt zijn voor zonnen ondergang daarvan kennis te geeven aan den officier van de Hoofdwagt, met een Briefje waarop de Naam en de qualiteit, mitsg:s het getal der Perzonen die bij hun gelogeerd zyn, bekend staan, heeft men dierhalven ook moeten besluiten bij renovatie van dezelve gestatueerde ordre een ygelijk te waarschouwen zig voortaan Stiptelijk daarna te gedragen, op verbeurte van Thien Rijxdaalders telken rijze voor ieder Perzoon die niet invoegen voorsz: zal zijn aangegeeven.
En nademaal ongeagt de in dato 3 Septemb: 1782 door deeze Regeering gestelde præmie van Een Duijzend Rijxdaalders voor de geenen die de namakers en vervalschers der roulleerende Pergamente en Papiere Munten zal komen t’ ontdekken, der maten dat dezelve van het schelmstuk kunnen werden overtuijgd tot bijzondere Ergernis ondervonden word, dat dagelijks weeder van dezelve en meer andere Valsche Muntstukken zig in de wandeling komen t’openbaren waardoor men moet vast stellen dat ‘er nog deugnieten zijn die in deze Vuijle en voor de Colonie allezints verderffelijke Exercitie blyven voort varen, zal oversulx bij ampliatie der bovengem: bevorens gedane Publicatie boven en behalven de invoegen voorsz: toegelegde præmie van Een Duijzend Rijxdaalders met verzwyging van des aanbrengers Naam /: zulx begeerd werdende :/ ook nog werden beloofd bevryding van straffe indien de geenen die d’ ontdekkiing of aangeeving komt doen weezen mogt een berouw hebbende Complice of meede Schuldige aan het maken dier valsche Munten.
Mits de op handen zynde verpagting der gemeene Lands middelen al verders overwogen weezende de veranderingen die tot wegneeming der differenten in het gepasseerden Jaar opgekomen tusschen den Pagter van het Caabsche Moutbier en die van de Caabsche wijnen inde pagt conditiën zouden dienen te werden geintroduceerd, is op de desweegens ingenomene Consideratiën der tot vereffing dier verschillen gevaceerd hebbende Leeden, d E E Cooplieden van Schoor en le Sueur, verstaan alleen in de Pagt Conditiën van’t Caabsche Bier bij te voegen, dat de geenen die mits betalende het Accijs voor den Pagter, zig met het slijten der Bieren voor den Brouwer komen te erneeren, geen Vrijheid hebben zullen eenige gelagen te zetten, veel min Musijcq of zogenaamde Speelhuijzen te houden dog dat het alleen aan den Pagter zal zyn gepermitteerd, om met schild of uijthangbord in drie a Vier Huijzen door hem op te geeven de bieren uit de Caabsche Brouwerij bij gelagen te laten verslijten en vertappen, met het houden van Billards of trektafels op dezelve wijze als het aan eenige andere Pagter of Tappers is g’accordeerd, zonder evenwel in dezelve Huijzen eenige andere Dranken dan Caabsch Moutbier te mogen verkopen als met bewilliging van den Generalen Pagter de Caabse wijnen
Nadien de tot hier toe genomene maatreegulen niet bevonden werden te sufficieeren ter voorkoming der desertie van het gemeen, zo wel uit het guarnisoen als van de aankomende Scheepen, is al mede besloten bij aankomst der Scheepen hier ter Rheede een wagt te stellen in de Rogge-baaij , ten eijnde te beletten dat aldaar geene Chaloupen aankomen en ook nauw toezigt te gebruiken, op de Perzonen die van daar met de Visschers Jollen afgaan, waartoe een wagthuijsje aan die Baaij zal werden opgemetzeld: gelijk meede tot hetzelve oogmerk goedgevonden is op ‘t Zeehoofd een Barriere te doen vervaardigen om met zons ondergang te werden gesloten tot ‘S anderen daags met zons opgang, zo dat in dien tusschen tijd allen toegang tot de Vaartuijgen die Verpligt zyn niet anders als aldaar aan te komen, afgesneeden zijnde, de Barriere voor zo lange niet als in Cas van noodzakelijkheid by voorkennisse en op ordre van den Heere Gouverneur geopend werde, op dat ook door dit middel de aldaar gestelde wagt bij het dagligt zoo veel te beeter in Staat zijn moge, nauw agt te Slaan op de Passeerende Lieden en met het een en ander de Desertie te beletten.
Zijnde ook op voordragte van den Heer Secunde Pieter Hacker goedgevonden eerstdaags van de uit Neederland aangebragte extra ordinaire Coopmanschappen nader zo veel bij Publicque Vendutie van de Hand te Zetten als ten meesten profijt voor d’ E Comp:ie en ook uit hoofde van het bederff die veele articulen onderworpen zijn ten opzigte van dezelve tot de minste Schade zal kunnen geschieden.
En is den Cornet bij de Zwellendamse Landmilitie Christiaan Andreas Storm op sijn bij Request daar toe gedaan verzoek uit hoofde dat voorneemens is zig aan de Caab met ‘er woon te Vestigen van die functie ontslagen.
Laatstelijk beslooten weezende tot het bezetten der Baaijen aan de zuijd kust, dienende Een Hondert Man Militairen en Twaalf Dragonders met derzelver onder officieren, uijt hoofde dat ten dienste derzelve zoo spoedig geen noodige en behoorlijke Lijf berging kan werden vervaardigt, op voorstel van den Heer Collonel en Cheff Gordon provisioneel teegens de ongemakken van Reegen en koude IJder van een goede Ruijter Mantel te laaten voorzien, zal het kostende daarvan mits dien uijt S E Compagnies Cassa werden voldaan.
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 112-113.¶
Woensdag den {17850810} 10 Aug: 1785.
alle præsent
In steede van den tot Landdrost aangestelden Hendrik Lodewijk Bletterman is uit de ingeleeverde Nominatie aan weesmeesteren bij omvraaag wederom verkoren Johannes Marthinus Horak, omme na het afleggen van den daartoe Staanden Eed, bij dat Collegie zitting te hebben, voor den tijd die voorsz: Bletterman nog zoude hebben moeten dienen
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 114-138.¶
Vrijdag den {17850826} 26 Aug:s 1785.
‘S voormiddags alle præsent behalven den Coopman en Secretaris de E Olof Marthini Bergh
Door den pro interim Fiscaal ingevolge het bij de laatste Sessie gedaan requisit thans ingediend zijnde het schriftelijk berigt van den Cap:n en Equipagiemeester Justinus van Gennep, en de mede Cap:ns Jan Siereveld, en Christiaan Van Veerden, als Gecommitteerde zeekundigen tot het geeven van derselver advijs en Remarques in het aan het officie Fiscaal gedemandeerd onderzoek nopens het gedrag der Scheeps Overheeden van het Schip Bredenrode met relatie tot het verongelukken van dien Bodem, luijdende
Aan den wel Edelen Gestr: en E: Agtb: Heer, de Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &:a &:a &:a en den E: Agtb: Raad van Politie deezes Gouvernements
‘Wel Edele Gestr: Heer en E Agtb: Heeren’
‘Op het aan Uwe Wel Edele Gestr: en E Agtb: van den onderget: pro interim Fiscaal gehorzam ingediende Eerbiedig berigt nopens ‘t aan wijlen den Heer Independent fiscaal M:r Jan Jacob Serrurier gedemandeerde onderzoek of en in hoe verre het verongelukken van ‘S Comp:s Schip Brederode door eenig wandevoir ofte pligtverzuijm der Scheeps overheden zoude zijn veroorzaakt, UWE Gestr: en E: E: Agtb: behaagd hebbende, ter handen van den voorm: onderget: te doen komen een verder Extract Resolutie genomen in den Rade van Politie in’t Casteel de Goede Hoop op Vrijdag den 5 deezer lopende Maand Aug:s inhoudende dat de bij voorsz: Eerbiedig berigt geinsereerde mondelijke opgave van der Gecommitteerden zeekundigen Remarques en advijsen bevonden is, niet te zyn voldoende aan ‘t Committent besluit, maar verstaan dat dezelven of mits het vertrek der zee Cap:ns Beem en Swart, de Gecommitt:s Van Gennep, Sierveld en van Veerden nader derselver Remarques en advijsen aan den pro Interim Fiscaal bij geschrift zullen behoren op te geeven, na welkers verrigting hij pro interim Fiscaal ook verder ex officio in die zaak zal hebben te treeden tot het geene vermeenen en oordeelen zal te behoren:’
‘Heeft den onderget: het niet minder voor zijn pligt gehouden ook deeze nadere zeer geëerde besluit ten spoedigsten in executie te stellen en des gem: Gecommitteerden remarques en advijsen bij geschrift door hun zelven geattesteerd in te neemen.’
‘En gelijk den onderget: vertrouwd dat dezelve met de in’t eerste Eerbiedige berigt g’insereerde opgaaf ten allen opzigten zal worden bevonden te zijn harmonieerende; zo vermeend denzelven ook /: onder hogere verbetering :/ zig voor den overrest aan het zelve te kunnen refereeren, en deze zaak alleenig aan het wijzere oordeel van UWE: Gestr: en E: E: Agtb: te moeten overlaten, om ten opzigte van de Scheeps overheedens van’t gem: Schip Brederode zodanig te disponeeren als UWE: Gestr: en E: E: Agtb: zullen vermenen en vinden te behoren’
‘Waar meede den onderget: verhoopt aan de zeer geëerde intentie van UWE: Gestr: en E: E: Agtb: te hebben voldaan, en d’ Eere heeft deze met bijvoeging van voorsz: Schriftelijke remarques en advijsen te laten dienen voor nader gehoorzaam berigt.’
’/: in margine:/ Exhibitum in concilio den 19 Aug:s 1785 :/ was get:/ G: Exter.’
Waarbij denzelven pro Interim Fiscaal ook quam over te leggen syn nader berigt en declaratoir van inhoude als volgd.
‘Den onderget:de Cap:n ter Zee, en Equipagiemeester Justinus van Gennep, benevens de mede Cap:ns Jan Sierveld en Christ:n van Veerden, bij geëerd besluit, sub dato 5 dezer Maand Aug:s in den E: Agtb: Politicquen Raad genomen, gedemandeerd geworden zijnde omme nader in geschrifte aan den pro Interim Fiscaal Gabriël Exter op te geeven, derselver Remarques en advijsen of en in hoe verre hunlieden uit het beEdigt Relaas door den gesalveerden Schipper Hendrik Mulder en de Stuurlieden van het verongelukte Chinas retourschip Brederode gegeeven en gepasseerd mogt weezen voorgekomen dat het verongelukken van dien bodem door eenig wandevoir of pligtverzuijm dier Scheeps overheeden mogt wezen veroorzaakt, zo hebben d’ ondergeteekendens in pligtschuldige opvolginge dier ordre nauwkeurig g Examineerd hetzelve Relaas der Scheeps-overheeden, waar uit blijkt, dat op den 3 Maij pass:o zynde daags voor het verongelukken van dien bodem met zons ondergang, de Cours zodanig was dat men volgens de als toen genomene pijling zig bevond N: W: ten W: half W:t Vijff en een half dog na gissing wel 6 1/2 Mijlen buiten de wal van de zuijdelijkste uithoek van Caab Anguilhas op de diepte van 50 Vadem stek grond’
‘dat de wind op dien tijd O:t en bezuijder zijnde na die pyling dus W:t ten Z:de langs de wal was gestuurd geworden.’
‘Dat egter in den Nagt ten half thien Uuren weederom Subiet het Land dat men presumeerde de zuidhoek van Caab Anguilhas te zijn geweest, in’t N W: ten W: ontdekt, en dat men hetzelve na gissing tot op 2 a 2 1/2 Mijlen genadert zijnde daaruit had geremarqueerd dat het Schip in dien tijd zeedert zons ondergang 3 1/2 Mijlen in de Cours W:t ten Z verandert was, en dus zeer Sterk om de Noord was gezet geworden.’
‘Dat men hierop met kragt van zeilen hebbende getragt weederom om de zuid op zee te komen, en dus om de 4 glaasen geen Land meer kunnende zien het Schip egter omtrend de 5 glasen hadde gestoten, zonder dat evenwel bevorens ongeagt alle voorzorge met het stellen van uitkijken, eenige brandings of breekingen van zee hadden kunnen werden ontwaard.’
‘Of schoon nu wel uit het even aangehaalde blijkt dat de Cours na de pijling met zons ondergang wat te na aan de wal is gehouden, is het egter zeeker dat wanneer men zig in die pijling niet heeft gemist, dezelve nog wel ruijm 1 1/2 mijl buiten de zuijdelijkste droogte aldaar leggende heenen liep, en dus in zodanige geval, buiten alle gevaar of onvoorziene ongelukken voor het schip’
‘Des d’ ondergeteekendens alle d’ omstandigheeden bij een neemende eenparig Sustineeren, dat of het schip moet door de sterke Verlijding der Stromen in den Nagt nader dan men konde gissen na de wal zijn gezet geweest, of dat wanneer men de opgegeevene peijling wil volgen, als dan de zuijdelijkste droogte van Caab Anguilhas ofte de aldaar zijnde klip waarop het schip Brederode heeft gestoten, en verongelukt is, meer oostelijker en zuidelijker moet zijn geleegen, dan die in de Caart werd aangeweesen, aan welke t’zamen lopende zaken d’ondergeteek:s dan ook vermijnen, dat het verongelukken van het meerm: Schip Brederode kan werden toegeschreeven’
‘En hier meede gedenkende aan het g’Eerd bevel te hebben voldaan, laten d’ ondergeteek: deezen dienen voor derzelven berigt en advis.’
’/:onderstond:/’
‘Cabo de Goede Hoop den 14 Aug:s 1785.’
’/:was geteekend:/’
‘J: V: Gennep, J: Sierveld, C: V: Veerden’
Is dierhalven in opvolging der aanschrijving van de Hoge Indiasche Regeering Sub dato 30 November 1722 geresolveerd, de Scheeps Overheeden van gem: bodem Bredenrode bestaande in den Schipper Godlieb Mulder, den opperstuurman Arij Simonse Koek, den onderstuurman Hendrik Antonij Sloete, en de Derdewaaks Hermanus Barbier, en Hendrik van Roijen, ter dispositie van de Heeren Meesteren buiten winninge van gagie naar Neederland af te schikken: zynde aan de drie eerstgem: op derzelven ten dien eijnde gedaan verzoek toegestaan met het ‘S Comp:s weegen ingehuurd aanweezend Pruyssisch part Schip les Quatre Freres derwaards te mogen overvaren, en op het te kennen geeven van hunnen behoeftigen toestand, tot kostgeld voor de Rhijze aan ieder een Somma van Veertig Rijxdaald:s uit S Comp:s Cassa toegelegt
Ook is aan den Lieut: van’t Hoeker Schip Catwijk aan Rhijn Watze Sibius van Andringa op zyn bij Request daar toe gedaan verzoek toegestaan onder stilstand van gagie neevens syne hier getrouwde Huijsvrouw Geertruijda Margaretha Westpalm, met het voorm: Schip les Quatre Freres te mogen repatrieeren: Gelijk meede aan den burger Engelbert Felix op het inzelvervoegen gedaan verzoek, om syn zoontje Abraham Jacobus Felix met hetzelve Schip na’t Patria te mogen laten vertrekken, mits dezelve zig zullen hebben te reguleeren na de conditiën van bevragting door d’ E Comp:ie met de Rheeders van dat schip aangegaan.
De Heer Collonel Gordon gaf daarna te kennen reeds lange ondervonden te hebben hoe de Militairen van dit Guarnisoen, wanneer door ziekte aangetast en dus na het Hospitaal ter geneezing overgebragt wierden, ook meestendeels door eene gelijke plaatzing oppassing en behandeling, onder en met de geenen die van de Scheepen aankomen besmet geraakten met de Epidemicque ziektens, die zodanige Scheepelingen ten hospitale aan bragten, waardoor veele van hun, voor dewelke anderzints geen off wijnig gevaar uit derzelver oorspronkelyke krankheeden te vreesen was, dodelijk aangetast en ten grave gerukt wierden; dat hij Collonel het uit dien hoofde zeer noodzakelijk agtende, dat ter verhoedinge van eene zo nadeelige besmettingen gepaste schikkingen wierden gemaakt, hierop de aandagt dezer vergadering verzogt: Het geen overwoogen weezende, is besloten alle de zieken uit dit Guarnisoen voortaan te doen separeeren van de geenen die met de Scheepen aangebragt werden; en vermits deeze separatie niet plaas grijpen kan, zonder groot hinder toe te brengen aan de behandelingen der zieken van de Scheepen wanneer dezelve Chirurgijns ook daartoe gehouden zouden weezen, de afgezonderde Patienten van’t Guarnisoen te bedienen behalven dat ook tot de resp:ve militaire Bezettingen ende wijd afgeleegene oostelijke Baaije allernoodzakelijkst ten minsten Twee Chirurgijns werden gevordert, is teevens ten dien fine als Chirurgijn Major van’t guarnisoen aangesteld, en in dienst genomen den Medicinæ Doctor Hendrik le Suëur, onder eene gagie van ƒ60: ‘S Maands, mitsg:s tot onder chirurgijns bij hetzelve garnisoen en dus tot het departement van ged: Chirurgijn Major, om bij de gem: militairen bezettingen te adsisteeren, Carel Lodewijk Spindelin en Christiaan Zweintholt.
Vermits de Hoeker Catwijk aan Rhijn in de Baaij Fals gereed legt om een aldaar in genomene Lading uit de indezelve Baaij met het Schip ‘T Zeepaard aangebragte goederen, herwaards over te brengen, is tot vervulling van het Bevelhebberschap op dezelve in steede van den op ‘T Huijs te Spijk verplaatsten Gezaghebber Christ:n Stuur aangesteld den Gezaghebber Daniël Haas, wiens stil gestaan hebbende gagie mits dien weeder voortgang neemen zal, voor zo lange hij syn dienst zal komen te presteeren.
Verders is aan de weeduwe van wijlen den burger Thomas Drijer op haar ten dien eynde gedaan verzoek geaccordeert de vernieuwing der Erfpagt voor Vijfthien Jaren van een Stuk Lands groot Elff Morgen en Twee Hondert quadraat Roeden, gel: in de Tijgerbergen annex haar Eijgendoms plaats, zynde op den 20 Maart 1764 aan den burger David de Villiers, de Jonge voor Vyfthien Jaren in Erfpagt vergund en in diervoegen door Cessie bij haar bezeeten geweest, welke vernieuwing overzulx ingaan zal zeedert 20 Maart 1779 en voor welken intusschen g’Expireerden tijd zij de agterstallige recognitie van Rd:s 5 1/2 Jaars, aan d’ E Comp:ie zal hebben te voldoen.
Door den Heere Gouverneur wierd vervolgens ter vergaderinge geproduceerd een brief aan syn Edele geaddresseerd door Twee der burger Ingezeetenen van den Hantam met namen David Fredrik Straus en Johannes Matthias Straus, behelzende berigt dat nu onlangs alleen in dat veld van eenige dier Ingezeetenen door de Stropende Bosjesmans Hottentotten ruim 1200: Schapen en circa 150 Runderen geroofd en vernield, Een knegt en Vier dienende Hottentotten vermoord, en van dezelve Een Snaphaan, neevens eenig kruit en kogels weggevoerd waren geworden: Dat reeds Ses Huijsgezinnen van derzelver plaatzen aldaar gevlugt zijnde wanneer ‘er geen hulpe quam, ook d’overige uit den Hamtam en het naastbij geleegene bokkeveld , de wijk zouden moeten neemen; waar om dezelve ootmoedig om bijstand verzogten. En is hier op in aanmerkinge genomen, dat niet alleen in de gemelde velden, maar ook in het Cambdebo , het nieuwevelds gebergte de Swarte Berg , de zoogenaamde Ruggens , Sneeuwbergen agter de Bruinshoogte en andere contrijen, die aan den inval der Bosjesmans Hottentotten bloot gesteld zijn, derzelver moord en rooff zeedert eenigen tijd zo sterk gewoed heeft, dat na men zeeker g’informeerd is, reeds verschijdene Familiën derzelver plaatzen verlaten, en tot over de grote Visch Rivier in het Land der Caffers geweeken zijn: dat aan deeze Roverijen voornamentlijk moet werden toegeschreeven dat hoe zeer men gehoopt had, met het eijndigen van den oorlog ook de duurte van’t Slagtvee te zullen zien afneemen de prijs daarvan inteegendeel nog even hoog blijft. Dat schoon het wel waar zij dat veele Huijsgezinnen in die velden binnen wijnig tijds daar door tot Jammerlijke omstandigheeden staan te werden gebragt. Het eenigste middel ter redding en om zulx te verhoeden ondertusschen deeze is, dat bij de Ingezeetenen in die velden steeds werden onderhouden de ingevoerde gereegelde Commandos om bij aanhoudendheid teegens dezelve Stropende Hottentotten uit te trekken en hun te vervolgen: dan dat zulx bevonden zijnde meer en meer te werden veronagtzaamd eensdeels door de parthijdigheijd die de veldwagtmeesters zelve in’t Commandeeren der Ingezeetenen betonen, en andersdeels door manquement aan authoriteit om de nalaatige behoorlijk te corrigeeren, men daarop wel heeft getragt zulx provisioneel te remedieeren, met het aanstellen van veld Commandanten over die Contrijen, en het toevoegen van den Rang als burger Lieutenants en Vaandrigs aan dezelve dog dat ondervonden werd hoe deeze almeede nog van parthijdigheid zig onthouden, nog het vermogen bezitten of oeffenen kunnen, om de onwillige na mérites te berechten als te wijd geleegen zijnde van de Stellenbosche of Swellendamse Drosdijen, waar onder die velden sorteeren; Dat dus om eens een eijnde van de klagten te kunnen verwagten, en voor te koomen dat niet d’ overige Ingezeetenen uit de voorsz: velden, meer en meer zig na’t Land der Caffers begeeven, en dus d’ E Comp:ie ontzetten van het considerable inkomen der recognitie penningen die derzelver leeningsplaatzen opleeveren, om ook niet zeeker in’t geval te komen dat de Caffers die Ingezeetenen van daar verdrijvende, op nieuw met deeze volkrijke dog vreedzame Natie de vyandelijkheeden werden begonnen, die op eene wreede wijze teegens de zelve zijn geoeffend en eerst onlangs een eijnde genomen hebben. en boven al om te verhoeden dat niet vroeg of laat de eene of andere zeemogendheid, met dewelke onse Republicq in oorlog geraken mogt, het oog latende vallen op de Baaij a la Goa , dezelve van een gereegeld bestier ontbloote Ingezeetenen gereedelyk in hare belangen lokken daar meede eensklaps eene bloeijende Colonie voor zig g’Etabliseerd vinden en zo wel d E Comp:ie van hare inkomsten berove, als den van daar niet meer te ontbeerende toevoer van Slagtvee herwaards afsnijde, alle deeze reedenen t’zamen genomen, het ten uitterste noodzakelijk maken, dat in het Cambdebo als daartoe de beste Situatie zijnde, op even dezelve wijze, als aan Stellenbosch en Swellendam eene Magistrature werde op geregt, het geen ook op de door die Ingezeetenen zelve gereitereerde Instantiën met bijgevoegde ampele reedenen en verzoek tot qualificatie van weegens deeze Regeering aan de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren is voorgedragen geworden; Dan daar hoogst dezelve ingevolge het zeer geëerd aanschrijven van den 10 November 1780. dat voorstel niet zo zeer van de hand geweezen, als wel de dispositie op hetzelve om de toenmaals existerende inzigten op de zaken van dit Gouvernement voor eerst gesurcheerd hebben gelaten, dus men zeeker vertrouwen moet dat d’overweeging der nader bijgekomene omstandigheeden het besluit harer wel Edele Hoog Agtb: op dat Sujet nu tot eene favorable rijpheid zoude brengen om de opregting van eene zo aangeleegende drosdije te laten voortgang hebben en daartoe qualificatie te verleenen. In welken gevalle het egter moeijelijk vallen zoude om bij het ontfangen van dien direct een Perzoon te treffen tot het bekleeden van ‘t drost ampt en ‘t stabileeren der Magistrature in een zo wijd afgelegen oord, de vereischte hoedanigheden bezittende, zo dat tot het een en ander intusschen veel tijds zoude vereischen, waartoe d’ omstandigheeden der zaken niet meer geschikt zijn, is dierhalven na rijpe berading op dit alles besloten, bij eerste bequame geleegendheid en dat zig tot dien dienst van Landdrost een geschikt Sujet voordoen zal, het opregten der ged: Drosdije en Magistrature in’t Cambdebo in diervoegen als zulx bij Eerbiedig Letteren van den 1 Maart 1779 aan de Heeren Majores voorgedragen geworden is, onder hoogst derselven approbatie te bewerkstelligen, en hiervan bij naaste aan hoogst dezelve pligtschuldige kennisse te geeven, zullende intusschen den Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein aangeschreeven en gelast werden bij voorraad tot hulpe ten onderstand der door de bosjesmans Hottentotten vervolgd werdende Ingezeetenen, zodanige maatreegulen te nemen als met mogelijkheid geschieden kan.
Door het mede Lidt dezer vergaderinge en bij dezelve in den dienst van Secretaris fungeerende ondercoopman en pakhuismeester Oloff Godlieb de Wet, permissie verzogt zijnde, om desselfs request aan de Heeren Majores onder gunstige voorschrijven van hier te mogen presenteeren, tot onderdanigst verzoek om aangesteld en gefavoriseerd te werden tot de qualiteit en gagie van Coopman, is zulx aan denzelven g’accordeert: en zo mede aan den Winkelier Egbertus Bergh, en den Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein Hend:k Lodewijk Bletterman, op derzelver daartoe in geschrifte gedane verzoeken, ten eijnde op dezelve hunne resp:e bedieningen aan welgem: Heeren Majores insgelijx requesten te mogen aanbieden onder favorabel appuij dezer Regeeringe ter obtenue van de qualiteit en gagie als ondercooplieden: Terwijl belangende den Landdrost Bletterman aan hoogst gem: Heeren Meesteren zal werden verzogt dat, dewijl men gemeend heeft desselfs request zodanig te moeten voordragen, als hetzelve is vervattende, Het haar wel Edele Hoog Agtb: behagen moge, bij de dispositie over de rang Schikking der burger officieren reguard te neemen, op de consideratiën door deze Regeering bij Eerbiedige letteren van den 5:de Junij des voorL: Jaars met betrekking tot de resp:ve Landdrosten gesuppediteerd en mits dien ten opzigte der qualiteit van hem Landdrost zodanig favorabel te willen disponeeren, als na derselver hoge Wijsheid vermeenen zullen te behoren.
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 139-141.¶
Woensdag den {17850831} 31 Aug:s 1785.
alle præsent behalven den Coopman en Secretaris Oloff Marthini Bergh.
Na voorafgaande klokke geklep en uitroeping van den Bode op heden volgens jaarlijxe gewoonte getreeden zijnde tot de publicque Verpagting van de gemeene middelen en inkomsten dezes Gouvernements, volgens de daarvan geaffigeerde Billietten, zijn dezelve ingemeind geworden door de volgende Perzonen voor zodanige prijzen als daarbij zijn uitgedrukt te weeten
'T Moutbier | |||
Jan de Goede | ƒ3000:- | ||
Brandewijnen | |||
Eerste quart | Willem de Kruger | ƒ13000 | |
Tweede d:o | Marten Bateman | d:o 14000 | d:o 52950:- |
Derde d:o | d:o d:o | d:o 13000 | |
Vierde d:o | Simon Kijzer | d:o 12950 | |
Vaderlandse Bieren en Wijnen | |||
Simon Kijzer | d:o 800:- | ||
Caabse wijnen | |||
Eerste quart | Arend van Wieligh | ƒ15100:- | |
Tweede d:o | Jan And:s Bam | d:o 10500:- | |
Derde d:o | d:o d:o d:o | d:o 8500:- | |
Vierde d:o | Christaan Bam | d:o 9300:- | |
Welke vier Perceelen van de pagt der Caabsche koele wijnen vervolgens na den teneur dier pagt Conditiën weder opgeveild en afgeslagen weezende, zijn dezelve ingemeind geworden door den burger Jacobus Johannes van den Berg, die daar van generale Pagter is gebleeven voor eene Somma van | d:o 74500:- | ||
Caabse wijnen &:a aan't Ronde Bosje en Baaij Fals | |||
Pieter Zeeman | d:o 9400:- | ||
Koele en Brandewijnen aan Stellenbosch en Drakenstein | |||
Jan Rijnders | d:o 1100:- | ||
den Impost op de Wijn, Aracq en Brandewijn aan vreemde Naties geleeverd werdende | |||
Hendrik Andreas Truter | d:o 19000:- | ||
Zo dat de pagtpenningen in't geheel belopen | ƒ160'750:- |
'T Moutbier | |||
Jan de Goede | ƒ3000:- | ||
Brandewijnen | |||
Eerste quart | Willem de Kruger | ƒ13000 | |
Tweede d:o | Marten Bateman | d:o 14000 | d:o 52950:- |
Derde d:o | d:o d:o | d:o 13000 | |
Vierde d:o | Simon Kijzer | d:o 12950 | |
Vaderlandse Bieren en Wijnen | |||
Simon Kijzer | d:o 800:- | ||
Caabse wijnen | |||
Eerste quart | Arend van Wieligh | ƒ15100:- | |
Tweede d:o | Jan And:s Bam | d:o 10500:- | |
Derde d:o | d:o d:o d:o | d:o 8500:- | |
Vierde d:o | Christaan Bam | d:o 9300:- | |
Welke vier Perceelen van de pagt der Caabsche koele wijnen vervolgens na den teneur dier pagt Conditiën weder opgeveild en afgeslagen weezende, zijn dezelve ingemeind geworden door den burger Jacobus Johannes van den Berg, die daar van generale Pagter is gebleeven voor eene Somma van | d:o 74500:- | ||
Caabse wijnen &:a aan't Ronde Bosje en Baaij Fals | |||
Pieter Zeeman | d:o 9400:- | ||
Koele en Brandewijnen aan Stellenbosch en Drakenstein | |||
Jan Rijnders | d:o 1100:- | ||
den Impost op de Wijn, Aracq en Brandewijn aan vreemde Naties geleeverd werdende | |||
Hendrik Andreas Truter | d:o 19000:- | ||
Zo dat de pagtpenningen in't geheel belopen | ƒ160'750:- |
Waarna aan de van’t verongelukte Schip Brederode zig alhier bevindende Twee derdewaaks, Herm:s Barbier, en Hend:k van Rooijen op derzelver daartoe gedaan Verzoek is toegestaan, om met het ‘S Comp:s wegen ingehuurde Holl: part: Schip de Vrijheid na ‘t Patria te mogen vertrekken.
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare Voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
C. 169, pp. 142-152.¶
Dingsdag den {17850906} 6 Sept 1785.
‘S voormiddags alle present, behalven den Coopman en SeCretaris d’ E Oloff Martini Bergh.
Op het door den Chirurgijn van het Switzers Regiment de Meuron Philip Jacob Codemont bij request gedaan versoek, dat aan hem tot het aanleggen eener Pottebakkerij in Eijgendom mogt werden verleend, een gemeeten Stuk Erfs aan de voet van den Leeuwen Bil bij de weg naar ‘S Comp:s Steenformerij geleegen, ter groote van Een Honderd Vyff en Twintig quadraat roeden, is voor zoo verre Zulx tot dat eijnde, en mitsdien ten gerieve der Ingezeetenen zoude kunnen Strecken, mitsg:s om tot verhoeding der gevreesde ongeluCken van brand, aldaar te doen verplaatsen de Pottebakkerij die ged:e Codemont binnen het Caabse Vlek opgeregt had, aan denselven gepermitteerd, het gem: Erf te mogen aanwenden en betimmeren, met alle Zodanige gebouwen, als tot dezelve Pottebakkery werden verEijscht, zonder aan hem evenwel af te staan eenig regt van Eijgendom op dat Erf, ofte te verleenen de vrijheijd om hetzelve op eenigerley wijze te mogen veralieneeren, Zullende in teegendeel Wanneer men nodig vinden mogt, deese Verleende permissie te doen ophouden, en weeder in te treCken, de daarop als dan geConstrueerd zijnde gebouwen, onder Taxatie voor d’ E Comp:ie werden overgenomen.
Den Baas der Scheeps Timmerlieden alhier, Mijndert van Eijk, versoek gedaan hebbende, om mits d’ Expiratie van zijn verbonden tijd in gagie te mogen werden verhoogd tot ƒ60 ‘S maands, als meede dat aangesien de woning annex ‘S Comp:s Equipagie werf voor den Baas der Scheeps Timmerlieden geschikt geweest, in’ Jaar 1779 om de grond tot ander gebruijk aan te wenden, ontruijmd zijnde, zeedert dien tijd bij gem: Baas maandelijx 6 rijxd:s voor Huyshuur ‘S Comp:s weegen genoten is, voor welk bedragen egter, merkt den hogen prijs waartoe de huur der huysen zeedert meer en meer is geklommen, men geen bequame woning ter huijsvesting bekomen kan, ook de maandelijxe huijshuur penn: mogten werden vermeerderd, is aan denselven de versogte verbeetering van gagie g’accordeerd, en daarbij toegelegd een maandelijxe huijshuur van rijxd:s 12, om genoten te werden, voor so lange de woning voor den Baas der Scheepstimmerlieden niet zal weesen hersteld.
Sijnde wijders den Wagtmeester bij de Dragonder Lyfwagt van den heer gouverneur, Johan Coenraad Steyn, uyt Consideratie van de Continueele gereedheijd, die in zynen dienst te paard gevorderd werd, en dat mitsdien meer aan kleeding als andersints komt te benodigen dan een Sergeant onder de Infanterie, als ook uyt hoofde, denselven goed genoegen is geevende, op zijn gedaan versoek mits de aanstaande Expiratie van zijn verbonden tijd, in gagie verhoogd tot ƒ30: ‘S maands.
Na het welke, uijt aanmerkinge dat den ondercoopman en Posthouder in de Baaij Fals Christoffel Brand geduurende den laatst geeindigden oorlog niet alleen telkens bij het aanweezen der fransche konings Scheepen, aldaar de resp:ve Cheffs der Esquadres Capitains en anderen OffiCieren ten zynen private kosten gelogeerd en gedefroieerd, maar ook dikwerf ten gerieve derselve Scheepen met veel iever alle nodige diensten en behulpsaamheeden toegebragt heeft, en nog Continueel, wanneer bij ‘t aanweesen van ‘S Comp:s Scheepen in de gem:e Baay spoedig eenige benodigdheeden voor dezelve werd gevorderd, en ‘S Comp:s wagens en lastdieren niet by der hand zijn, zulx door syne eygene met het ondergaan van veel nadeel aan dezelve van hier derwaards doet overvoeren, zonder tot nu toe voor’t een of ander, eenige de minste vergoedinge te hebben genoten, bij geleegendheijd dat op heeden door zijn zoon Johannes HenriCus Brand, request wierd gepresenteerd, om in Eijgendom te mogen hebben zeeker veeplaats genaamd de kleijne riviers Valleij , geleegen onder ‘t DistriCt van Stellenbosch , op het voordragen van den Edelen Heer gouverneur, aan denzelven Johannes HenriCus Brand tot een DouCeur voor de gemelde door deszelfs vader gedane diensten de versogte plaats voor niet in Eijgendom is gegeeven.
En is vervolgens geleesen het door den Capitain Militair alhier Wilhelm Buissine gepresenteerd request, zijnde in Substantie van den volgende inhoude
Aan den Wel Edelen Gestrenge Heere Cornelis Jacob van de Graaff gouverneur van Cabo de Goede Hoop, en den ressorte van dien &:a &:a &:a beneevens den E Agtb: Raad van Politie.
‘Wel Edele Gestr Heer en E Agtbaare Heeren’
‘Geeft reverentelijk te kennen Uwe Wel Edele Gestrenge en E Agtb:rens seer onderdanige Dienaar Wilhelm Buissine geboortig van Hanou , zijnde door Heeren Majores in Europa op den 30:e DeCember 1782: tot Capitain Militair voor ‘t guarnisoen alhier aangesteld, met een maandelijxe gagie van ƒ80:- Hoedat den Suppliant in November 1783 hier aangekomen, bevonden hebbende dat alle militaire Capitainen /:Selfs den Capitain Fredrik Burger, wiens Commissie van Jongere dato, dan die des Supplianten is,:/ alhier honderd ƒ gagie ‘S maands genoten, hij Supp:lt als dien aan den wel Edelen Gestr: heere van Plettenberg en E Agtb Raad had requeste gepresenteerd, en needrigst versogt, om dezelfde gagie van ƒ100 ‘S maands te mogen genieten; dat gemelde requeste aan Heeren Majores naar Europa was overgesonden, maar dat tot nog toe daar geen resolutie op was gevolgt: En terwijl de resolutie uyt Europa af te wagten /: vooral in den teegenwoordigen duuren tijd alhier:/ zeer tot nadeel van den Supp:lt en deszelfs te onderhouden familie is strekkende, zoo neemd den Supp:lt de vrijheyd Uw Wel Edele Gestr en E Agtb onderdanigst te SuppliCeeren, dat het Uw Wel Edele Gestr: en E Agtb: gelieve te behagen, hem Supp:lt de alhier gewonne gagie van ƒ100 ‘S Md:s meede gunstiglijk te laten genieten.’
’/:onderstond:/ ‘T welk doende &:a /:was geteekend:/ W: Buissine /:in margine Cabo de goede Hoop den. [.....]’
Waar over gedelibereerd en in aanmerking genomen zijnde, dat den Supp:lt met dezelfs huijsgezin, gemerkt de aanhoudende duurte der leevensmiddelen, zeer beswaarlijk vande thans bij hem gewonnen werdende gagie desselfs Subsistentie kan erlangen, gelyk de andere meede alhier guarnisoen houdende Cap:ns militair reeds de gagie van ƒ100: ‘S m:ds genietende, is aan denselven de versogte verhoging van maandgelden tot ƒ100: p:r maand, onder approbatie van de Wel Edele Hoog Agtb Heeren Bewindhebberen, geaccordeerd:
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 153-169.¶
Vrijdag den {17850909} 9:e Septbr: 1785.
‘S voormiddags alle present, behalven den Coopman en SeCretaris d’ E Oloff Martini Bergh
Het Schip ‘T Huys te Spijk , het welk op den 12:e der Jongstvoorleedene maand Augustus uyt de Baaij Fals vertroCken was, om volgens besluyt van den 12:e Januarij deeses Jaars, met een lading wijnen, en andere goederen na Batavia te steevenen, op den 6:e deeser alhier te rug gekeerd sijnde, wierd door den heere gouverneur ter vergadering in overweeging gebragt, de Resolutie des weegen op den 20 derselver maand Augustus bij de gezamentlijke offiCieren van dien bodem genomen, en door den gesaghebber Sijbrand Waarland aan sijn Ed:e overgegeeven luijdende als volgd
‘Resolutie genomen in den Scheepsraad op ‘S E Comp:s Schip ‘T Huijs te Spijk ‘
‘Nademaal op den 18 Augustus 1785: Seijlende op den Z B: van 37:° O:, en lengte 40° O, kwam den Stuurman Camp mijn raporteeren, als dan ‘t Schip in’t ruijm, zoo schriCkelyk beweeging maakten, ik gaan terstond met den opper Timmerman om ‘t Zelve te besien, bevonden dat de balken in het midden, zoo voor als agter de groote luijk, meer dan een voet over en weer gingen, dat een aller vreeselykst vertooning was, als meede de wijgering die open en toe ging, geduurig met het overhaalen die zeer wijnig was, want men hadden mooij weer, men lensten thans voor de Fok om, om deese reeden, dat men het Schip niet kon vorsseeren, want aan weerzyden van de voorsteeven, was een Swaare Leccagie, men moeste geduurig met de voorpomp en een agter pompen, den 19:e dito ‘S morgens gaan weeder in ‘t ruym, zien de beweeging nog Sterker, thans zeijlden men voor de Fok en de marszls van drie reeven, na de middag ten vijff Uuren de wint na ‘t Z W:t a Z ZW:t en Zuijd, labbr Coelte, Leijden tans dwars Zeels waardoor ‘t Schip zwaar overhaalden ‘S morgens den 20:ste d:o doende om ‘t groot want aan te Zetten, kwam den opper Timmerman mijn vragen met hem in’t ruijm te gaan, ‘t welk op stond ook deeden, daar sijnde seijde gem: teegens mijn, ‘t is thans stil en goed weer, nu ziet men hoe ‘t los werkt, wat zou er van koomen wanneer men voor een Stijve koelte mogte seijlen, of in ‘t geheel moesten bij draaijen, ik zweere U toe dat het niet kan uythouden, op dek gaande Stuurde direCt om laag alle de offiCieren, zoo wel van agter op als de Dek offiCieren, gem: hebbe ‘t Zelve besigtigd, en mijn daar rapporten van gedaan, Als Volgt’
‘Dat ‘t Schip bij ‘t eerste Swaare Weer, in’t midden moeste breeken, terwijl dat de bouten die in ‘t ruijm, door de knien zat, alle los waaren, en dat de bouten tusschen deks, die door de nieuwe kat Spoeren, of Sluytbalken ook loswerkten, dus heb ik de ondergeteekende, bij mijn laten roepen, en Scheepsraad doen beleggen en hun deese rapporten voorgeslagen, die alle eenparig Staande hielden dat wanneer men Swaare weer mogt krijgen, dat men onvermeijdelijk te wagten had, ‘t Schip niet in staat was, van te kunnen uithouden, dit seggende heb ik gevraagd of daar eene Sjorring niet aan konden helpen, dat dit wel plaats hadden in een Schip, dat boven Water Zwak was, antwoorde mijn de meeste offiCieren als ook den opper Timmerman, maar geenzints in dit geval om reeden ‘t onder water was:’
‘Dus resolveerden Eenparig om weeder te rug te keeren, eer men verder af was, om dan niet in Staat te kunnen zijn, een van ‘S E Comp:s haavens te kunnen bezeijlen.’
‘Al het voorschreeven betuijgen wij de Suijvere waarheijd te seijn, En konnen zulx ten allen tyden met Solemneelen Eede bevestigen.’
’/:onderstond:/’
‘ACtum en Besloten in Voorm: Bodem deezen 20:e Augustus 1785 /:was geteekend:/ Cap:n Luyt:t C: de Cerff, Eerste Luyt:t P: V: D: Boogaard, Sous Lieut:t P:s Kam, oppertimmerman J: Schreuder, bootsman Pitte Knudsör, Schieman Hendrik Goggel. /: in margine:/ mij present /:geteekend:/ S: Waarland:’
En is na Examinatie derselve bevonden de daarbij opgegeevene Slegte gesteldheijd dier kiel, niet alleen te strijden teegen het geen door den daarop bescheijden geweest zijnde gesaghebber Christiaan Stuur omtrend dezelve na de gedane reijse van hier na Baaij Fals aan den Heere gouverneur is gerapporteerd, zijnde van inhoude
‘Memorie aan den Wel Edelen Gestr Heer Cornelis Jacob van de Graaff, gouverneur en DireCteur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien’
‘Wel Edele Gestr Heer!’
‘Geeft met alle verschuldigde Eerbied te kennen den ondergeteekende, wien ‘t Commando als Capitain op ‘S Comp:s Schip ‘T Huys te Spijk is toebetrouwd.’
‘Als dat ik op den 17 maij van de Caabse rheede ben vertroCken, gedestineerd na Baaij Falso , alwaar ik op Dingsdag den 24 d:o ‘S avonds om 11 Uuren, door Contrarie wind, genoodzaakt ben geworden, onder ‘S Comp:s Thuyn aldaar ten anker te komen, ‘S daags daar aan volgende de wind N: W:t zijnde geprobeert om met laveeren de Simons baaij te besijlen, egter mij mislukt alzoo ik genoodzaakt ben geweest op gem: plaatz weeder te ankeren terwijl het grootmars zeijl is komen te Scheuren, en gedeeltelijk weg te vliegen, ‘t groot Zeijl, kruys Zeyl, Bezaan, kluyven en stagzeils, zig alle in de na den hebben begeeven door Slegtheyd en verrotheyd der naden &:a verleegentheijd of oudheyd der zeylen.’
‘Met den avond de wind sterk uyt den N: W:ten aanneemende genoodsaakt zynde om ‘t Thuy anker meede te laten vallen, en dus blyvende leggen, heb ik heeden morgen om 3 Uuren gemelde ankers geligt, en bevond de hand digt bij ‘t Schagt van ‘t daags anker af te sijn, en de voorlooper van ‘t daags touw, ten eenemaal uijt zijn kragt gerukt.’
‘Overigens is het Schip digt en wel geweest, en heeft zig in allen deelen goed gecomporteerd.’
‘Waarmeede de Eere heb, na mij in Uw Wel Edele Gestr: gunst en proteCtie bestens aangereCommandeerd te hebben, met de uytterste Submissie onderteekend, in de hoedanigheijd van’
’/: onderstond:/’
‘Wel Edele Gestr: Heer, Uw Wel Edele Gestr: Zeer ootmoedige Dienaar /:was geteekend:/ And:s Christiaan Stuur /:in margine:/ ‘T Schip ‘T Huys te Spijk , leggende in de Simonsbaay den 27: Maij 1785.’
maar ook geensints over een te koomen, nog met het rapport door den hetzelve Schip mede gecommandeerd hebbende Capitain Christiaan van Veerden, bij deszelfs te rug komst van ‘t Eyland Mauritius gedaan, nog met het berigt door den E Equipagie meester Justinus van Gennep en verdere Zeekundigen, in dato 8 January deeses Jaars op de aan dezelve gedemandeerde Examinatie van ‘t even gem: rapport en verdere bijgevoegde requisiten ingediend als welk laatste wel Expresselijk is meede brengende, dat wanneer aan ‘t gem: Schip zoude weesen g’EffeCtueerd de bij dat berigt opgegeevene reparatiën, volgens Sustenue van hun gecommitteerdens, hetzelve met volkomen gerustheijd, een lading wijn zoude kunnen inneemen, en na Indien overvoeren, alwaar dien Bodem nog verscheidene Jaaren tot de Inlandse vaart en handel voor d’ E Comp:ie zoude kunnen werden geEmploijeerd.
Waarop Eenparig beslooten is den E Equipagie meester Justinus van Gennep, neevens de Capitains Jan Siereveld en Christiaan van Veerden mitsg:s den gezaghebber van den hoeker Catwijk aan Rhijn , Daniel Haas Expresselijk te Committeeren, gelijk dezelve gecommitteerd werden bij deesen omme geadsisteerd met den Baas der Scheeps Timmerlieden van ‘S Comp:s werf alhier Meyndert van Eijk, en den opper Timmerman van gem: Hoeker Catwyk aan Rhyn , het voorm Schip ‘T huys te Spijk op het nauwkeurigste te Examineeren en na te gaan
-
Of aan dien Bodem waarlyk bevonden werden de gebreeken, die by de voorsz: resolutie der Scheeps offiCieren opgegeeven werden.
-
Of dezelve gebreeken zyn zo vehement, en dus van dien aart, dat daar door met grond het opgegeeven onheijl gedugt, en de gezamentlijke offiCieren dus in de noodsakelykheijd zijn geweest, tot het neemen van een besluijt, om met dien Bodem na herwaards te rug te keeren
-
De oorzaken waardoor dezelve gebreeken zoo Subietelijk zouden weesen ontstaan
-
Of dezelve daar zynde, geene middelen van Reparatie zyn in’t Werk te stellen, ten eijnde dat Schip met de inhebbende lading weeder gerustelijk de reijse te doen hervatten, dan wel hoedanig anderzints ten meesten nutte der E Comp:ie met hetzelve zoude dienen te werden gehandeld:
Sullende door hun gecommitteerdens daarvan vervolgens nauwkeurig opgaaf en berigt moeten werden gedaan in geschrifte: Terwyl aan dezelve om het een en ander des te beeter te kunnen nagaan en ondersoeken, zullen moeten werden ter hand gesteld Copijen van het bovengen:e in dato 8 January deeses Jaars gedaan berigt, en van het rapport van gem: Capitain Van Veerden.
Door den Heere Gouverneur wierd vervolgens aan de vergadering gecommuniCeerd, dat van den in de Houtbaay woonende Burger [......] Bierman, op den 2: deezer berigt ingekomen zijnde, aangaande het arrivement ten zelven dage aldaar van het partiCulier frans Brigantyn Scheepje le Mosambicq , het welk door gebrek aan water en ziekte onder d’ Equipagie zig genoodsaakt gevonden had, in de gem: baay ten anker te komen, zijn Edele op die tyding had gepermitteerd, dat het nodig water, voor dat Scheepje aldaar mogt werden genomen, om hetzelve verder iets behoevende, daar meede na deese rheede te kunnen komen of de Baaij fals te verkiesen, dan dat zyn Edele nadere Informatie bekomen had, dat SchiCkingen gemaakt waren, ten eijnde hetzelve Scheepje in die Baaij zodanig te proviandeeren, dat de reyse van daar verder konde werden voortgeset. Dat dewijl daar door en uyt de Situatie van dezelve Baaij, die tot nog toe met zulk een oogmerk niet besogt is geworden, en ook door de Zeelieden ligtelijk te menageeren is, bij de vreemde natien geleegendheijd zoude kunnen werden genomen, om onder voorwendsel van relache, dezelve tot het bedrijven van smokkelerij te misbruijken, zijn Edele om Zulx met eens af te snijden, dadelijk ordre gesteld had om het proviandeeren van dat Scheepje aldaar te beletten, Met welke opinie en gestelde ordre van den heere gouverneur de Leeden des Raads zig ook volkoomen hebben geConformeerd. En vermits welgem: heere Gouverneur meede te kennen gaf, dat den Cap:n van ‘t meerm: Scheepje op het verneemen van de gez: arrangementen deese morgen aan syn Edele bij missive te kennen had gegeeven, vermits niet meer dan drie man van zijn Equipagie nog op de been had, onmogelijk in staat te sijn, om ten einde aan syn Ed: intentie te voldoen, zo spoedig uyt de voorsz: Baay te vertreCken, is oversulx op dat gesegde allesints nodige ordre niet buyten EffeCt mogt geraken, goedgevonden, aan denselven Ses of agt man van d’ Equipagie werf te laten toekomen om’t Scheepje hier ter rheede te kunnen overbrengen
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten Daage en Jaare Voorsz:
[Signed:] C: J: van den Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 170-175.¶
Dingsdag den {17851004} 4 OCtb:r 1785
‘S Voormiddags alle present behalven den Coopman en SeCretaris d’ E Oloff Martini Bergh
Door d’ E E Cooplieden en meede Leeden der Vergaderinge, Adriaan van Schoor en M:r Jacobus Johannes le Sueur, die als geCommitteerdens, neevens fungeerende Burgerraaden hebben gevaCeerd, omme volgens Jaarlijx gebruijk weederom te formeeren eene nieuwe quotisatie rolle voor deesen Jaare 1785:, ingediend sijnde het volgende berigt
Aan den Wel Edelen Gestrengen Heere Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en DireCteur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &:a &:a &:a beneevens den E Agtb: Raad van Politie.
‘Wel Edele Gestr Heer en E Agtb: Heeren!’
‘D’ ondergeteekende Cooplieden en meede Leeden Uyt Uwer Wel Edele Gestr: en E Agtb: Vergadering, gecommitteerd volgens Jaarlijx gewoonte, weederom hebbende gevaceerd, met ende beneevens fungeerende Burgerraden deeser plaatse tot het nasien en formeeren eener nieuwe quotisatie rolle, zoo van ‘S E Comp:s Dienaren als Burgeren, voor deesen Jaare 1785 ten eijnde te reguleeren de vermeerdering of vermindering, dewelke naar de Constitutie en veranderinge van tijden en ijders omstandigheeden, naar hunne gedagten zoude behooren plaatse te hebben, mitsg:s te taxeeren en belasten alle zodanige der Dienaren en Burgers die te vooren nimmer zijn getaxeerd ofte belast geweest, hebben derhalven provisioneelyk en onder Uwe Wel Edele Gestr en E Agtb g’Eerde approbatie, de verandering daar omtrend, mitsg:s de nieuwe belasting van de geenen die nog nimmer belast zyn geworden, zodanig gereguleerd en bepaald, als men met reedelykheijd, mitsg:s met de gesteldheyd van ieders vermogen, zoo verre zulx immers met eenige mogelijkheijd heeft kunnen werden nagegaan, heeft vermeend het meest overeenkomstig te zyn, gelijk zulx by eenen deezen geannexeerde Lyst SpeCifice is opgegeeven, en aangeteekend, Terwijl d’ ondergeteekendens de finale dispositie hier omtrend aan Uwe Wel Edele Gestr en E Agtb overlaatende, d’ Eere hebben met de meeste Eerbied zig te noemen’
’/:onderstond:/’
‘Wel Edele Gestr Heer en E Agtb Heeren, Uwer Wel Edele Gestr en E Agtb ootmoedige Dienaren /: was geteekend:/ A: V: Schoor, J: J: Le Sueur, J: H: Munnik, Joh:s Smuts, J:n C:d Gie /: lager:/ mij present :/ geteek:d :/ J: M: Horak Eg Clercq /: in margine:/ Cabo de Goede Hoop den 24 Septb: 1785:’
Is, na resumptie van hetzelve berigt en daar neevens overgelegde Lyste, verstaan dezelve Taxatie ten vollen te approbeeren, en mits dien Burgerraaden voormeld te qualifiCeeren tot den ontfangst der voorschreeve quotisatie penningen, volgens de over gelegde Lijst.
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage, en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 176-241.¶
Dingsdag den {17851011} 11 OCtb:r 1785
‘S Voormiddags alle present behalven den Coopman en SeCretaris d’ E Oloff Martini Bergh
Met het zeedert eenige dagen alhier g’arriveerd portugeesch Schip l’ Estrella d’ Afrique aangebragt zynde, een Cargasoen van 259 Mosambicqse Slaven, omme volgens het voorneemen van den Capitain van dat Schip, Manuel Justiniano das Neves, alhier te werden verkogt, is ten dien belange in aanmerkinge genomen, dat hoe zeer uijt hoofde van het zeer slegt vooruytsigt, omtrend den aanstaanden graan ougst, behoorde te werden gemenageerd, de vermeerdering der monden in deese Colonie, dewyl egter de toegenomen meenigte der Inwoonderen, een zoo veel te Sterker Culture van granen komt te vorderen, en even daartoe ook een Zoo veel te grooter aantal van Slaven werd verEyscht, zoo dat daar nog veele Landlieden deselve tot voortsetting van den graanbouw zyn ontbeerende, het omsetten van dat aangebragt getal alhier door dien verschillende zoorten van landlieden, zig daarvan komen te voorsien, en dezelve dus, deels wyd heen vervoerd werdende, de overige op de graan, of andere produCten uytleeverende plaatsen, door de nauwe bepaling van voedsel voor de slaven teegen het nut dat den landbouw daar door zoude werden toegebragt, geen objeCt van eenig aanbelang in de Consumptie over het algemeen komt uyt te leeveren; maar dat den invoer derselve verder gelijk voor de Colonie zoude kunnen zijn, by aldien de verkoping aan partiCulieren toegelaten wierd, en daar door in de nog maar al te zeer heerschende Schaarsheyd aan Contanten penningen, weeder een aansienlyke Somma ten lande uytgevoerd wierd, gelyk ongeagt alle mogelijke voorsorgen ondervonden werd, dat bij diergelyke geleegendheeden op eene Clandestine wijse geschied, en dat dus zoo wel om diergelyke Schadelyken Uytvoer van Contanten penningen te prævenieeren, als om voor d’ E: Comp:ie eenig voordeel te behalen, zoo als met goed Succes een en andermaal ondernomen geworden is, in dit geval geen beeter en favorabeler Expedient over blyft, als de voorsz: Slaven ‘S Comp:s weegen in te koopen; uijt welken hoofde dan ook op de propositie van den heere gouverneur hiertoe met eenparigheyd besloten Weesende, is het voorsz: Carguasoen Slaven, Except 65 derselver die by visitatie bevonden zyn ziek, uytgeteerd of vermagerd te weesen, ‘S comp:s weegen van voorm: Cap:n Justiniano ingekogt, teegens 110 Spaanse matten ieder, de Spaanse mat gereekend teegens 54: Stv:s makende dus voor de overige 194: Slaven eene Somma van ƒ57618 hollands Courant, omme geliquideerd te werden, met assignatien op d’ E Comp:ie, betaalbaar na Ses maanden Zicht; Zijnde teevens goed gevonden, dezelve ingekogte Slaven op Dingsdag den 8:e der aanstaande maand November by publicque vendutie weederom aan de meestbiedende te gelde te maken, en ten dien eynde alomme zoo hier aan de Caab, als in de buyten distriCten, de nodige billietten te doen affigeeren, waarby aan de kopers ter voldoeninge zal werden gelaten een Termeijn van Vier a Vijf maanden.
Waarna geresumeerd zynde, het door Landdrost en Heemraaden van Stellenbosch en Drakensteyn , ter voldoeninge aan het besluyt deeses Raads in dato 17: Juny laatstl: ingediend berigt, nopens de beswaarnissen, die den Landbouwer Andries Bernardus du Toit by desself ten dien dage gepresenteerd request heeft voortgebragt, luydende
Aan den Wel Edelen Gestr heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur van Cabo de Goede Hoop en den Ressorte van dien &:a &:a &:a beneevens den Ed: Agtb Politcquen Raad
‘Wel Edele Gestrenge Heere en Ed: Agtb: Heeren’
‘Ter pligtschuldige voldoening aan de zeer geeerde ordre Uwer Wel Edele Gestr: en Ed: Agtb: vervat by Seekere ExtraCt resolutie de dato 17: Junij 1785:, gesteld in handen van Land-drost en Heemraden alhier, neevens Copia eener door den Burger Andries Bernardus du Toit aan Uw Wel Ed Gestr en Ed Agtb ingeleeverd request, ten eynde daarop te dienen van berigt, wat ‘er eygentlyk zy van de beswaarnissen die in ‘t gem request zyn ter needer gesteld; hebben d’ ondergeteekendens d’ Eer, en neemen mits deesen de Vrijheijd vooraf te remarqueeren, ten Uyttersten te Zijn gesurpreneerd, hoe denzelven du Toit zig heeft durven verstouten ter disse Uwer Wel Edele Gestr en E Agtb: te brengen, een dusdanig Schriftuur, niet alleen strydende teegens de Waarheijd in de questieuse Zaak, tusschen hem du Toit en Van der Merwe, maar zelfs moet de pennevoerder de Zaak verkeerd sijn aangebragt, Wanneer hij mentie maakt, van het geen verder tusschen hem du Toit met relatie tot dit Collegie en den SeCretaris is voorgevallen, alzoo daarin niets dat na waarheyd overheld, leyd opgesloten, Edog den gem:e burger du Toit zal ongetwyffeld hebben te gemoed gesien, dat een zoo verregaande brutaal gedoente, als waaraan hij zig /: ten opsigte van dit Collegie:/ reeds had Schuldig gemaakt, geene andere gevolgen zoude kunnen hebben, dan dat dit Collegie genoodsaakt wierd, de dreygenmenten, waarmeede hij een en andermaal vrugteloos is bedreygd geworden na te koomen; gelyk te zien uyt ‘t ExtraCt L: L:, dan om niet te wydloopig te zijn, zullen de ondergeteekendens tragten zoo kort doenlijk Uw Wel Edele Gestr: en Ed Agtb de zaak in questie open te leggen, en zeggen.’
‘Dat door den Burger David van der Merwe Roelofsz: op den 20 DeCbr: 1775 voor der ondergeteek Collegie betroCken geworden Zijnde den Burger Guilliam du Toit vader van voorsz: Andries Bernardus du Toit teegens dewelken door voorn:de Van der Merwe ten zelven dage wierd geconcludeerd tot het onbebouwd laten leggen van Zodanig stuk lands, als neevens hem van der Merwe’s plaats geleegen is, over het welk het water ten gebruyke aldaar ruym Tien Jaaren had gelopen, daar en teegen ten principalen door gem du Toit wierd gesustineerd, dat het land over het welk van der Merwe het water begeerde van die plaats quam te zijn, die door zijn ouders in Eijgendom beseeten en beploegd geweest zijnde, hy dus als Eygenaar derzelve daarvan ook dat gebruyk Wilde maken, zonder verpligt te zijn een Waterloop door hetzelve te moeten gedogen, waar na door van der Merwe wierd bevestigd zijn plaats op dat water aangelegd, en dezelve aldus te zijn gekogt, dus van dat regt geen afstand te kunnen doen, te meer daar zyn van der Merwe wyngaard eygentlijk op dat water aangelegd zynde, daarvan als nu zullende werden gepriveerd, daar door merkelyke Schade zoude komen te leijden, dan terwyl de aangewende pogingen tot een vergelyk vrugteloos waren, hebben d’ ondergeteek:den daarop teegens den 24: Febr: 1776 eene Commissie gedeCerneerd, ten eynde nopens de zaak in questie Oculaire InspeCtie te neemen.’
‘Dat Land-drost en Vaceerende Heemraaden derzelven Commissie werkstellig gemaakt, en zig ter plaatse Contentieux hebbende begeeven, aan dezelve was komen te blyken dat niet alleen de gestelde hoekbaken van dat land teegen over het huys en de gebouwen van Voorsz: van der Merwe, en dus tot geen gering inconvenient in Zijn vrijheijd aldaar quam te streCken, maar dat denzelven ook de uytleyding van dat water /: die volgens de situatie van dat land niet anders dan over ‘t zelve en de daarop aangelegde wijngaard kan gebragt worden:/ zonder sijn merkelijke nadeel niet ontbeeren konde; zyn Parthyen intusschen tot een minnelyk accoord gekomen, en op fundament van welk accoord dan ook bij der ondergeteek:de Collegie Sub dato 4: Maart 1776, is gevonnist, gelyk zulx uyt het Copia vonnis en Copia rapport, bij deesen geannexeerd, breeder gedetailleerd, komt te Consteeren.’
‘Zeedert welken tijd Parthyen altoos in rust en vreede /: voor Zoo verre de ondergeteek:dens bewust sijn :/ verdragen, en zig ook volkoomen aan ‘t evengemelde vonnis hebben gehouden tot dat deszelfs Zoon, den in den hoofde deeses gem: burger Andries Bernardus du Toit, bezitter zynde geworden van zijn Vaders meerm: plaats, die niet lang na de koop direCt teegens ‘t voorsz: tusschen gem: zynen vader en van der Merwe gemaakte accoord kwam te handelen, met het graven eener Sloot, waar door hy van der Merwe merkelijk wierde gepræjudicieerd, ‘t geen hem Van der Merwe deede noodzaken, in vergadering van den 17 Juny 1784. desweegens bij dit Collegie zyne beswaarnissen in te brengen en maintenue te versoeken, hebbende als toen landdrost en Heemraaden goedgevonden, hem du Toit p:r missive te doen gelasten, dat hij de Sloot in questie ten eersten zoude hebben te dempen, en zig t’ onthouden van in ‘t minste teegens de meerm: Conventie en de daarbij bepaalde poinCten te handelen of te werk te gaan.’
‘Dan vervolgens in Steede van daar aan te voldoen, door meergem: du Toit aan den SeCretaris /: door wien amptshalven is gelast ‘t accoord na te gaan :/ eene missive gedagteekend 21 Juny 1784: deese meede annex L E wierd gesonden, waar in op eene gantsch onbevoegde wyse Zyne disobedientie ten dien opsigte duydelijk hadde doen blyken, hebbende als toen dit Collegie op de novo gedane klagten van meerm: van der Merwe, in vergadering van den 6 Septbr: daaraan, na dat gerepte du Toit nog een en andermaal door den Bode g’appoinCteerd dog onder nietige voorwendsels zig de behoorlijke obedientie zyns Competenten regters heeft soeken t’ onttreCken, eijndelyk goedgevonden en verstaan den SeCretaris te qualifiCeeren, opgem:e du Toit tot het onderhouden en Stiptelijk nakomen van ‘t meerm: gemaakt verdrag, en daarop alhier gedane uytspraak, sub dato 4 Maart 1776, te doen dagvaarden.’
‘Dan gem: du Toit, die als toen teegen den 4 OCtober wierd gedagvaard, niet gecompareerd zynde, heeft dit Collegie op versoek van den Eysscher toegestaan ‘t Eerste default en tweede Citatie, terwyl hij du Toit egter quam goed te vinden op den 8:e November daaraan, teegens welken dag hij was geciteerd te zenden, zeekeren Burger Broodryk die uyt kragte van eene door hem du Toit op hem verleende generale ProCuratie, Compareerde welk gemagtigde wierd van de hand geweesen, om reeden d’ InstruCtie van Landdrost en Heemraaden wel uytdruCkelijk komt te diCteeren,dat alhier de planozonder forme van ProCes enniet anders als de Luyden in Perzoon neevens de getuygen en blyken van Parthyen te hooren &:aende zulx alleen somtyds is toe gelaten geworden aan Luyden die hooge Jaaren hebben bereijkt, of weegens siekte belet wierden te kunnen verscheynen.’
‘Terwijl hij du Toit teegens den 6:e DeCember weeder gedagvaard synde, om zyn Eerste en Tweede default te purgeeren, ook niet was gecompareerd, wierd aan den Eysscher toegestaan ‘t derde default en vierde Citatie en teegens de volgende vergadering Ex Super abundanti te doen dagvaarden, wanneer denselven als toen verscheijnende quam over te leggen zeekere memorie, voor wendende, dat vermits hij zig niet wel konde ExpliCeeren, tot purge Zyner defaulten, ‘t zelve had ten papiere gesteld, ‘t geen geaccepteerd zynde, wierd hem als toen ‘t daarop geveld vonnis voorgeleesen, deesen bij gevoegd L:a R:, waarteegen hij sterk protesteerende quam in te brengen van een dusdanig vonnis, waaraan in deesen gecondemneerd wierd te voldoen, niet te hebben geweeten, is daarop goedgevonden hem copia derselve in handen te stellen, ten eynde zig daarna Stiptelyk te kunnen gedragen.’
‘Daar d’ ondergeteekendens zig als dan hadden geflatteerd, dat de zaak een eynde zoude hebben genomen, quam egter in volgende vergadering van den 7: Maart deezes Jaars ‘t Contrarie te blijken, wanneer op nieuws door van der Merwe wierde versoek gedaan, van te mogen werden gemaintineerd, alzo hem door du Toit persoonlyk was gezegd geworden, niet geneegen te syn aan het gem: vonnis te voldoen, is daarop goedgevonden hem Collegies weegen ten overvloede nogmaals aan te schryven dat, wanneer hy niet quam te obedieeren men genoodzaakt zoude sijn, hem als een onwillig Burger aan de Hooge Regeering deeses Lands voor te dragen.’
‘Wanneer in de daarop volgende vergadering van den 4: April op’t te kennen geeven van gem: van der Merwe, die hem du Toit den brief persoonlyk had overhandigd, bleek dat hy du Toit daaraan nog niet had voldaan, vond dit Collegie bovensdien goed, alvoorens tot het uytterste waar meede hy onlangs p:r missive was bedreygd, over te gaan, Twee Heemraaden te Committeeren, ten eynde oCulaire InspeCtie te neemen, of de beswaarnissen alhier van tyd tot tyd ingebragt, wel Conform de saak in qùestie bevonden werden mogten. In welk tusschen tijd gem: du Toit na het scheynd bevreesd geworden zynde dat zùlx zoude werden ter uytvoere gebragt en hy dus de gevolgen der aan hem gedane bedreyging aparentelyk zou komen te ondergaan, heeft denselven zig by requeste tot Uw WelEd Gestr: en Ed: Agtb: gewend, en daarby opgegeeven eene meenigte beswaarnisse, de welke hier vooren breedvoerig weederlegd en gesterkt zyn door de bygevoegde Copyen, behalven dat dezelve beswaarnissen by de duyzendste gevolgtreCking niet eens ten lasten van der ondergeteek: handelwyse kunnen werden getransfereerd, maar wel tot de bedreyging aan gem:e du Toit door d’ ondergeteekendens weegens zijn disobedient gedrag gedaan, en waartoe zij tot maintien van hun Collegie zijn genoodzaakt geworden.’
‘De ondergeteek:dens /: onder het Hoog wyser oordeel van Uwe Wel Edele Gestr en Ed Agtb:/ vermeenen, ingeval men al eens zoude willen stellen dat ‘er voor gem: Andries Bernardus du Toit een eenig beswaar met fundament by hetzelve request is geallegueerd, hetzelve nergens anders in te vinden zou zijn als in de quade Trouwe, waarmeede zijn vader Guilliam du Toit met hem heeft gehandeld, het welk egter geheel en al zo voor, als nog niet voldoende door hem is beweesen en in geenen deele der ondergeteekendens offiCie ConCerneerd.’
‘Dat d’ondergeteekendens dan eyndelijk volgens hun Eed en pligt na hun beste kennis en weetenschap sustineeren in de questieuse zaken van de vader van gem: du Toit en voorn:de van der Merwe, zoo wel als in de geschillen tusschen denzelven van der Merwe en laatst genoemde du Toit, gehandeld, en dezelve beslist te hebben zy ook van Uw WelEd Gestr: en Ed Agtb: æquiteyt verwagten, dat hier omtrend door Uw WelEd Gestr: en Ed Agtb: zodanig zal werden gehandeld als dezelven tot maintien van de ondergeteekendens Collegie uyt kragte van derselver hooge authoriteyt en tot Conservatie van de zo min nog overgeleevene Subordonnatie van een gedeelte moedwillige en ongehoorzame Ingezeetenen, zullen vinden en oordeelen te behooren.’
‘Waarmeede de ondergeteekendens verhoopende aan de geEerde ordres van Uw WelEd Gestr: en Ed: Agtb: by derselver op het door voorsz: Andries Bernardus du Toit gepresenteerd request, verleende provisioneele Dispositie te hebben voldaan, deesen laten dienen voor Eerbiedig berigt.’
‘Terwyl dezelve d’Eere hebben met ‘t diepst respeCt te blyven.’
’/:onderstond:/’
‘Wel Edele Gestr: Heer en Ed: Agtb: Heeren Uw Wel Ed Gestr en Ed Agtb: zeer onderdanige en Gehoorzame Dienaren /:was geteekend:/ H: L: Bletterman, E: Wium, J: De Villiers JZ, C: J: ACkerman, J: P: Roux, J: de Villiers AZ, A: Louw H Zoon, /: in margine:/ In Heemraads Vergadering aan Stellenbosch den 5 Septbr 1785.’
Is na resumptie van ‘t voorsz: berigt en de versellende StuCken, goedgevonden, het versogte van den Supp:lt Andries Bernardus du Toit te wysen van de hand.
Wyders is na overweeging dat de Militairen tot het bezetten der Mosselbaay , binnen korten derwaards staan te werden gedetaCheerd, voor den offiCier dien bezetting gearresteerd een ordre en Reglement van volgenden inhoude
‘Ordre en Reglement voor den Officier der militaire Bezetting in de Mosselbaay waarna denzelven zig by alle voorvallende geleegentheeden zal hebben te reguleeren.’
‘1:’
‘Den Commandeerenden Officier zal hebben zorge te dragen, dat zijne onderhebbende manschap steeds in een goede en striCte disCipline gehouden werd, en dat zij haar Wagten Wel Waarneemen, ten dien eijnde haar geweer kruyt en lood, dikwils doende visiteeren, op dat hetzelve altoos in goede Staat mag werden gevonden, zullende ten opsigte der disCipline zig verders hebben te gedragen aan zodanige ordres als hem in der tyd zullen werden ter hand gesteld.’
‘2:’
‘Zal ten minsten Tweemaal ‘S weeks of indien het geschieden kan, dagelijx, op de hoogtens daar zulx best te verneemen is, moeten werden gerecognosCeert en gade geslagen, wat ‘er in de naastbygeleegende Inhammen of langs de kusten omgaat, om van ‘t geene aldaar gebeuren mogt, na dat het belang der zake zulx vorderd, op het spoedigst dan wel langs de ordinaire wijse, herwaards Rapport te doen overkoomen.’
‘3:’
‘Ook zal nauwkeurig moeten werden uytgesien na de Scheepen die langs of in ‘t gesigt van de Cust passeeren, om zo dikwils ‘er geleegentheyd voorkomt by het rapport op te geeven, op welken datum zodanig Schip of Scheepen aldaar zyn gepasseerd, en wat men daaromtrend verkent en onderscheijden heeft.’
‘4:’
‘Indien een der E Comp:s Scheepen in de baay mogt komen te ankeren, zal moeten werden gedoogd dat den Bevelhebber van dat Schip ten dienste van hetzelve en d’ Equipagie zig van zodanige gerieflykheeden voorsiet als na geleegentheijd, immers genoten werden kan, met het toebrengen van alle mogelijke adsistentie door de besetting.’
‘5:’
‘En zal den Commandeerenden offiCier zig dadelyk zeer nauwkeurig hebben t’ informeeren op de reedenen die ‘er geweest zyn, om met dat Schip aldaar binnen te loopen verders meede op den toestand van ‘t Schip en d’ Equipagie, van waar en wanneer hetzelve is geseyld, waar heen gedestineerd, welke ontmoetingen op de reyse gehad, en of ook andere Scheepen vernomen heeft, en eenige nouvelles meede deelen kan, van al het welke, en zoo meede hoe lang het Schip aldaar staat te vertoeven, neevens het berigt dat den Bevelvoerder van ‘t Schip zelve herwaards zal hebben over te zenden, door een Expresse met allen haast, aan den ondergeteek: Gouverneur door denzelven rapport zal moeten werden gedaan.’
‘6:’
‘Even welke Informatien ook genomen, en daarvan met denzelven Spoed rapport zal moeten gedaan werden, zoo wanneer eenig Schip van vreemde Natien al daar de Baay komt in te loopen met bekendstelling zoo het een Schip of Freguat van oorlog is, van ‘t getal der Stucken Canon en der koppen’
‘7:’
‘Aan den Commandeerenden offiCier werd wel ernstig gerecommandeerd en gelast, aan geene vreemde natien hoegenaamd te permitteeren, om zig aldaar te ververschen, anders als in groote nood, en in allen gevalle als dan met verdubbelde attentie te waken, en te weeren, dat niemand van hun zig verder van ‘t Strand begeefd, als daar het wagthuys is gesteld, zoo als ook om zulx te verhoeden altoos een Schildwagt zal moeten geplaatst worden, daar men in de gesupponeerde nood met het vaartuijg aan land komen mogt, om verversching of water in te neemen.’
‘8:’
‘Om het landwaards inlopen dier vreemdelingen zoo veel te beeter te beletten, ingeval zodanig Schip zig in d’ omstandigheeden bevond van niet anders als na het genot van eenige ververschinge, weeder zee te kunnen kiesen, zal den Commandeerenden offiCier in persoon zelfs moeten opneemen, het geen hun daarvan zal nodig zijn, om verder na de Baaij Fals of de Tafelbaay te kunnen Steevenen, welkers hoeveelheyd ook alleen daartoe zal moeten geproportioneerd Syn, en waarvan den commandeerenden offiCier der Post, vervolgens aan de naast bij geleegende Ingezeetenen, door een dragonder zal hebben te laten Communicatie geeven, ten eynde dezelve geneegen weesende leeverantie van het zelve te doen afkomen kunnen om in deszelfs teegenswoordigheyd, zoo wel daar over te handelen, als de afleevering aan ‘t zeestrand te doen.’
‘9:’
‘Wanneer meer als een Schip de Baay komt inzeijlen, zal den offiCier voorm:d haastelyk mondeling rapport daarvan herwaards hebben te doen afgaan, met opgaaf van ‘t getal der Scheepen, en de vlagge die dezelve toonen, zullende wanneer dezelve vervolgens ankeren bij d’ eerste verscheyning aan land ook omtrend die Scheepen alle d’ informatien moeten genomen werden, die hiervooren opgegeeven zijn, om van alles insgelyx ten spoedigsten herwaards nader rapport over te senden, wanneer meede daarbij ten nauwsten zal moeten werden betragt, het geen hier te vooren ten opsigte der scheepen van vreemde Natien aanbevolen is.’
‘10:’
‘Zoo het gebeurde dat eenige Lieden van vreemde Naties Scheepen zouden tragten met geweld verder landwaards in te gaan, als de bepaling hier voren gemaakt is, zal zulx met geweld te keer gegaan en belet moeten worden.’
‘11:’
‘Indien eenige vreemd Schip in de Plettenbergs baay , anders de Baaij Content genaamd ten anker komen mogt, zal den Commandeerenden offiCier op d’ Eerste tyding dat een zodanig Schip aparent langer als agt dagen aldaar Staat te vertoeven, of dat onderstand aldaar verEyscht word, zig derwaards mogen begeeven met Twintig man van desselfs bezetting, om neevens de aldaar posthoudende manschap wagt te houden, en onse hier vooren gestelde ordres te betragten, waartoe denselven zig voor uyt zal moeten Spoeden, na de post in het Houteniqualand , ten eynde tot verder Transport der manschap die intusschen daar heen zullen moeten marCheeren aldaar te prepareeren de wagens en ‘t geen verder nodig zijn zal, zullende in zulken gevalle deeze Post in de Mosselbaay ondertusschen aan de zorge van den Sergeant der Bezetting overgelaten moeten werden, hem geevende zodanige ordres als verEyscht worden zal.’
‘12:’
‘Tot deeze Bezettingen zullen toegevoegd werden eenige Dragonders de welke vooral moeten dienen, om alle rapporten herwaards die eenige Spoed verEysschen van daar over te brengen, na de Drosdye van Swellendam , en zal den Dragonder die daartoe afgezonden werd, moeten voorsien weesen van Twee rijdpaarden, om zoo dikwils zulx nodig sal sijn, te verwisselen tot op Swellendam , alwaar hij syn rapport voor ons zal moeten overgeeven, aan den Land-drost en by sijn absentie aan den SeCretaris, die sorgen zal, om hetzelve verders met gelyke Spoed herwaards te doen afkoomen.’
‘13:’
‘Den Dragonder die den Commandeerenden offiCier ten eynde voorsz: afsend om in zijn afvaardiging niet opgehouden te worden, zal aan den Landdrost alleen een mondeling rapport overbrengen, van het geene ‘er gebeurd is, maar is ‘t dat men eenige hulpe van daar komt te verEyschen, zal bij het mondeling rapport ook versoek ten dien eynde by een brief aan den Landdrost moeten werden gedaan.’
’/:onderstond:/’
‘Aldus Gedaan, ende G’arresteerd Ter politicque vergadering, In’t Casteel de goede Hoop den 11 OCtbr 1785: /: was geteek:d :/ C: J: van de Graaff /:ter syde stond:/ ‘S Comp:s Cachet in rooden lacque gedrukt /: en daar onder :/ Ter ordonnantie van den Edelen Heer Gouverneur en den Raad /: was geteekend O: G: de Wet, SeCret:s.’
Synde daarbij meede verstaan, den Landdorst en Burger krijgsraad van Swellendam aan te Schreyven, dat dezelve aan de resp:ve Veldwagtmeesters en veld-Corporaals der Contryen omstreeks de Mosselbaaij zullen hebben te gelasten, om ingevalle den offiCier der bezetting tot het afkeeren van eenig geweld, de hulpe der Ingezeetenen zoude komen te benodigen, dezelve veldwagtmeesters of veld Corporaals, op de eerste informatie daarvan, tot ‘t verleenen van sodanige adsistentie, de manschap uijt hunnen Contreijen zullen hebben te Commandeeren, en zig neevens dezelve ten spoedigsten na de voorsz: Baay begeeven.
En vermits ook tot hiertoe aan den posthoudende Corporaal in de Saldanhabaay , tot deszelfs narigt heeft gediend, de ordre in den Jaare 1719 door wijlen den doenmaligen Heere Gouverneur M: P: de Chavonnes, voor denzelven g’Emaneerd, dog daar in voorkomen eenige poinCten die door de veranderingen der tyden geen plaats meer vinden, of welkers uytvoering in de teegenswoordige ConjunCture veele diffiCulteyten ofte dangereuse gevolgen zouden kunnen veroorzaken, is dierhalven op voorstel van den heere Gouverneur goedgevonden en verstaan, de ordre voor den Corporaal in den gen:de Baay met de nodige alteratiën en ampliatiën te Expedieeren, in voegen als volgt.
‘Ordre, waarna den Posthoudende Corporaal in de Saldanhabaay zig zal hebben te gedragen.’
‘1:’
‘Den Corporaal zal hebben zorge te dragen, dat door het posthoudende volk geene Insolentien of ongereegeldheeden werden gepleegd, dezelve ten dien eynde in goede en Strikte disCipline houdende.’
‘2:’
‘Van alle ‘S Comp:s goederen die zig aldaar bevinden, zal door den Corporaal moeten werden gemaakt, een exaCte Lyst, ten eynde niet alleen telkens wanneer zulx gevorderd werd, daarvan verantwoordinge te kunnen doen, maar ook by verwisseling van Posthouder, dezelve aan zyn vervanger by onderteekening der Lyste over te geeven, en een dubbel daarvan ten Negotie Comptoire t’ Extradeeren.’
‘3:’
‘Wanneer eenig Schip of Scheepen van onse eygene natie in de Saldanhabaay komen te verscheynen, zal den Corporaal aan stonds naar boord varen, en verneemen na de naam van ijder Schip en bevelvoerder, Stellende aan den bevelvoerder ter hand een afschrift der vragen door denzelven te beantwoorden, na welkers te rug ontfangst den Corporaal een man daartoe best bequaam met de ontfangene papieren ten spoedigste na herwaards zal hebben af te senden, ten eynde aan den gouverneur te werden overhandigd.’
‘4:’
‘Zullende intusschen moeten werden gedoogd, dat men voor zodanig Schip van onse natie zig van alle gerieflykheeden voorsiet als na geleegentheyd genoten werden kan, waartoe den Corporaal met het postvolk alle mogelyke adsistentie zal hebben toe te brengen.’
‘5:’
‘Vreemde naties Scheepen aldaar verscheynende, zal den Corporaal zig niet na Boord mogen begeeven, maar de vlag doen opheyzen, ter aanduyding waar men aan land komen moet als wanneer zal moeten opgenomen werden de naam van het Schip en den Capitain, het getal der koppen en StuCken Canon van waar en wanneer geseyld, waar heen gedestineerd, om welke reedenen het Schip aldaar is binnen gelopen hoe lange zig in de Baay Staat op te houden of eenige scheepen ontmoet heeft en welke nouvelles meede deelen kan, als meede of op hetzelve eenige besmettelijke Siekte heerscht, of geregeerd heeft, ten eynde daarvan insgelyx door een Expresse, met allen haast rapport herwaards af te senden.’
‘6:’
‘En zal aan de Scheepen van vreemde natien, tusschen welke met den Staat geen vreede breuk is ontstaan, wel mogen werden gepermitteerd, aldaar de verversching te genieten, die deselve zullen behoeven, om na de Tafelbaay of baaij fals te kunnen komen, maar geensints dat zig ymand van hun landwaards in begeeve.’
‘7:’
‘Om dan aan dezelve Scheepen van vreemde Natiën zodanige ververschingen te doen geworden, zal den Corporaal hebben op te neemen, het geen hun benodigd weesen mogt, om de gem: Tafelbaay of Baay fals te besteevenen, waarvan de quantiteyt ook alleen daartoe zal mogen weesen geproportioneerd, en zal aan den naast by geleegene Ingezeetenen zulx moeten werden te kennen gegeeven, ten eynde dezelve geneegen weesende leeverantie van hetzelve te doen, afkomen kunnen, om in teegenswoordigheyd van hem Corporaal zoo wel daarover te handelen; als d’ afleevering te doen.’
‘8:’
‘Aan geen vreemd Schip, of ook zelfs van onse natie, zal toegelaten worden aldaar eenige quantiteyt Tarw, of meel in te neemen, en dus uyt te voeren, maar zal zulx op alle mogelyke wyse moeten werden belet.’
‘9:’
‘Indien op eenig Schip het zy van onse eygene Natie of van vreemde eenige besmettelyke Ziekte geregeerd heeft, of dat ymand op hetzelve daaraan nog mogt komen te laboreeren, zal alle zorgvuldigheyd en attentie moeten werden aangewend, om de Communicatie daarmeede te beletten, ten dien eynde zal den Corporaal telkens in perzoon zig meede na boord moeten begeeven, om het water of de verversching over te brengen, belettende dus dat niemand van de Schuyt binnen boord over stappen, of eenige goederen uyt het Schip overgenoome werden.’
‘10:’
‘Het opdrossen door den Corporaal aldaar zullende moeten belet werden, zal de geene die daaromtrend in suspicie vallen mogt, door hem moeten werden g’arresteerd en herwaards opgesonden.’
‘11:’
‘By vertrek van ‘t aldaar vertoefd hebbend schip zal den Corporaal zo het Schip de baaij uyt in zee is geraakt, door een Expresse kennisse daarvan moeten geeven, aan den gouverneur’
‘12:’
‘Den Corporaal werd gelast de Zoutpannen te doen opmaken, en dezelve wel te onderhouden, om alzoo zout te kunnen maken op zijn tijd, en ook te beletten dat d’ ingezeetenen haar vee, daar niet laten inloopen, op pœne van hetzelve vee te verliesen.’
‘13:’
‘Ook zal moeten werden verhinderd dat iemand zig op d’ Eijlanden der Baaij begeeve, om Robben of Vogels te Schieten of te Slaan, waarvan den Corporaal d’ opperhoofden der Scheepen meede zal hebben te verwittigen.’
‘14:’
‘Wanneer het Vaartuyg ter overbrenging der manschap tot het traanbranden, en andere verrigtingen, ‘S Comp:s weegen aldaar verscheenen is, zal den Corporaal aan hetzelve met zyn volk en schuyt alle nodige adsistentie moeten betoonen.’
‘15:’
‘Ingevalle bij het onstaan eener vreede breuk tusschen den Staat en eenige andere mogendheijd, in de Saldanhabaay eenige vyandelijke Scheepen mogten aankomen, zal ingevalle het vigeerend placcaat van den 29 May 1782, ten eynde aan dezelve af te snyden, de middelen om herwaards of verder landwaards in te dringen, den Corporaal en alle man met al het groot en kleyn vee, van daar landwaards in hebben te treCken, en teffens sal de op de post gevonden werdende leevensmiddelen die niet meede te neemen zijn, destrueeren of verbranden zoo dat zig den vyand niets van het een of ander ten nutte maken kan.’
’/:onderstond:/’
‘Aldus Gedaan ende G’arresteerd ter Politicque Vergadering In’t Casteel de Goede Hoop den 12 OCtbr 1785: /:was geteekend:/ C: J: van de Graaff /:ter zyde stond :/ ‘S Comp:s Cachet in rooden lacque gedrukt /: en daar onder :/ Ter ordonn: van den Edelen Heer Gouverneur /: was geteekend :/ O: G: de Wet SeCrets’
Door den Landdrost van Swellendam , Constant van Nult Onkruyt, wierd wyders gepresenteerd het volgende request
Aan den Wel Edelen Gestr: Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en DireCteur van Cabo de Goede Hoop en den Ressorte van dien &:a &:a &:a beneevens den E Agtb Politicquen Raad deezes gouvernements
‘Wel Edele Gestr Heer en E Agtb Heeren.’
‘Geeft met de uytterste Eerbied en in alle onderdanigheijd te kennen Uwer Wel Edele Gestr en E Agtb ootmoedige Dienaar Constant van Nult Onkruydt Landdrost des DistriCte Swellendam ,’
‘Dat vermits de verre afgeleegendheyd des gem: DistriCts, en andere InConvenienten ter zake van de Rivieren, dewelke in’t winter saysoen door den Swaaren reegen dikwerf geheel en al onpassabel worden, het te meer malen is gebeurd, dat men in steede van in den zomer binnen vier a vyff dagen herwaards te kunnen opkomen, zomteyds wel veerthien dagen, drie en ook wel vier weeken daartoe heeft nodig gehad; Den Supp:lt dus om de voorsz: reeden nu en dan buyten Staat zouden kunnen werden gesteld, te voldoen aan de pligten dewelke zyn post is meede brengende ten welken fine by Supp:lt ook by ‘t aanvaarden van zyn ampt, aan UwelEd Agtb diesweegens p:r request gedaan versoek de Eer heeft gehad gunstig te obtineeren, dat den gesw: Clercq ter Justitieele SeCretarije S:r Hendrik Lodewijk Bletterman, hem Supp:lt zoude adsisteeren ter voortsetting der proCeduuren, die hy voor den E AChtbaaren Raade, van Justitie alhier Ex OffiCio, genoodzaakt zyn zoude t’ Entameeren, dienvolgens Enquesten beleggen, en na verEysch van zaken zoo by monde of geschrifte te voldingen, gelyk altoos aan zyn Predecesseurs omme de bovengem: motiven goedgunstiglyk is g’accordeerd geworden, en daar het Uwel Ed Gestr en E Agtb behaagd heeft, gem S:r Bletterman by vaCature aan te stellen tot landdrost van Stellenbosch en Drakensteyn . Soo vind den Supp:lt zig genoodsaakt met de verEyschte Eerbied te keeren, tot Uwel Edele Gestr en E Agtb ootmoedig versoekende dat van denzelver gunstig welbehagen zyn mogen, in steede van bovengem: S:r Bletterman, aan te stellen den thans gesw: Clercq ter opgem SeCretarye van Justitie S:r Rijno Johannes van der Riet, en denzelven mitsdien te qualifiCeeren, omme alle zaken voor den Supp:lt R:O: voor welopgem: E Agtb: Raade van Justitie alhier waar te neemen, met allen zodanigen magt als zaaks omstandigheeden, zoo in het Entameeren der ProCeduures, als ExeCuteeren der Sententiën, na geleegentheyd van saken zullen komen te requireeren’
’/: onderstond :/’
‘’T welk doende &:a /: geteek:d :/ C: van Nult Onkruydt.’
Waarop verstaan is, het daarby gedaan versoek aan denselven t’ accordeeren.
Aan den Eersten Lieutenant by de burger Dragonders van Stellenbosch en Drakensteyn Adriaan van Brakel, op zyn meede bij request gedaan versoek, ter consideratie van deszelfs aanhoudende LiChaams Corruptiën, ontslag van die funCtie toegestaan zynde , is in Steede van denselver weederom tot eerste Lieut:t by gem:e Dragonders aangesteld, den tweeden Lieut:t Dirk Wouter Hoffman, mitsg:s daardoor verders bevorderd Tot Tweede Lieut:t den Cornet Hendrik Cloete, tot Cornet den adjudant Francois de Wet, tot eerste adjudant, den tweede adjudant Willem Wium, en eyndelyk tot tweeden adjudant, den Wagtmeester Wouter de Vos:
Gelyk ook op het door Landdrost en burger krygsraad van Stellenbosch by missive gedaan versoek, goedgevonden is, tot de aanstaande ExerCitie en optrek der resp:ve Compagniën Dragonders en Infanterije aldaar te laten verstreCken 1500 lb: Buskruyt en 2700 p:s vuursteenen, als meede op het daartoe door Landdorst en Burger Krijgsraad van Swellendam insgelyx by missive gedaan versoek, zoo tot de aldaar te verrigtene gewoone ExerCitien, als tot Vervulling van den voorraad ter verstreCking aan de resp:ve veldwagtmeesters teegens de Bosjesmans Hottentotten te doen afgeeven, 1500 lb: Buskruyt, 1000 lb: lood en 1000 p:s vuursteenen.
En is verstaan na gewoonte billietten te doen affigeeren tot waarschouwinge dat den pro Interim FisCaal, neevens geCommitteerdens binnen weynige dagen Schouwinge zullen doen van de Straten en weegen van dit Vlek ten eijnde tot de reynigheyd derzelve door een iedere voor zoo verre zyn Huys of wooning aangaat, de nodige voorzorg moge werden gebruykt.
Op de ten dien eynde by requesten gedane versoeken, is aan den Landbouwer Willem Lategaan in Eygendom verleend, Een Stuk bouwland geleegen by des zelfs oude land en plaats genaamd het Doolhoff agter de groene berg onder ‘t DistriCt van Drakensteyn , groot 4 morgen en 300 quadraat roeden, het welk by hem in Erfpagt beseeten is geweest mits, volgens zyne aanbiedinge, behalven de daarop gelegde reCognitie van Een halve ryxd:s ‘S Jaars p:r morgen, door hem voor dat Stuk bouwland nog aan d’E Comp:ie tot een erkentenisse werde betaald, de somma van een Honderd Ryxd:s, en aan den Burger Petrus Stephanus du Toit een Stuk lands tot een Erf, meede geleegen onder ‘t distriCt van Drakensteyn , in het Dal Josaphats groot 4 morgen en 9 quadraat roeden.
Den Heere Gouverneur gaf verders te kennen, dat door kerkenrade alhier by zyn Edele was gedoleerd, over de verregaande nalatigheyd, die den aanspreeker der dooden, Dirk van der Schyff, betoonde in ‘t opbrengen der bij hem ontfangene kerken geregtigheeden van overleedenen welkers begraaffenissen hij had bediend, zoo wel als over zyn irreverent gedrag teegens denzelven kerkenrade, en dat ook Burgerraaden daarbij hadden te kennen gegeeven, hoe ged:e van der Schyf dagelyx zodanige ExCessen in den drank quam te begaan, dat hij in d’ Exercitie van gem: funCtie veel ergernisse gaf; waar over geraadpleegd synde, is goedgevonden, hem van der Schyff van zyn aanspreekers funCtie t’ontsetten, en zoo, in deszelfs plaats als uyt Consideratie, dat door de aangenoomene menigte der Ingezeetenen, het teegenswoordig getal aanspreekers, niet komt te SuffiCieeren, weederom tot aanspreekers aan te Stellen de burgers Hermanus Keeve, en Joël Herhold.
Den Heer Gouverneur gaf nog te kennen dat den Burger Jacobus Johannes Vos, als volgens besluyt deeses Raads van den 18 Novbr 1783 gecontinueerd hebbende met het aanryden der nodige bouwmaterialen, ten dienste der E Comp:ie aan zyn Ed reeds in de maand Juny laatstl had overgegeeven, het volgende request
Aan den Wel Edelen gestr heer Cornelis Jacob van de Graaff gouverneur en DireCteur van Cabo de Goede Hoop en den Ressorte van dien &:a &:a &:a
‘Wel Edele Gestr: Heer’
‘Geeft met alle verschuldigde Eerbied te kennen, UwelEd Gestr en zeer onderdanige Dienaar Jacobus Johannes Vos, als aanneemer van ‘t ryden der benodigde materialen voor de FortifiCatie werken, hoe hy Supp:lt tot zyn groote Schade heeft moeten ondervinden dat in de laatst afgeloopene maand Maij, verscheydene wagens die voor de FortifiCatien reeden, zyn afgedankt, uyt hoofde dat dezelve voor die werken, niet meer verEyscht wierden, en hy Supp:lt voor deese vermindering van werk, die zyne maandelyxe reekening zoo Considerabel heeft doen daalen, onmogelyk in Staat is, zijne aangenomene verbintenissen ten uytvoer te brengen, dan de fortifiCatie werken bij en omtrend ‘t Casteel hem weegens ‘t nadere Transport alleen Schadeloos hebben moeten Stellen, weegens het geene hy ter opbouwing van de Battery Amsterdam , moet aanbrengen, waartoe in de voorleede maand Twee en Twintig wagens zyn g’Employeerd, die hem te zamen hebben opgebragt Ryxd:s 2187: 12 Stv:s waar door den Supp:lt een verlies veroorzaakt is van rd:s 400, zoo als den Supp:lt Uwel Edele Gestr ten allerklaarsten zal kunnen aantoonen, indien ‘t Uwel Ed Gestr Slegts mogt behagen, de door hem daarvan gemaakte reekeningen, aan UwelEd Gestr te vertoonen, welke reekeningen hy niet alleen kan Staven, door de quitantiën der door hem gedane onkosten, maar ook door meenigvuldige getuygenissen van geloofwaardige lieden, Ervaren in ‘t geene tot onderhoud van wagens en paarde benodigd is, deese Schaade Wel Edele Gestr Heer! Zoude voor een maand weynig invloed op des Supp:lts interessen kunnen maken, dog daar hy ‘t vooruytzigt heeft, dat dezelve maandelyx zullen Stijgen, daar de garst tot paarde voeder, de benodigtheedens tot het maken van wagens en de paarden zelfs, wel verre van prys te verminderen, dagelyx toe neemen, en zyn meeste werk voortaan zal bestaan, in’t ryden van gebacke Steenen, waarvan yder wagen niet meer als vier vragten p:r dag kan rijden, hebbende hij zelfs tot dat werk in de voorige maanden daartoe wagens moeten huuren om het werk niet te doen stil staan, en daar voor p:r Vragt 54 Stv:s heeft moeten betalen, en van d’ E Comp:ie 20 Stv:s voor ieder vragt ontfangende, hy Suppliant te gemoed Siet, dat geene hy by de Compagnie en door andere betaamelyke handteeringen, als de vragten zynen Iever gewonnen heeft, daarby te zullen moeten inschieten, en deeze vooruytsigten moeten noodzakelijk voor iemand die een goede voorstander zynes Huysgezins wil syn, onverdragelyk voorkoomen, hiertoe is het dat den Supp:lt te raade is geworden zig tot Uwel Ed gestrenge te keeren, ootmoedigst versoekende, dat het Uwel Edele gestr gunstig mag behagen, hem eene verhoging op de door hem gereeden wordende vragten toe te Staan, of hem Suppliant van Syne verbintenissen te ontslaan, en dit werk op nieuw aan te besteeden, of zulke andere middelen te beramen, en te doen ter uytvoer brengen, als UwelEd gestr na deszelfs met regt gepreesene wysheyd en vaderlyke zorg best geschikt zult vinden, den Supp:lt in deesen Schadeloos te Stellen of te ontslaan.’
’/:onderstond:/’
‘Wel Edele Gestr Heer, UwelEd Gestr Zeer onderdanige Dienaar /: was geteekend:/ J: J: Vos /: in margine :/ Cabo de Goede Hoop, den 9 Junij A:o 1785.’
Dan dat syn Edele gemeend hebbende dat by gemelde de Vos Wel een nader besluyt zoude zyn genomen geworden, om met de aanrydiing der materialen teegens de thans betaald werdende prysen voort te vaaren, om welke reeden, dan ook het voorsz: request nog niet ter Tafel had gebragt, inteegendeel van weegens den zelven de Vos nieuwe Instantiën overeenkomstig het voormelde request waren gedaan; Dat zyn Edele mits dien aan de vergadering voorstelde, of niet voor en aleer gemelde de Vos van het aanryden der voorsz: materialien te ontslaan, als waar door het Compagnies weegen onder handen zijnde Werk intusschen zoude moeten stilstaan, best zoude zijn op nieuws te beproeven dezelve aanbesteeding publicquelyk aan de minstbiedende te doen, het geen dan ook raadsaamst geoordeeld en alzoo beslooten zijnde, is verstaan daar toe de nodige Billietten te doen affigeeren, ten eynde de geene die geneegen mogten zyn desweegens in accoord te treeden, zig op den 15 der aanstaande maand November ten deesen Casteele zullen kunnen vervoegen.
En is by die geleegendheyd in aanmerking genomen dat daar met het Emploijeeren van ‘S Comp:s wagens of Stortkarren tot het helpen aanreijden van materialen, die zoo in het vervolg tot den verderen opbouw van het Hospitaal, als thans tot het aanleggen en onderhouden der nodige vestingen verEyscht werden, veel zoude kunnen werden gemenageerd van de Importante kosten die d’ E Compagnie dragen moet in het betaalen van genoegzaam al het ryloon ter bevordering dier werken dienende als waartoe thans met ‘S Compagnies wagens zeer geringe hulpe aangebragt werd, door dien de aan handen zijnde Paarden der E Comp:ie met uijtsondering van zeer weijnige zig daartoe volkoomen buyten Staat bevinden, en den inkoop van anderen ter vervulling van de onbequaame om de zeedert eenige Jaaren hoog geklommene prysen derselve bespaard is geworden, ondertusschen dat tot behulp teegens modicque prysen slegts zyn aangekogt de zodanige van welke voor een korten tijd eenige weynige diensten hebben kunnen werden genooten; dog op welke wijsen ingesien is, op den duur seer kwalijk ‘S Comp:s Interest te werden behartigd, is uyt overweeging van dit een ander beslooten by bequame geleegendheeden te doen inkopen, het nodig getal van zodanige paarden als aan het oogmerk kunnen beantwoorden, en tot de voorsz: diensten met meerder nut werden geEmploijeerd, en mits dien uyt hoofde van de daartoe Synde noodzakelijkheyd, zig te reguleeren na de teegenswoordig gemeen gewordende prijsen derselve.
Aldus Geresolveerd ende G’Arresteerd In’t Casteel de Goede Hoop Ten Daage en Jaare Voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 242-296.¶
Vrijdag den {17851111} 11 November 1785.
‘Voormiddags alle præsent, behalven den E Coopman en Secretaris Oloff Marthini Bergh
Geresumeerd zijnde het zeer g’Eerd aanschrijvens van haar Wel Edele Hoog Agtb: de Heeren Majores in’t Patria met het Jongst g’arriveerd Schip Alblasserdam aangebragt, is na gehouden deliberatie verstaan, daarop in allen Eerbied te antwoorden.
Dat sij sensibel aangedaan zijn, over het vertrouwen het welk haar wel Edele Hoog Agtb: in ons hebben gelieven te stellen, om eer en alvorens op de Requesten door Ernst Lieman en Pieter Capée ter obtenue van Transport hier heen gepræsenteerd te disponeeren, desweegens te vorderen ons berigt en Consideratiën.
Dat om daaraan gehoorzaamst te voldoen, wij moeten ter needer stellen dat zeedert lange ondervonden is, hoe zodanige Lieden, ‘t zy alhier uit ‘S Comp:s dienst ontslagen, en in burger Vrijdom gesteld, of uit het Patria als Vrijburger aangekomen, onder voorgeeven van het een of ander Ambagt ten gerieve der gemeente te zullen Exerceeren, zeer zelden bij aanhoudendheijd zig aan dezelve hanteeringen blijven verbonden houden, maar na een wijlen tijds uit ‘S Comp:s dienst ontslagen te zyn geweest, overgaande tot andere neeringen of hanteeringen, die minder Lichaams arbeid vorderen en dus een gemakkelijker bestaan uitleeveren, in het vervolg tot dit hun naderhand aanvaard beroep, even die zelfde nieuwe Ambagts Lieden ten hunnen gerieve verEysschen als waartoe zij zelve hun burger Vrijdom erlangt hebben, of uit het Patria hier overgekomen zijn.
Dat dit de oorzaak nimmer doende eijndigen, waardoor de uitbreiding deezer Colonie is komen te ontstaan, eene volkomene overtuiging van het nadeel hier in resideerende de Regeering alhier dan ook hoe langer hoe spaarzaamer heeft doen worden in’t Emancipeeren van S Comp:s dienaren tot Vrijburgers, waartoe men dierhalven buiten d’ uitterste noodzakelijkheid niet komt over te gaan.
Dat gelijk men haar Wel Edele Hoog Agtb: met zeekerheid kan berigten, onder de burgerije geen gebrek te heerschen aan Perzonen van het ambagt ende functie, tot welkers exercitie de voorsz: Supp:lten voorwenden zig alhier te willen Etablisseeren, wij haar Wel Edele Hoog Agtb: Eerbiedig moeten verzoeken, daarbij in aanmerkinge te willen neemen, hoe door het inwilligen van het verzoek der voorsz: Perzoonen, zeer veel voet en aanlijding zoude werden gegeeven, aan de zodanige van ‘S Comp:s Ambagtslieden, gemeenen of Militairen, die schoon geneegen alhier te verblijven, dog daartoe altoos veel liever den burger Staat als den dienst der E Comp:ie verkiesen, om wanneer zulx niet verkrijgen kunnen na Expiratie van den verbonden tijd, teegen alle pogingen en Middelen, die tot derzelver Continuatie in den dienst zijn geschikt, derzelver verlossing na Europa te vragen, ten eynde haar Wel Edele Hoog Agtb: met onophoudelijke verzoeken van dien aart te komen vermoeijlijken.
Dat men eyndelijk hierbij nog voegen moet, te meermalen te zijn bespeurd, hoe Lieden, die met permissie van haar Wel Edele Hoog Agtb: na deeze Plaats overkomen, zig willen gedistingueert hebben van dezulke die alhier uit ‘S Comp:s dienst het Burgerschap verkrijgen; als ten opzigte van welke laatste bij het expedieeren der Vrijbriefen al van ouds aan de Regeeringe wel expresselijk werd gereserveerd, die magt en dat vermogen, om hun ten allen tijde wanneer benodigd ofte derzelver gedrag niet betamelijk weezen mogt weederom voor de oude qualiteit en gagie in dienst te neemen en van hier te verzenden, met Submissie van dezelve wijders aan alle zodanige Placcaten, als er op het stuk der Vrijlieden reeds zijn beraamd ofte in’t vervolg nog mogten werden vastgesteld.
Insgelijx is geresumeerd het zeer geacht aanschrijven van haar Hoog Edelens de Hoge Indiasche Regeering in dato 24 Julij deezes Jaars met de jongst g’arriveerde ingehuurde particulier Scheepen Dordrecht en d Eensgezindheijd aangebragt ingevolgen wel het meede ingehuurd Schip Eyk en Woude bij haar Hoog Edelen is aangelegd geworden, om met benodigdheeden voor dit Gouvernement beladen na herwaards over te komen, ten einde ook na ontlossing met een lading Caabsche retouren verder direct naar het Vaderland te werden g’Expedieert.
Dan in overweeging genomen zijnde dat omtrend de Tarw, welke articul het voornaamste gedeelte van die Lading zoude moeten uitmaken, door de aanhoudende droogte en vernieling der rups de verwagting thans zo slegt komt te zijn, dat men op zommige plaatsen voor den Landman zelve nauwlijx het nodig Brood en Nieuw Zaad Schijnt te kunnen verwagten: En dat vermits ‘er geen geleegendheid is geweest om Bourbonse Coffy bonen in te slaan, gelijk meede dat de Talk zeedert eenige Jaaren tot zulk eene Excessive duurte gesteegen weezende, dat in steede van eenige Winst af te kunnen werpen daarop zeekerlijk verlies zoude komen te vallen, er mits dien alleen overblijft om aan den Eijsch van wijn te voldoen, Dog waar van de Wel Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen ter Camer Amsterdam bij derzelver g’Eerde Missive van den 24 Junij 1784 slegts eene quantiteit van 51 Leggers van verschillende zoorten hebben gelieven te petitioneeren, het geen dan ook maar een zeer gering gedeelte der voorsz: lading zoude uitmaken;
Waarmeede nog aan het oogmerk van haar Hoog Edelens nog aan het belang der E Comp:ie, als niet meede brengende dat dien Bodem zodanig wanladen verder naar’t Vaderland te rug keere zoude werden beantwoord, Is dierhalven verstaan dat aangezien dog de vragt penningen voor de gem: kiel zyn gestipuleerd geworden, en de winsten hoe wijnig ook, op de wijnen vallende tot Support dier ongelden Strekken kunnen, zo veel van de extra zoorten wynen daarmeede na het Patria af te zenden, als aan handen kan werden verkreegen.
Ten welken einde op dat gem: kiel bij desselfs verschijninge niet lange zal behoeven te werden aangehouden, den E Koopman en keldermeester M:r Jacobus Johannes Le Suëur is gequalificeert geworden om in tyds namate van de qualiteit dier wijnen uitterlijk tot de prijs van Rd:s 100:- voor de Legger Roode muscaat of pontacq en de andere mindere zoorten hier na geproportioneerd, ‘S Comp:s weegen al het geene in te slaan, dat van de wyngaardeniers nog te bekomen zal zijn.
Gelijk ook, vermits door vreemde Natien weleer de ossehuijden met voordeel van hier naar Europa zyn overgevoerd op de Heer Secunde qualificatie is verleend daarvan mits teegens eenen reedelijken prijs te bekomen zijnde, eene goede quantiteit ter verdere belaading van meergem: bodem in te kopen.
Ten opzigte der uit het Vaderland gearriveerde S Comp:s weegen ingehuurde Particuliere Scheepen Josephus de Tweede , de Factor en Rhijnoord , uit derzelver Cherte parthijen na dewelke gelast zijn geworden, dat men zig alhier zal hebben te gedragen, komende te blijken dat gem: kielen, na alhier te zijn ontlost met een retourlading de Rhijze na het Patria zullen moeten aanneemen, dan wel ingevalle dit Gouvernement zulx met ‘S Comp: belangen meer overeenkomstig oordeelen mogt, verder na Batavia of Ceilon werden voortgezonden.
Welke conditiën men vastelijk vertrouwen moet, dus alternative te zijn bepaald, in de suppositie dat ter deezer plaatze tot het beladen der gem: kielen dan wel een derzelve nog eenige der uit de Retourscheepen d’ A:o 1780 en 1781 gelost geweest zynde goederen, of genoegzame andere Caabsche Retouren, zouden hebben kunnen aan handen zijn, dog zulx komende t’ ontbreeken, men dezelve scheepen ten dien eijnde van hier verder na Batavia of Ceijlon zouden kunnen doen voortsteevenen.
Is vermits tot het volladen der voorm: verwagt werdende Bodem Eyck en Woude na het Patria reeds eene volstrekte, onmogelijkheijd werd bespeurd uit welken hoofde dan ook om de voorsz: drie kielen niet strijdig met ‘S Comp: belangen ballast Scheeps na het Vaderland te doen te rug keeren, noodzakelijk geoordeelt, dezelve verder na Indiën te laten reisvorderen.
Dan al verder in overweeging genomen zijnde, dat aangezien uit het bovengemelde Schrijven der Hoge Indiasche Regeering komt te blijken, hoe uit gebrek aan Retourlading voor alle de aldaar zig bevindende ingehuurde Scheepen voorsz: bodem Eijck en Woud , de gezegde destinatie na herwaards heeft erlangd, om welke reeden men dan ook bedugt moet zijn, dat met alle drie de voorm: Scheepen verder na Batavia te laaten afgaan, Haar Hoog Edelens voor den Intrest der E Comp:ie eenige ongeleegendheijd zoude werden toegebragt: waarbij men aan de andere zijde ook in’t onzeekere verseert, of wel voor dezelve bij zodanige onvoorziene en late verscheijninge op Ceilon genoegzame Lading retour aan handen zouden werden gevonden.
Heeft men overzulx best geoordeelt en besloten, het Schip de Factor , als van de drie bovengem: de minste Lasten voerende, en daarbij bekwaamst weezende om nog in tijds dat Eyland te besteevenen en ook voor het eyndigen der Mousson met een Lading van daar te kunnen retourneeren, ten dien eijnde na derwaards te doen Rijsvorderen en mits dien, zo wel de Contanten, als verdere inlading van dien bodem voor Indias hoofdplaatze ten eersten in’t Schip Josephus de Tweede te doen overbrengen:
Welke laatste alzo, neevens den bodem Rhyn-Oord na dies ontlossing overeenkomstig derzelver Cherte partijen na gemelde Hoofdplaats Batavia zullen werden afgevaardigd.
En zal ter voldoeninge aan het gestipuleerde bij de Cherte parthijen van ged: bodem Rhijn Oord , voor zo verre dezelve betreft, Extract deezes aan den Schipper dier kiel werden ter hand gesteld.
Terwijl wyders verstaan is, de met hetzelve Schip Rhijn-Oord p: Factuur voor dit Gouvernement aangebragte Copere duijten, vermits dezelve munten alhier van geen nut ofte gebruik kunnen zijn, met dien bodem verder na Batavia af te zenden.
En om dezelve reeden besloten, bij naaste geleegendheijd aan de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren onderdanigst te verzoeken, dat in’t vervolg geene duijten meer naar deeze plaats mogen werden geschikt.
Op het door d E: E: kooplieden M:r Jacobus Johannes Le Suëur en Johannes van Echten als Generale Gemagtigdens van den oud opper Chirurgijn des Casteels Batavia en Visitateur der Rheede d E: Fredrik Schouman, bij Request gedaan verzoek is wyders goedgevonden, aan dezelve te doen afgeeven, een kist onder andere gepermitteerde goederen aan’t Schip ‘T Meeuwtje alhier gelost en geborgen, gemerkt C:B: toebehorende den op gem: kieltje beschijdenen opperkuijper Cornelis Bredie en door de Gemagtigdens van gem: E Schouman de Heeren Boerrigter en zonen t’ Amsterdam voor syne Reekening met goederen gevult, mitsg:s te accordeeren, dat die kist met een der aanweezende ‘S Comp:s Scheepen aan meergem: E: Schouman werde voortgeschikt, mits door d E E Verzoekers werde gesteld Cautie na behoren ter restitutie en Schadeloosstelling ten behoeve der geenen, die bevonden mogten werden eenige nadere geregtelijke aanspraak op dezelve kist en daarin afgepakte goederen hebben.
Ingevolge besluit van den 11 October laatstleeden, en overeenkomstig de daartoe geaffigeerde Billiettten op den 15 deezer zullende komen te geschieden, het aanbesteeden van het aanrijden der nodige bouwmaterialen voor d E Comp:ie, aan de geenen die zulx teegens den minsten prijs zal komen aan te bieden, is verstaan daartoe te verzoeken en te committeeren, d’ E: E: Cooplieden Adriaan van Schoor en M:r Jacobus Johannes le Suëur, gelijk hun E E aan dien fine gecommitteerd worden by deezen.
Wijders wierd ter voldoeninge aan het ter Sessie van den 9 September laatstleeden genomen besluit door den E Equipagiemeester Justinus van Gennep, neevens den Capitain Jan Siereveld en Christiaan van Veerden, mitsg:s den Gezaghebber van de Hoeker Catwijk aan Rhijn Daniël Haas, als expresselijk Gecommitteerd weezende, omme geadsisteerd met den Baas der Scheeps Timmerlieden van ‘S Comp:s werf alhier, en den oppertimmerman van gem: Hoeker Catwijk aan Rhijn , het Schip ‘T Huijs te Spijk nader op’t nauwkeurigst t’ Examineeren desweegens ingedien het volgende berigt.
Aan den wel Edelen Gestr Heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &:a &:a &:a beneevens den E: Agtb: Raad van Politie
‘Wel Edele Gestr: Heer en E: Agtb: Heeren.’
‘Wanneer het Schip ‘T Huys te Spijk , dat ingevolge Uwer wel Edele Gestr en E Agtb: besluit van den 12:e Januarij deezes Jaars met een Lading wijnen en andere goederen voor Batavia was aangelegd, en dienvolgens ook op den 12:de der Jongstvoorleedene Maand Augustus de Rhijze uit de Baaij Fals naar ged: Indiasche Hoofdplaats hadde aangenomen, op den 6 deezer Maand September alhier ter Rheede te rug gekeerd en door dies Gezaghebber Sijbrand Waarland aan den Edelen Heer Gouverneur was overgegeeven geworden het besluit op den 12 derzelve Maand Augustus bij de gezamentlijke officieren van dien Bodem genomen om uit hoofde der aan’t ged: Schip ontdekte zwaare leccagie en andere gebreeken, den Steeven weederom naar deeze plaatze terug te wenden: zo hebben Uwe Wel Edele Gestr en E: Agtb: bij derselver besluit van den 9 deezer Maand September den ondergeteek: Equipagiemeester, nevens de meede geteek: Capitains Jan Siereveld en Christiaan van Veerden, neevens den Gezaghebber Daniël Haas, expresse Gecommitteerd omme ten overstaan van den Baas der Scheeps timmerlieden van S Comp:s werff alhier Mijndert van Eijk, en den oppertimmerman van den Hoeker Catwijk aan Rhijn , het voorm: Schip ‘T Huijs te Spijk op het nauwkeurigst t’ Examineeren, en na te gaan.,’
‘1. Of aan dien Bodem waarlijk bevonden werden, de gebreeken die bij de voorschreeve Resolutie der Scheeps-officieren zijn opgegeeven’
‘2. Of dezelve gebreeken zijn zo vehement en dus van dien aart dat daardoor met grond het opgegeeven onheil gedugt en de gezamentlijke officieren dus in de noodzakelijkheid zijn geweest tot het neemen van een besluit om met dien Bodem naar herwaards te rug te keeren’
‘3. d’ oorzaken waardoor deeze gebreeken zo subitelijk zouden weezen ontstaan.’
‘4. Of dezelve daar zijnde, geen middelen van reparatie zijn in’t werk te stellen ten eynde dat Schip met d’ inhebbende Lading weeder gerustelijk de Rhijze te doen hervatten dan wel hoedanig anderzints ten meeste nutte der E Comp:ie met hetzelve zoude dienen te werden gehandelt.’
‘mitsg:s vervolgens van hunne bevindinge nauwkeurig opgaaf en berigt in geschrifte te doen’
‘Van welk bij Uwe Wel Edele Gestr: en E Agtb: genomen besluit, aan d’ ondergeteek: Extract zynde ter hand gesteld, hebben d’ ondergeteek: om aan het hun gedemandeerde pligtschuldig te voldoen, zig vervoegd aan Boord van ged: Bodem, en dies teegenswoordige gesteldheijd op de best mogelijkste wijze exact opgenomen en g’Examineerd, des dezelve de Vrijheijd neemen dien aangaande te dienen van volgend berigt.’
‘Dat betreffende het eerste poinct uit de wrijving op de Balken zo voor als agter de grote Mast, dog wel voornamentlijk in’t voorschip is gebleeken dat dezelve en wel principaal die welke op Mauritius bij de vertimmering nieuw zyn opgelegd, met de beweeging van ‘t Schip zeer sterk hebben moeten in en uit schieten, nadien de meeste kniën en oplangers door het geheele ruijm een aanmerkelijke distantie afgeweken, en in de meeste derselve de bouten los gewerkt zijn’
‘dat wijders het Schip bij de halsklampen en verder na agteren tot de valreep toe gebroken, ende Berkhouten reeds meer dan op een plaats over en weeder van elkanderen geweeken, uitgezet, gesprongen of gescheurd zijn;’
‘uit welk een en ander ten klaarsten blijkt, dat in’t berigt of de Scheeps resolutie der overheeden van’t opgem: Schip ‘T Huys te Spijk , de gesteldheid en de defecten van dat Schip daarbij niet zijn beswaard, alzo de principaalste van dien, hun als toen nog niet eens zyn bekend geweest.’
‘Dat belangende het tweede poinct de voorsz; defecten zijn van dien aart, dat het Schip wanneer hetzelve, zo als zulx dikwils bij ‘t passeeren van de zuid komt te geschieden door een Storm verzeld, van hooge zeën was belopen geworden waarschynlijk in groot Pericul zoude zyn geraakt, en het zeer te vreesen is geweest dat het Schip zoude hebben moeten van een bersten en vervolgens zinken, waar door d’ overheeden genooddwongen zijn geworden om tot behoud van Schip en Zielen, de eerste Haven de beste te moeten opzoeken om het voorsz: gedreigd onheil te ontgaan.’
‘Dat het derde poinct rakende, zoort gelyk gebreeken zig gewoonlijk zeer subiet en met den Slag komen t’ ontdekken, aan oude afgevaren en zwakke Scheepen, gelijk ‘T Huijs te Spijk voornamentlijk wanneer door Sterke of hoge Zeën werden overvallen, waarbij nog komt dat het bovenste gedeelte van dat Schip door de vertimmering daaraan ter Mauritius gedaan, merkelijk gestyf geworden en het onderste deel vermits aan hetzelve niets is te ontwaren geweest, in hare vorige Staat gebleven zijnde, het schijnt dat die twee gedeeltens als nu bij de sterke beweeging die het Schip heeft gemaakt, zig van elkanderen hebben willen Separeeren, om dat de bouten die door de kniën geslagen zijn, door d’ inwatering roest afgeevende, dus ruimte hebben verkreegen; welk defect zig niet ontdekt hebbende voor dat het Schip in sterke beweeging is geraakt, dus notoir na mate van die geweldigere mouvementen ook desgelijx zoude zyn vermeerderd en verergerd.’
‘al het welk by vorige gedane Visitatie van’t voorm: Schip ‘T Huis te Spijk niet wel hebbende kunnen werden nagegaan en bespeurd, egter bij ontmoeting van slegt weere en hoge Zeën altoos zyn te dugten geweest.’
‘Dat d’ opgegeevene gebreeken dan het meerm: Schip ‘T Huys te Spijk niet alleen met geen mogelijkheid aan dit Gouvernement zodanig kunnen werden gerepareerd dat dat Schip Syne Rheize met gerustheijd zal kunnen hervatten, maar dat d’ ondergeteek: met alle zeekerheid hierbij nog durven voegen dat het Schip zo in Indiën als in Europa niet meer kan werden vertimmerd.’
‘Dan om te decideeren hoedanig in deeze gesteldheijd van dat Schip met hetzelve ten meesten voordeele der E Comp:ie zoude dienen te moeten werden gehandelt, en of het profijtelijker zoude weezen dat dit Schip publicquelijk aan de Meest biedende verkogt dan wel gelijk voor heen altoos plagt te geschieden, wierde afgelegd en gesloopt, ten einde het nog bequame houtwerk vervolgens t’ Emploijeeren, tot eenige noodwendigheeden, zo op de Batterijen als anderzints ten nutte der E Comp:ie en ‘t onbruikbare tot brandhout voor ‘S Lands boots en d’ Equipagiewerff, daartoe betuigen d’ ondergeteek:s geen kennis of doorzigt genoeg te hebben; weshalven zij de vryheid gebruiken aan Uwer Wel Edele Gestr: en E Agtb: over te laten, om na derzelver wijzer oordeel hierover zodanig te disponeeren als best overeenkomstig met het belang en voordeel der E Maatschappij zullen bevonden te behoren.’
‘moetende egter den ondergeteek:de Equipagiemeester onder submissie hier nog zeggen dat, nadien geduurende den Jongsten oorlog het brandhout op het Paarden Eijland en langs d’oostwal van deeze Baaij, alwaar bevorens het benodigde daarvan voor d’ Equipagiewerf en de permanent vaartuigen konde werden geroeid en met vlotten overgebragt thans meest alles weggehaald, het gebrek aan brandhout jeegenswoordig al zo zeer is toegenomen, dat wanneer daarin door geene ander middel werd voorsien, men eerlang in’t geval zal zijn gebragt de benodigde en onontbeerlijke brandstoffen ten gebruike voor d Equipagiewerff en Vaartuijgen, gelijk voor alle andere Posten geschied, tot merkelijke kosten voor d’ E Comp:ie insgelijks, ‘t zij met hare eijgene wagens dan wel door Particulieren, doen aanrijden’
‘Gedenkende hiermeede aan Uwe Wel Edele Gestr: en E: Agtb: zeer geëerde ordre te hebben voldaan laten d’ ondergeteekendens deezen dienen voor nedrig berigt’
’/: onderstond :/’
‘Cabo de Goede Hoop den 27 7:bre 1785.’
’/: was geteek :/’
‘J: V: Gennep, J: Siereveld, C: V: Veerden, D: Haas, M: V: Eijk’
En vermits daar uit den zig nader ontdekt hebbende irreparablen toestand van dat Schip komt te blijken, is dierhalven besloten hetzelve af te leggen en te doen slopen mitsg: best g’oordeelt het nog bequaam houtwerk vervolgens tot eenige noodwendigheeden zo op de Batterijen als anderzints ten nutte der E Comp:ie t’ Emploijeeren en het onbruikbare te laten dienen tot brandhout voor ‘S Comp:s vaartuijgen en d’ Equipagiewerff.
Is meede geleesen en gedelibereerd over den inhoude van het Request door den Capitain van het aanweezend Sweedsch Schip la bonne Resolution gepræsenteerd, luijdenden
Aan den wel Edelen Gestr: Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur van Cabo de Goede Hoop met dies ressorte &:a &:a &:a en den Ed Agtb: politicquen Raad deezes Gouvernements.
‘Wel Edele Gestr Heer en Edele Agtb: Heeren’
‘Met alle needrigheid neemd de vrijheijd Uwe Wel Edele Gestr: en E: Agtb: te kennen te geeven, den ondergeteek: Andries Lundgren, Capitain op het ter Rheede alhier vertoevend Sweedsch part:r Schip la bonne Resolution , te Batavia ingehuurd, om van daar een retour Lading voor Reekening der Neederlandsche Oost Indische Comp:ie en aan dezelve ter kamer Rotterdam geconsigneerd over te voeren:’
‘Hoe hij Cap:n Lundgren op de Rheize van Batavia voorm: herwaards door zwaar weeder een considerabel lek aan desselfs Schip heeft bekomen, om het welk behoorlijk te repareeren hij zig volstrekt buiten Staat bevind zonder syn Lading alhier bevorens te ontlossen.’
‘Dat hij Cap:n wijders by desselfs arrivement ter deezer plaatze tot leedweesen heeft moeten ondervinden hoe niet teegenstaande alle aangewende moeijte en Vlijt om te beletten dat het gem: Lek geen nadeel aan de Lading quam toe te brengen, hetzelve egter zware Schade veroorzaakt heeft aan zijne inhebbende Salpeeter, peeper & Coffij’
‘Dan dat hij, als zijnde syne voorsz: Lading gelijk gezegd aan de Neederlandsche O: I: Comp:ie toebehorende, niet heeft willen nalaten; ja het van Syn pligt geagt heeft dit een en ander, aan Uwe Wel Edele Gestr: en Ed Agtb: te moeten voordragen, te meer daar hij zig niet bevoegd oordeeld, om op syn Eijgen authoriteit en risico de ontlossing zyner Bodem en verdere directie over dies Lading t’ onderneemen.’
‘’T welk hem voorts ook zig met ootmoedig verzoek tot Uwe Wel Edele Gestr: en Ed: Achtb: doet wenden, op dat het dezelve gelieve te behagen, hem Supp:lt de nodige adsistentie te verleenen, in’t ontlossen van desselfs Lading, als meede dezelve in eenig Schip dan wel in eene der Magazijnen van d’ O: I: Comp:ie alhier te doen bergen en voor reekening derzelve aldaar te bewaren, tot zo lange hij na behoorlijke gedane Reparatie in staat zal kunnen weezen, die weederom in te neemen, en met gerustheid sijne rhijze te vervolgen.’
‘En dat Uwe Wel Edele Gestr en Ed Agtb: insgelijx van die goedheid gelieven te zijn, om bevorens de verzogte ontlossing geschiede, van weegens deeze Regeering eene Commissie aan boord van des Supp:lts Schip te zenden ten eijnde naauwkeurig op te neemen de gesteldheijd der voorsz: Lading en beschadigde goederen, op dat hij door middel deezer maatreegulen, hem Supp:lt als hoog nodige precautiën voorgekomen zijnde, in Staat moge weezen zig bij desselfs arrivement in Europa in allen opzigte ten aanzien van meermelde Lading behoorlijk te kunnen dekken.’
’/: onderstond :/’
‘’T welk doende &:a /: was get :/ Andries Lundgren /: in margine :/ Cabo de Goede Hoop den 1 Novemb: 1785.’
En daarop verstaan, tot desselfs adsistentie mits het gebrek aan bequame Magazijnen ter ontlossing met de meeste Commoditeit van gem: Bodem en berging der Lading, te laten dienen het bovengem: Schip ‘T Huijs te Spijk indien den Capitain Lundgren hetzelve na Examinatie bevonden zal hebben daartoe nog geschikt te zijn, in zo verre egter dat de berging en ontlossing, zonder eenige de minste risico voor de Comp:ie geschiede voor Reecq: der Rheeders van hetzelve Schip la Bonne Resolution ; werdende wijders den Equipagiemeester Justinus van Gennep en den Cap:n Jan Siereveld gecommitteerd, omme ten overstaan van zodanige verdere zeekundigen, als voorm: Cap:n Lundgren zal komen te verkiesen ter requisitie van denzelven Cap:n Lundgren zig aan boord vantzelve Schip la bonne Resolution te begeeven en na den inhoude van het Request de gesteldheid der Lading en beschadigde goederen op te neemen.
Door den Heer Collonel Gordon, als Præsident van den burger krijgsraad van weegens denzelven krijgsraad verzoek gedaan zijnde, dat de by dat Collegie fungeerende Scribas der burgery Christiaan Anthonij Loge, en Johannes Adrianus Vermaak mogten werden aangesteld als Secretarissen met den Rang van burger Vaandrig, om als zodanig altoos aan den jongsten van die qualiteit op te volgen, is daarinne gecondescendeert, zullende dezelve mits dien als Secretarissen onder Eede worden genomen, gelijk ook op voordragte van gem: Heer Collonel Gordon goedgedagt is, den teegenswoordige Bode der burgerije Jurgen Marthinus Prins, zo wel als in’t vervolg zyne opvolgers onder den Eed dier functie te Stellen.
Ter voordragte van den Heer Gouverneur op het goed getuigenis door de Heer Collonel Gordon gegeeven, aangaande de bekwaamheijd en betoonden ijver in den dienste der E Comp:ie van den Meesterknegt op de Wapenkamer Johan Fredrich Heydenreich, mitsg: op Syn E: verder betuigde noodzakelijkheid ter bevordering van denzelven Heydenreich en het aanstellen van een Meesterknegt op gem: Wapenkamer is mitsdien ged: Heydenreich geavanceert tot Baas van dezelve Wapenkamer, met de gagie van ƒ50: ‘S Maands, en in desselfs plaats tot Meesterknegt aldaar met ƒ30 ter Maand, weederom aangesteld den zwaardveger, Christ:n Godlob John.
Den Heer Gouverneur gaf verders te kennen, hoe ter geleegendheid dat syn Edele zig onlangs tot het bijwonen der gewoone Burgerlijke Exercitie op Stellenbosch bevonden had, door den Cap:n van de Compagnie Infanterie aldaar Daniël Jacobus de Kok en de verdere officieren van dat Corps was te kennen gegeeven, dat de meeste der gemeenen van dezelve, zo wel als zij officieren meerder geneegendheid hadden, om de Exercitie te Paard, in steede van te Voet te verrigten, gelijk daar en boven ook een ieder van hun zig verpligt vond een Rijdpaard gereed te houden, ten eijnde bij een generaal op ontbod zig ten spoedigsten Caabwaards te kunnen begeeven, uit welken hoofde gem: Cap:n en verdere officieren verzogt hadden, dat dezelve Comp:ie Infanterie mogt werden geconverteerd in een Compagnie Cavallerie; En dat Sijn Edele hier over het gevoelen van de daarbij teegenwoordig geweest zynde officieren en Leeden van de Krijgsraad ingenomen hebbende dezelve betuigd hadden, zulks op eene zeer gevoeglijke wijze te kunnen geschieden te meer dewyl de Cavallery de Exercitie meestendeels te voet komende te doen, de zodanige der Infanterij, die volstrekt onvermogend mogten zijn om zig van de nodige Rijdpaarden te voorsien, evenwel tot het verrigten der Exercitie te voet op den gewonen tijd konden præsent komen.
Welke verandering geoordeelt weezende te zullen Strekken tot beeter nut en dienst van de ged: Compagnie in Cas van verdeediging deezer plaatze
is dierhalven op de propositie van welgem: Heere Gouverneur verstaan, aan het voorm: verzoek te voldoen, en mitsdien de gem: Comp:ie Infanterie te converteeren in een vijfde Comp:ie Cavallerij van Stellenbosch en Drakenstein , hoedanig dezelve dan ook bij vervolg zal moeten werden aangemerkt en den dienst verrigten.
Door den Cap:n van ‘t aanweezend Schip Alblasserdam , Arij van Valkenburg en den op dien Bodem beschyden Lieut Ingenieur Francois Luson teegens elkanderen bij den Heere Gouverneur klagten ingebragt zijnde, weegens eenige differenten tusschen dezelve op de herwaards Rhijze ontstaan, dog welke klagten welgem: Heere Gouverneur betuigd bij nauwkeurig inzien bevonden te hebben dat meer uit disharmonie, als iets essentieels, haar oorsprong genomen hadden, Is dierhalven eensdeels om verdere discrepantiën voor te komen, en anderdeels mits indispositie van gem: Lieut:t Luson aan denzelven op syn gedaan verzoek gepermitteerd om met Stilstand van Gagie, neevens desselfs Huijsvrouw en Twee kinderen tot het afwagten van nadere transportsgeleegendheid, alhier te mogen vertoeven
Waarna geleezen zijnde een ingekomen Brieff van Landdrost en heemraden van Swellendam van volgende inhoude
Aan den Hoog Edelen Gestr: Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur van Cabo de Goede Hoop met den ressorte van dien &:a &:a &:a benevens den E Agtb: raad van politie aldaar
‘Wel Edele Gestr: Heer E: E: Agtb: Heeren!’
‘Neemen de Vrijheid U Hoog Ed: Gestr: en E: E: Agtb: aller eerbiedigst voor te dragen den beklaaglyken Staat onzer Colonies finantiën veroorzaakt zoo door het niet betalen der Ponton, als het traag inkomen der opgaaf gelderen; hetwelk gevoegd bij de Sware intressen die reeds tot Rijxd:s 440: en dus met de overige vaste uitgaven tot over de Ryxd:s 1000 monteeren.’
‘Gelyk wij dan d’ Eer hebben U Hoog Edele Gestr: en E E: Agtb: Eerbiedig onder’t oog te brengen dat voorleeden Jaar niet meer is ingekomen, als rd:s 1274:8:- en dus onbetaald gebleeven rd:s 868:30:- en dit Jaar bij de zittinge tot den ontfangst der Colonies penn:n een Somma van Rd:s 1407:22.’
‘Welke penningen zo door de betalinge der agterstallige Posten als door voorm: Intressen en het Cloof-geld aan Stellenbosch ter Somma van ƒ400 indische Valuatie geabsorbeerd zijnde, ‘er niets overblijft om de resteerende vaste uitgaven beneevens de reeds dit Jaar gedane en nog geduurig te doene reparatien aan ‘S Colonies Gebouwen; ende aan de Ponton gedane onkosten, welke tusschen de Rd:s 500 en 600 komen te belopen, veel min het aan de voorsz: Drosdije nieuw gezette gebouw waarvan d’onkosten door den eerst ondergeteek: zijn verschoten goed te maken, als alleenlijk de hoop op de dit Jaar nog onbetaalde Rd:s 899:30 en rd:s 1919:8, van vorige Jaaren; om welke te bekomen wij geen ander middel zien uit te vinden, als U Hoog Gestr: en E E: Agtb:s in Consideratie te geeven, en aller ootmoedigst te verzoeken, of niet zoude kunnen goed gevonden werden, dat U Hoog Ed Gestr: en E: E: Agtb eene ordre alhier deeden Publiceeren, waarbij een ijder gelast wierd, sijne agterstallige ponton en opgaaf gelderen binnen zeekere bepaalde tijd onder eene daarbij gestelde boete te komen betalen, ofte zoo als U Hoog Ed: Gestr: en E: E: Agtb: ten meeste nutte deezer Colonie Oorbaarst zullen gelieven te vinden.’
‘Waar meede U Hoog Ed: Gestr: en E: E: Agtb: in Godes Bescherminge beveelende wij de Eer hebben met allerdiepst respect te weezen.’
’/: onderstond :/ Hoog Ed: Gestr: Heer en E: E: Agtb: Heeren, U Hoog Ed: Gestr: en E: E: Agtb: zeer onderd: dienaren /: was get :/ C: V: Nuld Onkruijdt, J:s Steijn, J:s de Jager, E: Meijer, /: in margine :/ Swellendam den 25 Octob: 1785.’
Vermits het daarby opgegeeven agterweesen der Colonies Cassa voornamentlijk schijnt te zijn veroorzaakt uit gebrek van authoriteit en het tijdig Emploijeeren der middelen, zo klaar door de practicale en locale wetten aan de hand gegeeven werdende, om nalatige Debiteuren tot voldoeninge van derzelver agterweesen, te constringeeren, waartoe dat Collegie reeds genoegzame authoriteit komt te bezitten, uit welken hoofde ook gantsch ongepast gevonden is, het verzoek om bij eene Publicatie dezer Regeeringe de nalatige tot de voldoeninge van derzelver agterweezen aan te Sporen. Is overzulx verstaan, hetzelve Collegie bij Missive te gelasten, ten eersten Billietten te doen affigeeren, waarbij de zodanige ernstig werden gewaarschouwd om binnen zeekeren door het gemelde Collegie te præfigeerene behoorlyken tijd, derselver schuldig Staande Ponton- Hoofd- en andere gelden te komen voldoen, ofte dat bij manquement van dien teegens de nalatige zal werden geprocedeert, als na Regten; En dat ook na Expiratie van dien tyd, dezelve Procedures teegens de geenen, die als dan in gebreeken gebleeven zijn, zullen moeten werden te werk gesteld.
Gelijk wijders mede in overweeging wierd genomen eene ontfangene Missive van den Landdrost en burger krijgsraad der gem: Colonie van Swellendam , luijdende
Aan den Wel Edelen Gestr Heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur van Cabo de goede hoop, met den ressorte van dien &:a &:a &:a benevens den E: E: Agtb: Raad van Politie aldaar
‘Wel Ed: Gestr: Heer E: E: Agtb: Heeren!’
‘Vermits den burger Ritmeester Mons:r Jacobus Johannes Botha zig voor eenigen tijd op een Publicque vendutie zeer onbehoorlijk gedragen en eene geheele Familie die alhier bij een ieder voor zeer ordentelijke en fatzoenlijke Lieden werden gehouden op de aller infaamste wijze en in de aller obseenste Termen, waarvan reeds eenige documenten zijn, en andere nog werden ingewonnen, heeft geinjurieerd, zoo heeft den eerst ondergeteek: gem: Mons:r Botha afzonderlijk op eene Vriendelijke wijze verzogt om geduurende deeze Exercitie dagen niet voor de Front te komen, ten eijnde geene disordres mogten komen voor te vallen; dewelke te dugten stonden, wijl de meeste der officieren zig onwillig toonden om met hem Mons:r Botha dienst te doen aan welk verzoek denzelven niet defereerende, heeft den eerst ondergeteek: de præsent zijnde Hoofd officieren bij een laten roepen en den Secretaris uit naam van het Collegie bij meerm: Mons:r Botha gezonden, ten eijnde denzelven nogmaals op de allervriendelijkste wijze te verzoeken, van zig ter voorkominge van ongemakken onder ‘t een of ander voorwendzel te willen absenteeren, het geen denzelven als nog weigerende te doen, is den eerst ondergeteek: te rade geworden, ‘S anderen daags Extra ordinaire krijgsvergadering /: agter latende de gelædeerde Perzonen Mess:rs Georg Fredrik Rautenbag en Pieter Hendrik Ferraira, met assumtie der præsent zynde wagtmeester :/ te laten beleggen, waarinne alle de Leeden eenparig betuigde als officiers van Eer, geen dienst met meerm: Mons:r Botha te kunnen doen, weshalven geresolveerd wierd, om niet alles in d’ uitterste wanordre te brengen Twee krijgsofficieren benevens den Secretaris aan meerm: Mons:r Botha af te zenden en denzelven de genomene Resolutie, welke de eer hebben U Hoog Ed: Gestr: en E: E: Agtb: hier nevens te doen toekomen, t’insinueeren, en in Copia over te geeven; het welk verrigt zijnde rapporteerde gem: gecommitteerdens ten antwoord gekreegen te hebben, dat hij Mons:r Botha voor de Front zoude komen’
‘Wordende daarop verders geresolveerd meerm: Mons:r Botha te laten verzoeken in de vergaderinge te komen, gelijk dan ook geschiedende, den eerst ondergeteek: aan denzelven op eene vriendelijke wijze voorhield; dat niet alleen de ordres, maar zelf ongelukken zouden kunnen ontstaan, by aldien hij Mons:r Botha voor de Front quam en het zoude kunnen gebeuren dat Lieden van Eer op dusdanige infame en allerlasterlykste wyze gehoond hem Mons:r Botha onder het vuuren een kogel vereerde; als wanneer het Collegie zoude beschuldigt worden van de behoorlijke voorzorge in een geval van die natuur niet genomen te hebben; teffens dikwilsgem: Mons:r Botha nogmaals verzoekende, zig niet verder ten toon te stellen; waarop denzelven ten antwoord geevende, dat hij ‘S na demiddags zoude weeder komen en zig declareeren, zig uit de vergadering absenteerde, ‘S na demiddags denzelven weederom verzogt en ook gekomen zynde, declareerde zig te zullen absenteeren en Caabwaards Rijden.’
‘Wordende vervolgens de principaalste teegen partij van dikwerf gementioneerde Mons:r Botha den Lieut: Georg Frederik Rautenbag in’t particulier door eenige Leeden dezer Vergadering verzogt, zig insgelijx voor deeze keer, van d’ Exercitie te willen absenteeren, om dus voor te komen dat meerm: Mons:r Botha in geen denkbeeld mogt komen als of hij zo door de gerëitereerde aan hem gedane Verzoeken, als de dienaangaande genomene Resolutie beleedigd ware geworden, waartoe bovengem: Mons:r Rautenbag zig op de eerste voordragte gewillig getoond en van sijnen dienst voor dit maal zig geabsenteerd heeft.’
‘Waar meede wij denkende aan onzen pligt om de Vreede en Eenigheid onder de burgerije zo veel mogelijk te conserveeren, voldaan te hebben verhopen dat onze in dezen genomene Mesures de Eer mogen hebben de goedkeuringe van U Hoog Ed: Gestr: en E: E: Agtb: weg te dragen.’
‘Waarmeede U Hoog Ed: Gestr: en E: E: Agtb: in Godes bescherminge beveelende, wij d’ Eere hebben, met allerdiepst Respect te weezen.’
’/: onderstond :/’
‘U Hoog Ed: Gestr: Heer en E: E Agtb Heeren U Hoog Ed: Gestr: en E: E Agtb zeer onderdanige Dienaren /: was geteekend :/ C: V: Nuld Onkruijdt, H: Muller, J: de Jager, P: du Pree, J:n W:m Barkhuijsen, J:s de Jager, C: P:r Roggo, /: in margine :/ Swellendam den 25 October 1785.’
Waarbij het den Heere Gouverneur geliefde te voegen, dat syn Edele ten opzigte van ‘t geene bij dezelve Missive voorgedragen werd, door den Ritmeester Botha zelve reeds g’informeerd geworden zijnde die betuigd had over het geene hij tot aanleiding dier zake bij geleegendheid dat door een onmatig gebruik van drank verhit was geweest, misgaan had, een hartelijk leedweezen te gevoelen, met bereidwilligheid aan de beleedigde Perzonen voor den voorschreeven krijgsraad voldoende Reparatie van Eer te geeven, en afbede te doen; Sijn Edele bij voorraad tot een zodanig minnelijk accomodement der parthijen, om verdere gevolgen voor te komen, reeds de nodige aanschrijvinge aan opgem: Landdrost Onkruijdt had laten afgaan; En is dierhalven op voorstel van welgem: Heere Gouverneur goedgevonden den uitslag daarvan bij eene nadere Missive van voorsz: Landdrost en krijgsraad af te wagten.
Op het door de Gemagtigdens van den in het gepasseerde Jaar met het Schip ‘T Slot ter Hoge gerepatrieerden Capitain Lambertus Arnault Halfman gepræsenteerd Request, goedgevonden zijnde te permitteeren dat desselfs Slaven Jongen genaamd Fortuijn van Bengalen uit Consideratie van de door dien Slaaf betoonde ijver in’t ontdekken van de op gem: Bodem door de Oosterlingen geconspireerde horrible Moord, waar door dat Execrabel Voornemen gelukkig voorgekomen en verhinderd geworden is, uit Slavernij in Vrijdom werde ontslagen en denzelven Halfman t’ Excuseeren van de betalinge der bij het vrijgeeven van Slaven anderzints bepaalde geld Somma ten behoeve der Diacony; is ten zelver reguarde aan gem: Slaaf volgens syn verzoek meede toegestaan zonder betalinge van Transport off kostgeld, met het aanweezend Schip Alblasserdam na Batavia te mogen overvaren.
De ordinaire Gecommitteerdens Johannes Adolph Kuuhl en Fredrik Godhold Holtsapfel den eerstgenoemden door Hooge Jaare en Lighaams Corruptiën, en den anderen dikwerf door ziekte verhinderd werdende met de vereischte vigilantie in dezelve hunne functiën te werk te gaan, waar door het somtijds gebeurd dat de verrigtingen tot het lossen en laden der Scheepen, ofte andere zaken bij dewelke der zelver præsentie gevorderd werd zeer veel vertraging moet ondergaan, is op voordragte van den Heere Gouverneur uit consideratie van de hoge Jaren en langdureige diensten van den eerstgem: mitsg: de ongemakken en fatigues door den laatstgem: bij zyne onderschijdene op Madagascar Mosambicque en Sanguebar gedane Rijzen, en aldaar tot veel profijt van d’ E Comp:ie gevoerden Slaven handel geleeden, goedgevonden, tot derselver hulpe, nog als ordinaire Gecommitteerdens, met de qualiteit en gagie van Boekhouders a ƒ30 ter Maand aan te stellen de Adsistenten Hendrik Oostwald Eksteen Hendriksz en David Kuuhl, met dien verstande, nogthans dat bij het openvallen der Posten van voorsz: Kuuhl en Holtzapfel, het getal van die Amptenaren als voor heen op Twee zal werden hersteld.
Aldus Geresolveerd ende G’arresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare Voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 297-298.¶
Woensdag den {17851116} 16 Novemb: 1785
alle præsent
Den Gezaghebber op het Hoeker Schip Catwijk aan Rhijn , Daniël Haas uit hoofde van desselfs nog aanhoudende indispositie verzogt hebbende, weederom gelijk bevorens onder Stilstand van Gagie tot herstelling zijner gezondheijd Sijn verblijf aan Land te mogen houden, het geen op voordragte van den heere Gouverneur bij omvraag aan denzelven is geaccordeert geworden; Is verders in zelver voegen goed gevonden tot desselfs plaatsvulling weederom als Gezaghebber op dat Hoeker Schip aan te stellen, den prov:l Capitain Lieutenant van den Bodem ‘T Huijs te Spijk Christiaan de Cerff.
Aldus Geresolveerd ende G’arresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] J: J: Le Suëur
C. 169, pp. 299-301.¶
Donderdag den {17851117} 17 Novemb: 1785
alle præsent
Op propositie van den Heere Gouverneur, om mits het aanzienlijk profijt op de laatst uit het Carguasoen van het Portugeesche Schip l’ Estrella d’ Afrique ingekogte Slaven voor d E Comp:ie behaald, van het weeder met eenige Slaven aangekomen Fransch particulier Schip le Telemacque een deel aan te slaan, is goedgevonden en beslooten van den Capitain dier kiel Girand en den Super-Carga d’ outreville ‘S Comp:s weegen in te kopen een getal van 75 der beste van dezelve Slaven, teegens 120 Spaansche Matten ieder, gereekend teegens 54 Stuijvers de Spaansche mat, omme, gereduceerd tot guldens hollandsch Courant betaald te werden met wissels op d’ E Compagnie betaalbaar Ses Maanden na Zicht: Zynde tevens verstaan dezelve Slaven na voorgaande affixie van Billietten op Vrijdag den 2 December aanstaande Publicquelijk te doen verkopen op een Termijn van Vier a Vijff Maanden tot de betaling.
En is aan den vrijzwart Kitjil van Bougies, op desselfs bij Request gedaan verzoek gepermitteerd, neevens sijn wijff en een Slave Jongen, met het Schip Alblasserdam zig na Batavia te mogen begeeven ende Zulx uit hoofde van sijn onvermogen, zonder betalinge van transp: of kostgeld
Aldus Geresolveerd ende G’arresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: v: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
C. 169, pp. 302-331.¶
Dinsdag den {17851129} 29 Novemb: 1785
‘S voormiddags alle præsent behalven d’ heer Coll: R: J: Gordon.
Geresumeerd zijnde het zeer geëerd aanschrijven van Haar hoog Edelens de Heeren der Hoge Indiasche Regeeringe Sub dato 7: 7bre laatstl: met het Schip Eijk en Linde aangebragt, is verstaan, haar hoog Edelens bij eerste geleegendheid te bedanken voor hoogst derselver nadere Dispositie om het Schip Trompenburg in Steede van het ingehuurd part: Schip Eijk en Woude tot het overbrengen der benodigdheeden voor dit gouvernement te projecteeren; en dewijl daarmede verder onnodig is geworden tot de retourlading van’t voorsz: Schip Eijk en Woude de aankopingen te doen waartoe den Heer hoofd Administrateur en den E: Coopman en keldermeester bij besluit van den 11 dezer zijn gequalificeert geworden, is dierhalven mede goedgevonden, dezelve inkopingen verder te doen Staken, en het geene ten dien einde reets ingeslagen is geworden op de Successivelijk passeerende retour Scheepen ter verzendinge naar’t Patria te verdeelen.
Den E: koopman en Secretaris dezes Raads, Oloff Marthini Bergh zijnde komen t’overleiden, is ingevolge besluit ter vergadering van den 13 Julij laatstl: genomen thans positief als Lidt en Secretaris in desselfs plaatze aangesteld, d’E: Oloff Godlieb de Wet, die bij dezelve vergadering wijlen gem: E: Bergh in’t Ampt van Secretaris geadjungeerd, en Slegts met een adviseerende Stem tot mede Lidt dezes raads is aangesteld geweest, En dewijl gem: E: de Wet tevens, met het door overleiden van ged: E: Bergh vacant gevallene Ampt van Vendumeester is bekleed geworden, heeft men ten opzigte der inkomsten van dat Ampt zig als nog de nadere Schikkingen zodanig blijven gereserveerd houden, als bij de ged: Resolutie is ter needer gesteld.
Waarop vervolgens door gem: E: de Wet wierd te kennen gegeven, hoe bij een ieder ondervonden was dat al zeedert lange, wijlen desselfs prædeceseur in’t vendumeesters Ampt buiten staat was geweest op den tijd van Ses weeken na de verkopinge als bij d’ oude bataviasche Statuten daartoe bepaald, de vendu penn:n ter uitbetalinge te berde te brengen, uit hoofde bij de verkopingen, zo wel Lieden van buiten als die aan de Caab woonagtig zijn, de goederen inkopende, het dikwerf onmogelijk was, van d’eerste zonder onaangename rechtsvervolgingen, en het præjudicieeren der publicque Vendutiën, de betalingen te kunnen verkrijgen, als na Verloop van eenige Maanden
Dat mitsdien ter conservatie van’t Crediet der Verkopingen aan deze plaatze zo wel als om niet in de Verpligting te moeten zijn, ten einde zig ter uit uitbetalinge in Staat te stellen Continueel degenen die eenigzints met het betalen der gekogte goederen traineren, dadelijk door regterlijke middelen te constingeren, hij de Vrijheid nam, onder ‘t oog van dezen Rade te brengen hoe al voor lange op Indiasch hoofdplaats zelve, de bepaling van tijd tot het ùitbetalen der vendu penn:n was gebragt op vier Maanden; verzoekende overzulx dat het dezen rade behagen mogt, ook nader eenen zodanigen Convenablen tijd tot dezelve uitbetalinge voort vervolg vast te stellen als g’oordeeld werden zoude te behoren; En is daarop verstaan, tot het afbetalen der vendu penn:n te stellen uiterlijk den tijd van drie maanden, omtrend de vendutien, die aan de Caab en in desselfs omtrek gehouden werden, en van Vier Maanden wegens de verkopingen ten platten Lande en in de buiten districten geschiedende.
Zijnde wijders goed gevonden, in Steede van meergem: E: de Wet, als de Administrateur van’t Negotie Pakhuijs bij desselfs teegenswoordig Ampt niet langer kunnende waarnemen, tot Pakhuijsmeester aan te stellen, den ondercoopman en Soldij Boekhouder mitsg: Curator ad Lites, Salomon van Echten, en in laatstgem: Post met den Rang van ondercoopman te laten Succedeeren, den Boekhouder en Zoldij overdrager Clement Matthiesen Junior.
En aangezien verstaan is, den ondercoopman en Eerste gezworen Clercq ter Politicque Secretarije Johannes Marthinus Horak, na desselfs ancienniteit ter Vervulling van het door overleiden van bovengem: E: Oloff Marthini Bergh vacant gevallene plaats, thans ter vergaderinge van Justitie te doen sessie nemen, dus denzelven met geen gevoeglijkheijd langer als Secretaris bij het Collegie van Commissarissen van Civiele en Huwelijx Zaken fungeeren kan, waarbij ook de zeedert wijnige Jaren zeer toegenomene bezigheeden ter Politicque Secretarije den dienst van nog een gezworen Clercq aldaar noodzakelijk komt te vereijsschen: is dierhalven goedgevonden daar toe aan te stellen den te Secretarije dienst doende adsistent George Gerard Diemel, met de qualiteit van boekhouder en eene gagie van ƒ30 ‘Smaands zijnde denzelven tevens gequalificeert vermits bovengem: Eerste gezw: Clercq door occupatiën Somtyds verhinderd werd, ten gerieve der gemeente de bij dezelve gevorderd werdende Notarieele actens te passeeren, en ook desselfs afweezen bij geleegendheijd hinderlijk is, dat dezelve daar mede spoedig werden geholpen, het Notaris Ampt daarbij t’ Exerceeren.
D’E E: Cooplieden Adriaan van Schoor, en M:r Jacobus Johannes le Suëur volgens besluit van den 11 November laatstl: op den 15 derzelver Maand gevaceert hebbende ter aanbesteeding aan de geenen die zulx teegens de minste Prijzen zoude komen t’offereeren, van’t aanrijden der nodige bouw Materialen voor d’ E Comp:ie deeden Rapport dat er van verscheidenen burgerlieden die zig ter zelver tijd aldaar præsent bevonden hadden zig buiten den meede burger Jacobus Johannes Vos, niemand g’inclineerd had getoond had, daartoe in eenig engagement te treeden, en dat gem: de Vos, g’offreerd hebbende de aanrijding der Materialen, te doen tegens de volgende Prijsen, Namentlijk
voor Een Vragt gebakkene Steenen uit de Thuijn van de burgers Hend:k Smuts of Christ: Brasler, na de Linie of de nieuw aangelegd werdende Batterij, Twee en Veertig Stuijvers
na andere oorden in, of omtrend de Caab, Dertig Stuijvers. dog dezelve gebakkene Steenen gereeden werdende uit ‘S Comp:s Steen vormerij of van den burger Lieut: Johannes Dempers als dan voor Een Vragt na de Linie of nieuw aangelegde werdende Battery, Ses en Dertig Stuijv:s en na het Casteel of binnen de Caab en omtrend dezelve 24 Styijv:s
Hun E: E: in zo verre het deezen Rade goedvinden mogt zulx t’approbeeren, en den tijd te bepalen voor zo lange hetzelve zoude dienen te continueeren, met gem:de Vos het accoord voor de gem: Prijzen hadden aangegaan; Waarop gemerkt, de zo zeer toegenomene duurte der Paarden en derzelver onderhoud, neevens het geene verder tot den daar toe dienende ommeslag werd vereischt ingezien zijnde, dat deeze Prijzen daar na min of meer zijn geevenreedigd, besloten is, het gem: accoort te approbeeren voor den tijd van Een Jaar in te gaan met primo December aanstaande: dog aan deezen Rade gereserveerd te houden, om na uijteijnde van dat Jaar, die aanbesteeding op hetzelve accoort nog voor een volgende Jaar te blijven continueeren: Ende zulx voor zo verre men door het aanbrengen en beezigen van meerder Wagens of Stort karren van d’ E Comp:ie zelve, die aanrijding nog zal komen te benodigen.
Door den Heere Gouverneur aan deeze Vergadering Zijnde voorgedragen, of het niet allezints gepast zoude zijn, den Heere Ridder de Peijnier, Cheff d’ Esquadre van sijn allerchristelijkste Majesteit, by geleegentheijd dat welgem: Heere Ridder de Peijnier met eene uit d’ Indiën onder desselfs ordre naar Europa retourneerend Esquader, teegenwoordig zig ter Rheede van dit Gouvernement bevind eene gedistingueerde blijk van diepe Erkentenisse en dankbaarheijd aan dien beroemden Generaal weegens dit Gouvernement te geeven, in’t bijzonder zo voor desselfs in den Jongsten oorlog betoonden: Ijver, en bereidwilligheid als zorgvuldige waakzaamheijd en hoog te prijzene gemaakte dispositiën, ter defensie van den Importanten Post de Baaij-Fals alwaar welgem: Heere Ridder de Peijnier met een Esquader Scheepen van oorlog, gedestineerd tot meede Verdeediging der Neederlandsche Bezittingen in d’ Indiën , onder desselfs opperbevel ten anker lag, in een tijdstip dat den Gouverneur deezer Colonie berigt bekomen had dat een vijandelijke vloot gecommandeerd door den Engelschen Bevelhebber Bikkerton, uijtgezonden om een attacque op deeze kusten te onderneemen, reeds inde nabijheid dezelve genaderd was, als insgelijx wegens desselfs zo Cordaat aangebodene Hulpe door de krijgsmagt der vloot, zo den Vijand ter dier tijd aan een andere zijde eene vijandelijke aanval op deeze Colonie zoude ondernomen hebben als meede niet minder weegens de allergewigtigste diensten en voordeelen die meergem: gedistingueerden Generaal bij vervolg van tijd in d’ Indiën voor des E Comp:n belangen in’t algemeen ter bescherming en behoud harer verdere Etablissementen, heeft toegebragt:
Hebben de Leeden des Raads, als volkomen van de gewigtige gedane diensten van welgem: Heere Generaal de Peijnier overtuigd, en niet min daaraan gevoelig zijnde, met deeze propositie van den Heere Gouverneur zig gaarne geconformeerd: En is verstaan, dewijl men daartoe aan deezen uithoek niets andere uitdenken kan, dat zijn Edelheid aangenamer zoude kunnen zijn, dan om in d’ eerste plaats door deezen aan welgem: Heere Cheff d’Esquader de Peijnier een openbare blijk van dankbare Erkentenisse te geeven:
En wijders daarnevens van wegens de Ed: O: I: Maatschappij, der VerEenigde Neederlanden aan hoogst denzelven als eene der beste Producten van dit Land geneegentlijk aan te bieden, Twaalff halve Aamen Rode en Witte Constantia wijnen, met Vier Aamen Steenwijn.
In die Hope, dat deeze geringe blijk van de Hoogagting des Raads niet onaangenaam weezen en door den Heere Generaal Ridder de Peijnier aldus geconsidereerd, en dit bijgevoegde gracieuslijk g’accepteerd worden zal.
Wijders is geleezen Een ingediend Request door Neegen en Twintig Ingezeetenen van’t Swellendamse district geteekend, tendeerende om vermits zijl: geen gebruik hebben van de Ponton, dog men hun verpligt Jaarlijx daartoe te betalen, het dierhalven deezen Rade behagen mogt Schikkingen te maken, waardoor dezelve Requestranten van de gemelde betalinge werden ontheft; En daarop goedgevonden alvorens op dat Request te disponeeren, Copia van hetzelve te stellen in handen van Landdrost en Heemraaden van Swellendam ten eijnde deeze Raade desweegens te dienen van derzelver berigt en Consideratie.
Na het welke door den Heer Secunde en Hoofd Administrateur Pieter Hacker met verzoek van daarop dispositie te mogen erlangen, wierd geproduceerd de volgende Memorie
‘Memorie van ‘t nabesz: ijzer, Hop, Olijven Olij etc:, uit de volgende Scheepen, Soo te min, gebroken, als bij pijling minder de Tabac in’t Negotie pakhuis bij naweeging te min, als meede de LijfEijgenen in de Ses Jongst gepasseerde Maanden door de natuurlijke dood overleeden, het vee in gem: tijd zo verrekt als door het wild gedierte vernielt en Eyndelijk verschijde goederen Sedert p:mo Septemb: a:o pass:o tot Ult:o aug:s Jongstl: in de resp:ve Pakhuizen onbequaam en onbruikbaar bevonden alles volgens Verklaaring van Gecommitteerdens Namentlijk’
‘
Uit 't Schip Sparen | ||||
verkopen | 2075 | p:s | grauwe Moppen op de geligte 14500 p:s | gebroken |
1605 | d:o | geele klinkers d:o d:o d:o d:o 10000 d:o |
Uit 't Schip Sparen | ||||
verkopen | 2075 | p:s | grauwe Moppen op de geligte 14500 p:s | gebroken |
1605 | d:o | geele klinkers d:o d:o d:o d:o 10000 d:o |
‘
Uit het Schip Catwijk aan Rhijn | |||
afschr: | 20237 | lb | Peeper op 503884 lb te min zijnde pC:tos ruijm |
Uit het Schip Catwijk aan Rhijn | |||
afschr: | 20237 | lb | Peeper op 503884 lb te min zijnde pC:tos ruijm |
‘
Uit het Schip de Meermin | |||
afschr: | 75 | p:s | Gonnij zakken op 1900 p:s geduurende de rijze na Madagascar verrot en onbruikbaar bevonden |
Uit het Schip de Meermin | |||
afschr: | 75 | p:s | Gonnij zakken op 1900 p:s geduurende de rijze na Madagascar verrot en onbruikbaar bevonden |
‘
Uit 't Schip de Vreede | ||||
verkopen | 2 | p:s | Eyke Planken van 6 d:m op 5 p:s | defect |
afschr: | 1 | d:o | d:o d:o d:o 4 d:o d:o 18 d:o | te min |
verkopen | 5 | d:o | d:o d:o d:o 3 d:o d:o 15 d:o | defect en gebroken |
9 | d:o | d:o d:o d:o 2 d:o d:o 40 d:o | ||
2 | d:o | greene deelen d:o 2 1/2 d:o d:o 75 d:o | gebroken | |
15 | d:o | d:o d:o d:o 1 1/2 d:o d:o 350 | d:o | |
26 | d:o | d:o d:o d:o 1 1/4 d:o d:o 500 | d:o | |
15 | d:o | Sparren van 15 a 18 v:t d:o 25 | d:o | |
3 | d:o | Juffers d:o 30 d:o 36 d:o d:o 50 | d:o | |
afschr: | 2747 | lb | Yzer gezort:e op 129000 lb aan 4122 Staaven bij naweeging te min | |
verkopen | 9 | p:s | Hack of plat Pikken met Steelen op 1000 p:s | gebroken |
1 | d:o | Slijpsteen van 5 voet d:o 3 p:s | d:o | |
1 | d:o | d:o d:o 4 d:o d:o 5 d:o | d:o | |
63 | d:o | Koornschoppen Amsterdamse op 500 p:s gebr: | in 5 Cassen | |
27 | d:o | graven met Steelen d:o 1000 d:o d:o | d:o 5 d:o | |
11 | d:o | beslagen Schoppen d:o 200 d:o d:o | d:o 2 d:o | |
afschrijven | 7 3/4 | grof | Lange Porcelijne tabaks pijpen in 2 Cassen op 25 gros | gebroken |
2 5/12 | d:o | korte fijne d:o d:o d:o d:o d:o 10 d:o | d:o | |
afschrijven | 5 | d:o | glase wijnpompjes op 25 p:s in | in 1 Cas gebroken |
197 | d:o | drinkglasen gesort: d:o 1000 d:o | ||
247 | d:o | grote ruijten van 12 a 14 d:m op 20000 p:s | in 20 Cass: gebro: | |
144 | lb | Hop op 1069 lb in 4 Balen bij naweging te min |
Uit 't Schip de Vreede | ||||
verkopen | 2 | p:s | Eyke Planken van 6 d:m op 5 p:s | defect |
afschr: | 1 | d:o | d:o d:o d:o 4 d:o d:o 18 d:o | te min |
verkopen | 5 | d:o | d:o d:o d:o 3 d:o d:o 15 d:o | defect en gebroken |
9 | d:o | d:o d:o d:o 2 d:o d:o 40 d:o | ||
2 | d:o | greene deelen d:o 2 1/2 d:o d:o 75 d:o | gebroken | |
15 | d:o | d:o d:o d:o 1 1/2 d:o d:o 350 | d:o | |
26 | d:o | d:o d:o d:o 1 1/4 d:o d:o 500 | d:o | |
15 | d:o | Sparren van 15 a 18 v:t d:o 25 | d:o | |
3 | d:o | Juffers d:o 30 d:o 36 d:o d:o 50 | d:o | |
afschr: | 2747 | lb | Yzer gezort:e op 129000 lb aan 4122 Staaven bij naweeging te min | |
verkopen | 9 | p:s | Hack of plat Pikken met Steelen op 1000 p:s | gebroken |
1 | d:o | Slijpsteen van 5 voet d:o 3 p:s | d:o | |
1 | d:o | d:o d:o 4 d:o d:o 5 d:o | d:o | |
63 | d:o | Koornschoppen Amsterdamse op 500 p:s gebr: | in 5 Cassen | |
27 | d:o | graven met Steelen d:o 1000 d:o d:o | d:o 5 d:o | |
11 | d:o | beslagen Schoppen d:o 200 d:o d:o | d:o 2 d:o | |
afschrijven | 7 3/4 | grof | Lange Porcelijne tabaks pijpen in 2 Cassen op 25 gros | gebroken |
2 5/12 | d:o | korte fijne d:o d:o d:o d:o d:o 10 d:o | d:o | |
afschrijven | 5 | d:o | glase wijnpompjes op 25 p:s in | in 1 Cas gebroken |
197 | d:o | drinkglasen gesort: d:o 1000 d:o | ||
247 | d:o | grote ruijten van 12 a 14 d:m op 20000 p:s | in 20 Cass: gebro: | |
144 | lb | Hop op 1069 lb in 4 Balen bij naweging te min |
‘
Uit het Schip de Vlugge Trekvogel | ||||
afschrijven | 928 | lb | IJzer gesort: op 65000 lb aan 1598 Staven bij naweeging te min | |
verkopen | 11 | p:s | Yzere Potten besort: op 100 p:s gebroken | |
23 | d:o | Vijlen gesort: op 358 p:s gebroken in 1 Cas | ||
3 | d:o | greene Ribben van 5 & 7 d:m op 90 p:s gebroken | ||
6 | d:o | d:o d:o d:o 8 d:o 10 d:o d:o 30 d:o d:o | ||
3 | d:o | d:o deelen d:o 3 1/2 d:o 4 d:o d:o 20 d:o defect en gebroken | ||
5 | d:o | d:o Ribben d:o 4 d:o 6 d:o d:o 37 d:o defect | ||
3 | d:o | d:o d:o d:o 4 d:o 5 d:o d:o 37 d:o d:o | ||
5 | d:o | d:o deelen d:o 2 1/2 d:m d:o 40 p:s als afschrijven 2 p:s te min verkopen 3 d:o gebroken | ||
verkopen | 17 | p:s | gr: deelen van 2 d:m op 180 p:s gebroken | |
6 | d:o | d:o Ribben d:o 3 a 4 d:o d:o 50 d:o d:o en defect | ||
27 | d:o | d:o deelen d:o 1 1/4 d:o d:o 520 als afschrijven 3 p:s te min verkopen 24 d:o gebroken | ||
20 | p:s | gr: deelen van 1 1/2 d:m op 250 als afschrijven 2 p:s te min 18 d:o gebroken | ||
4 | p:s | gr: deelen van 1 d:m op 100 p:s gebroken | ||
verkopen | 2 | d:o | d:o Latten d:o 1 & 1 1/2 d:m d:o 100 | gebroken |
30 | d:o | d:o d:o d:o 1 1/2 d:o 1 1/2 d:o d:o 200 | ||
12 | d:o | d:o d:o d:o 1 1/2 d:o 2 d:o d:o 125 | ||
36 | d:o | d:o d:o d:o 1 d:o 2 d:o d:o 250 | ||
verkopen | 4 | p:s | gr: Latten van 2 & 3 d:m op 87 p:s | gebroken |
12 | d:o | d:o d:o d:o 1 1/2 d:o 3 d:o d:o 117 d:o | ||
1 | d:o | Spar van 30 a 36 voet op 60 d:o | ||
5 | d:o | Juffers d:o 30; 36 d:o d:o 100 d:o | ||
1825 | d:o | grauwe Moppen d:o 5000 d:o | ||
965 | d:o | klinker Steenen d:o 5000 d:o | ||
afschrijven | 45 3/4 | Cann: | Olijven olij op 7 halve Aamen pijlende 1 van 2, 4 van 3, en 2 van 4 d:m wan | |
verkopen | 1 | p:s | Vaderlandsche Lijn op 10 p:s te min | |
1 | d:o | Yzere Lijmpotje gebroken |
Uit het Schip de Vlugge Trekvogel | ||||
afschrijven | 928 | lb | IJzer gesort: op 65000 lb aan 1598 Staven bij naweeging te min | |
verkopen | 11 | p:s | Yzere Potten besort: op 100 p:s gebroken | |
23 | d:o | Vijlen gesort: op 358 p:s gebroken in 1 Cas | ||
3 | d:o | greene Ribben van 5 & 7 d:m op 90 p:s gebroken | ||
6 | d:o | d:o d:o d:o 8 d:o 10 d:o d:o 30 d:o d:o | ||
3 | d:o | d:o deelen d:o 3 1/2 d:o 4 d:o d:o 20 d:o defect en gebroken | ||
5 | d:o | d:o Ribben d:o 4 d:o 6 d:o d:o 37 d:o defect | ||
3 | d:o | d:o d:o d:o 4 d:o 5 d:o d:o 37 d:o d:o | ||
5 | d:o | d:o deelen d:o 2 1/2 d:m d:o 40 p:s als afschrijven 2 p:s te min verkopen 3 d:o gebroken | ||
verkopen | 17 | p:s | gr: deelen van 2 d:m op 180 p:s gebroken | |
6 | d:o | d:o Ribben d:o 3 a 4 d:o d:o 50 d:o d:o en defect | ||
27 | d:o | d:o deelen d:o 1 1/4 d:o d:o 520 als afschrijven 3 p:s te min verkopen 24 d:o gebroken | ||
20 | p:s | gr: deelen van 1 1/2 d:m op 250 als afschrijven 2 p:s te min 18 d:o gebroken | ||
4 | p:s | gr: deelen van 1 d:m op 100 p:s gebroken | ||
verkopen | 2 | d:o | d:o Latten d:o 1 & 1 1/2 d:m d:o 100 | gebroken |
30 | d:o | d:o d:o d:o 1 1/2 d:o 1 1/2 d:o d:o 200 | ||
12 | d:o | d:o d:o d:o 1 1/2 d:o 2 d:o d:o 125 | ||
36 | d:o | d:o d:o d:o 1 d:o 2 d:o d:o 250 | ||
verkopen | 4 | p:s | gr: Latten van 2 & 3 d:m op 87 p:s | gebroken |
12 | d:o | d:o d:o d:o 1 1/2 d:o 3 d:o d:o 117 d:o | ||
1 | d:o | Spar van 30 a 36 voet op 60 d:o | ||
5 | d:o | Juffers d:o 30; 36 d:o d:o 100 d:o | ||
1825 | d:o | grauwe Moppen d:o 5000 d:o | ||
965 | d:o | klinker Steenen d:o 5000 d:o | ||
afschrijven | 45 3/4 | Cann: | Olijven olij op 7 halve Aamen pijlende 1 van 2, 4 van 3, en 2 van 4 d:m wan | |
verkopen | 1 | p:s | Vaderlandsche Lijn op 10 p:s te min | |
1 | d:o | Yzere Lijmpotje gebroken |
‘
Uit 't Schip de Pollux | |||
afschrijven | 26 | Tonnetjes | Zwartzel op 300 p:s in 2 Cassen leedig bevonden |
13 11/12 | gros | lange porcelijne Tabaks pijpen op 50 gros | in drie Cass: gebroken |
7/12 | d:o | Korte d:o d:o d:o d:o 5 d:o | |
4 | p:s | Smeltkroesen op 50 p:s in 3 Cassen gebroken | |
31 | lb | Zeep Marceliaansche op 500 lb in 1 Cas bij naweeging minder | |
67 1/5 | Cann: | Olijven olij op 15 halve Aamen bij pijling minder als zijnde 2 van 2, en 13 van 3 d:m wan bevonden en | |
3/15 | kelders | gedistileerde wateren op 1 kelder ofte 15 flessen gebroken |
Uit 't Schip de Pollux | |||
afschrijven | 26 | Tonnetjes | Zwartzel op 300 p:s in 2 Cassen leedig bevonden |
13 11/12 | gros | lange porcelijne Tabaks pijpen op 50 gros | in drie Cass: gebroken |
7/12 | d:o | Korte d:o d:o d:o d:o 5 d:o | |
4 | p:s | Smeltkroesen op 50 p:s in 3 Cassen gebroken | |
31 | lb | Zeep Marceliaansche op 500 lb in 1 Cas bij naweeging minder | |
67 1/5 | Cann: | Olijven olij op 15 halve Aamen bij pijling minder als zijnde 2 van 2, en 13 van 3 d:m wan bevonden en | |
3/15 | kelders | gedistileerde wateren op 1 kelder ofte 15 flessen gebroken |
‘
Uit 't Schip 'T Huys te Spijk | |||
afschrijven | 69 | p:s | koornzakken op 320 p:s geduurende de rijze op 't Eijland Mauritius |
Uit 't Schip 'T Huys te Spijk | |||
afschrijven | 69 | p:s | koornzakken op 320 p:s geduurende de rijze op 't Eijland Mauritius |
‘
Uit 't Schip Avenhorn | |||
afschrijven | 410 | lb | Yzer gezorteerd op 35000 lb aan 885 Staven bij naweeging minder van d' Extra ordinaire Eijsch |
Uit 't Schip Avenhorn | |||
afschrijven | 410 | lb | Yzer gezorteerd op 35000 lb aan 885 Staven bij naweeging minder van d' Extra ordinaire Eijsch |
‘
Uit 't Fransch Schip le Fabius | |||
afschrijven | 1 | fles | Spiritus Nitri Dulcis |
1 | d:o | Balsem Sulph: Terebent: | |
1 | d:o | Bezume flora Venti | |
1 | d:o | Nigr: penaran | |
1 | d:o | Spiritus Cochleari | |
2 | d:o | Olium Terbentine | |
2 | d:o | Spiritus Vini | |
1 | d:o | d:o Vitri Dulcis | |
2 | d:o | Vol: Corn Cervi | |
1 | pot | Salmoniac | |
1 | d:o | pulp: Tamarinde | |
1 | d:o | Rob Sambusi | |
1 | d:o | Concerte Illeaserte | |
1 | fles | Balsem Copau | |
1 | pot | Therebent pulcherim | |
1 | d:o | pomade olscabium | |
1 | d:o | Oculum Mellis | |
1 | vat | mel album | |
1 | d:o | Therebentine | |
2355 | lb | Yzer gesort: op 14460 lb in 376 Staven bij naweeging te min |
Uit 't Fransch Schip le Fabius | |||
afschrijven | 1 | fles | Spiritus Nitri Dulcis |
1 | d:o | Balsem Sulph: Terebent: | |
1 | d:o | Bezume flora Venti | |
1 | d:o | Nigr: penaran | |
1 | d:o | Spiritus Cochleari | |
2 | d:o | Olium Terbentine | |
2 | d:o | Spiritus Vini | |
1 | d:o | d:o Vitri Dulcis | |
2 | d:o | Vol: Corn Cervi | |
1 | pot | Salmoniac | |
1 | d:o | pulp: Tamarinde | |
1 | d:o | Rob Sambusi | |
1 | d:o | Concerte Illeaserte | |
1 | fles | Balsem Copau | |
1 | pot | Therebent pulcherim | |
1 | d:o | pomade olscabium | |
1 | d:o | Oculum Mellis | |
1 | vat | mel album | |
1 | d:o | Therebentine | |
2355 | lb | Yzer gesort: op 14460 lb in 376 Staven bij naweeging te min |
‘
Uit 't Frans Schip La Therese | |||
afschrijven | 2686 | lb: | IJzer gesort op 15301 lb: aan 366 1/2 Staven bij naweeging minder |
Uit 't Frans Schip La Therese | |||
afschrijven | 2686 | lb: | IJzer gesort op 15301 lb: aan 366 1/2 Staven bij naweeging minder |
‘
Uit 't Schip 'T Zeepaard | |||
afschrijven | 340 | lb | Yzer gezorteerd op 939 Staven weegende 35000 lb bij naweeging minder |
76 | p:s | glase ruijten van 12 & 14 d:m op 4000 p:s in 35 Cass:n bij natelling gebroken. | |
270 | Cann: | Lijn olij op 20 halve Aamen Inhoudende 11 Aamen en 80 Mengelen pijlende 5 van 3, 11: van 4, 1 van 5 en 1 van 6 duijm wan mitsg:s 2 Leedig | |
200 | lb | ofte 2 Vaten Bussekruijt a 100 lb ieder op 4000 lb in 40 Vaten geheel bedorven en in Zee geworpen |
Uit 't Schip 'T Zeepaard | |||
afschrijven | 340 | lb | Yzer gezorteerd op 939 Staven weegende 35000 lb bij naweeging minder |
76 | p:s | glase ruijten van 12 & 14 d:m op 4000 p:s in 35 Cass:n bij natelling gebroken. | |
270 | Cann: | Lijn olij op 20 halve Aamen Inhoudende 11 Aamen en 80 Mengelen pijlende 5 van 3, 11: van 4, 1 van 5 en 1 van 6 duijm wan mitsg:s 2 Leedig | |
200 | lb | ofte 2 Vaten Bussekruijt a 100 lb ieder op 4000 lb in 40 Vaten geheel bedorven en in Zee geworpen |
‘
In 't Negotie Pakhuis | |||
afschrijven | 81 | lb | Tabak op 36 Rollen in 1 Cas n:o 109 p:r 't Schip de Factor in A:o 1783 bij naweeging te min |
In 't Negotie Pakhuis | |||
afschrijven | 81 | lb | Tabak op 36 Rollen in 1 Cas n:o 109 p:r 't Schip de Factor in A:o 1783 bij naweeging te min |
‘En volgens g’annexeerde reecq: van d’ opziender van ‘S Comp: Slaven Logie gesterkt met Secretarieele verklaringe in de Jongst gepasseerde Maanden Maart, April, May, Junij, Julij en Augustus van ‘S Compagnies LijfEijgenen door de natuurlijke Dood Overleeden en absent te weeten’
‘
afschrijven | 39 | Stux | kloeke Jongens als |
37 | Stux overleeden | ||
2 | d:o die zeedert drie Jaren absent zijn | ||
9 | Stux | School Jongens te weeten | |
8 | Stuks overleeden | ||
1 | d:o die zeedert drie Jaren absent is | ||
2 | Stux | Zuijgende Jongens | overleeden |
13 | d:o | kloeke Meijden | |
1 | d:o | School d:o | |
4 | d:o | Zuijgende d:o |
afschrijven | 39 | Stux | kloeke Jongens als |
37 | Stux overleeden | ||
2 | d:o die zeedert drie Jaren absent zijn | ||
9 | Stux | School Jongens te weeten | |
8 | Stuks overleeden | ||
1 | d:o die zeedert drie Jaren absent is | ||
2 | Stux | Zuijgende Jongens | overleeden |
13 | d:o | kloeke Meijden | |
1 | d:o | School d:o | |
4 | d:o | Zuijgende d:o |
‘En volgens bygevoegde reecq:n van de Landdrosten gesterkt met Secretarieele beëdigde verklaringen zijn meede in voorsz: tijd van ‘S Comp:s Beestiaal, zo verrekt als door’t wild gedierte vernield en absent te weeten.’
‘
afschrijven | 795 | Stux | Runder beesten als |
780 | Stux verrekt | ||
15 | d:o Zeedert een geruijme tyd absent | ||
49 | Stux | Paarden als | |
48 | Stux verrekt | ||
1 | d:o Zeedert een geruijme tyd absent | ||
4 | Stux | Bokken verrekt |
afschrijven | 795 | Stux | Runder beesten als |
780 | Stux verrekt | ||
15 | d:o Zeedert een geruijme tyd absent | ||
49 | Stux | Paarden als | |
48 | Stux verrekt | ||
1 | d:o Zeedert een geruijme tyd absent | ||
4 | Stux | Bokken verrekt |
‘De volgende goederen zijn gedurende dit Boekjaar ofte zeedert p:mo Sept:r A:o pass:o tot Ult:o Aug:s deezes Jaars bij diverse Administrateurs onbequaam en onbruikbaar bevonden te weeten.’
‘
In't Negotie Pakhuis | |||
verkopen | 6 | p:s | Pijlaken gemotteerd |
31 | p:r | wolle kousen | |
11 | p:s | Niquaniassen grove aangeslagen en Verstikt | |
4 | d:o | IJzere Potten gebroken, die gediend hebben tot den Slaven handel op Madagascar en p:r 't Schip de Meermin onder de restanten te rug gebragt zijn. |
In't Negotie Pakhuis | |||
verkopen | 6 | p:s | Pijlaken gemotteerd |
31 | p:r | wolle kousen | |
11 | p:s | Niquaniassen grove aangeslagen en Verstikt | |
4 | d:o | IJzere Potten gebroken, die gediend hebben tot den Slaven handel op Madagascar en p:r 't Schip de Meermin onder de restanten te rug gebragt zijn. |
‘
In't Hout Magazijn | ||||
Verkopen | 8 | p:s | greene Balken van 13 & 13 d:m lang 30 voeten aan 64 stukken gezaagd, zijnde dit de geene welke onder een partij van 12 1/2 p: in de Maand Maij 1782 tot het maken van beddings voor de Batterij in de Baaij Fals na derwards gezonden en in de Maanden Julij en Augustus desselven Jaars in't Houtmaguazijn te rug ontfangen zijn | |
76 | p:s | greene Deelen van 1 1/4 d:m | gediend hebbende tot losse britsen in de Jare 1782: 83: 84: voor de Convalesceerdens aan de Linie | |
72 | d:o | Jatij planken | ||
201 | p:s | Noordse Deelen gebroken, die in't Schip de Vlugge Trekvogel gebruikt zijn geweest tot Stuatie Planken en niet op de Factuur bekend gestaan hebben. |
In't Hout Magazijn | ||||
Verkopen | 8 | p:s | greene Balken van 13 & 13 d:m lang 30 voeten aan 64 stukken gezaagd, zijnde dit de geene welke onder een partij van 12 1/2 p: in de Maand Maij 1782 tot het maken van beddings voor de Batterij in de Baaij Fals na derwards gezonden en in de Maanden Julij en Augustus desselven Jaars in't Houtmaguazijn te rug ontfangen zijn | |
76 | p:s | greene Deelen van 1 1/4 d:m | gediend hebbende tot losse britsen in de Jare 1782: 83: 84: voor de Convalesceerdens aan de Linie | |
72 | d:o | Jatij planken | ||
201 | p:s | Noordse Deelen gebroken, die in't Schip de Vlugge Trekvogel gebruikt zijn geweest tot Stuatie Planken en niet op de Factuur bekend gestaan hebben. |
‘
Bij D' Arthillerie | |||
Verkopen | 2 | p:s | affuijten van 3 lb onbequaam |
8 | d:o | Rolpaarden d:o 6 d:o ongetaxeerd d:o |
Bij D' Arthillerie | |||
Verkopen | 2 | p:s | affuijten van 3 lb onbequaam |
8 | d:o | Rolpaarden d:o 6 d:o ongetaxeerd d:o |
‘
In 'S Comp:s Hospitaal | ||||
Verkopen | 10 | p:s | Tinne klisteer Spuijten | onbequaam |
7 | d:o | gangbekkens | ||
1 | d:o | water fles | ||
1 | d:o | doosje met Schaal en gewigt | ||
10 | d:o | Haïre Ziften | ||
2 | d:o | Tabaks klisteerspuijten | ||
1 | d:o | Serpentijn Steene vijzeltje | ||
2 | d:o | Yzere Potten | ||
1 | d:o | Taatje | ||
2 | d:o | grote kopere Soup keetels |
In 'S Comp:s Hospitaal | ||||
Verkopen | 10 | p:s | Tinne klisteer Spuijten | onbequaam |
7 | d:o | gangbekkens | ||
1 | d:o | water fles | ||
1 | d:o | doosje met Schaal en gewigt | ||
10 | d:o | Haïre Ziften | ||
2 | d:o | Tabaks klisteerspuijten | ||
1 | d:o | Serpentijn Steene vijzeltje | ||
2 | d:o | Yzere Potten | ||
1 | d:o | Taatje | ||
2 | d:o | grote kopere Soup keetels |
‘
In de Wynkelder | |||
Verkopen | 19 | p:s | heele Leggers |
3 | d:o | heele Leggers | gediend hebbende bij den Slaven handel op Madagascar |
4 | d:o | halve d:o | |
6 | d:o | heele Leggers van 't Schip de Meermin | in ruijling |
4 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o 'T Loo | |
4 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o Rosemburg | |
2 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o Meerenberg | |
6 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o de gouv:n gen:l de Clercq | |
36 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o 'T huis te Spijk | |
8 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o Hoorn | |
42 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o 't huis te Spijk | gediend hebbende tot het overbrengen der franse troupen na Mauritius |
2 | d:o | halve d:o d:o d:o d:o les six Freres | |
18 | d:o | heele d:o d:o d:o d:o d:o | |
2 | d:o | halve d:o d:o d:o d:o 't huis te spijk | in ruiling |
12 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o Jagt rust |
In de Wynkelder | |||
Verkopen | 19 | p:s | heele Leggers |
3 | d:o | heele Leggers | gediend hebbende bij den Slaven handel op Madagascar |
4 | d:o | halve d:o | |
6 | d:o | heele Leggers van 't Schip de Meermin | in ruijling |
4 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o 'T Loo | |
4 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o Rosemburg | |
2 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o Meerenberg | |
6 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o de gouv:n gen:l de Clercq | |
36 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o 'T huis te Spijk | |
8 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o Hoorn | |
42 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o 't huis te Spijk | gediend hebbende tot het overbrengen der franse troupen na Mauritius |
2 | d:o | halve d:o d:o d:o d:o les six Freres | |
18 | d:o | heele d:o d:o d:o d:o d:o | |
2 | d:o | halve d:o d:o d:o d:o 't huis te spijk | in ruiling |
12 | d:o | d:o d:o d:o d:o d:o Jagt rust |
‘
Op de Wapenkamer | ||||
Verkopen | 50 | p:s | grenadiers houwers | onbequaam |
200 | d:o | Deegens houwers en plampers | ||
60 | d:o | Patroon Tassen | ||
50 | d:o | port Epeés Zeemleere |
Op de Wapenkamer | ||||
Verkopen | 50 | p:s | grenadiers houwers | onbequaam |
200 | d:o | Deegens houwers en plampers | ||
60 | d:o | Patroon Tassen | ||
50 | d:o | port Epeés Zeemleere |
‘
In't Equipagie Pakhuis | ||||
Verkopen | 1 | p:s | Stuurreeps tros | Verstikt |
10 | d:o | Vad:se Lijnen gesort:d | ||
4 | d:o | Scheeps pompen gescheurd en onbequaam | ||
83 | d:o | Leedere brand Emmers onbequaam |
In't Equipagie Pakhuis | ||||
Verkopen | 1 | p:s | Stuurreeps tros | Verstikt |
10 | d:o | Vad:se Lijnen gesort:d | ||
4 | d:o | Scheeps pompen gescheurd en onbequaam | ||
83 | d:o | Leedere brand Emmers onbequaam |
‘
In't Gouvernement | ||||
Verkopen | 7 | p:s | koopere kandelaars | gebroken |
2 | d:o | Handblakers |
In't Gouvernement | ||||
Verkopen | 7 | p:s | koopere kandelaars | gebroken |
2 | d:o | Handblakers |
‘
In't Dispens | |||
Verkopen | 504 | p:s | Koorn Zakken onbequaam te weeten |
345 | p:s door de Rotten vernielt en onbequaam geworden, als meede gedeeltelijk tot herstelling van de bruikbare zakken aangewend | ||
169 | d:o zynde deeze onder een meerder parthij tot het bergen der provisiën p: 't Schip 'T Huis te Spijk na Mauritius meede gegeeven en onder de restanten te rug gebragt | ||
2816 | p:s | Gonnij Zakken onbequaam als | |
2132 | p:s door de Rotten vernield en onbequaam geworden als meede gedeeltelijk tot herstelling van de bruikbare zakken aangewend | ||
684 | d:o die gediend hebben tot 't bergen van rijst p: de Meermin na Madagascar en onder de restanten terug zijn gebragt |
In't Dispens | |||
Verkopen | 504 | p:s | Koorn Zakken onbequaam te weeten |
345 | p:s door de Rotten vernielt en onbequaam geworden, als meede gedeeltelijk tot herstelling van de bruikbare zakken aangewend | ||
169 | d:o zynde deeze onder een meerder parthij tot het bergen der provisiën p: 't Schip 'T Huis te Spijk na Mauritius meede gegeeven en onder de restanten te rug gebragt | ||
2816 | p:s | Gonnij Zakken onbequaam als | |
2132 | p:s door de Rotten vernield en onbequaam geworden als meede gedeeltelijk tot herstelling van de bruikbare zakken aangewend | ||
684 | d:o die gediend hebben tot 't bergen van rijst p: de Meermin na Madagascar en onder de restanten terug zijn gebragt |
‘
Van 't afgelegde Schip Amsterdam ontfangen | ||||
Verkopen | 2 | p:s | Scheeps Pompen | onbequaam |
2 | d:o | pijlkompassen | ||
4 | d:o | gesort | ||
na Europa te zenden | 1 | d:o | Scheeps klok gebroken | |
Inneemen | 3 | d:o | Zware Ankers weegen 9820 lb | |
Inneemen | 1750 | lb | oud Coper | |
2 lb voor 1 lb | 2240 | d:o | d:o Loodt | |
9650 | d:o | d:o Yzer | ||
ongetaxeerd inneemen | 1 | p:s | Anker onbequaam | |
ongetaxeerd inneemen | 6 | p:s | dieploten | |
1 | d:o | Asimuth Compas | ||
2 | d:o | gezort:n Compassen | ||
4 | d:o | doosen met compas roosen | ||
4 | d:o | Copere passers | ||
4 | d:o | graad Hoeken | ||
1 | d:o | Octant | ||
21 | d:o | oude zeilen | ||
130 | Vadem | oud Cabel Touw bestaande het overige zware Touw in oud onbruikbaar vygertouw | ||
4 | p:s | Pompschoenen | ||
4 | d:o | d:o Emmers | ||
5 | d:o | Roer haaks | ||
3 | d:o | Rakken | ||
4 | d:o | Zeeboeken | ||
120 | d:o | Bloks en Juffers | ||
1 | d:o | groote Mast | ||
Successive aan S Comp: passeerende Scheepen reeds verstrekt en opgebragt | 2 | p:s | Stengen in zoort | |
4 | d:o | oude Zeilen | ||
6 | d:o | Rhaas | ||
1 | d:o | kluijfhout | ||
4 | d:o | Lij Zijls Spieren | ||
1 | d:o | Bezaaams Roe | ||
1 | d:o | Scheeps Pomp | ||
1 | d:o | Wang | ||
1 | d:o | Stag | ||
1 | d:o | Yzer Slothout | ||
20 | d:o | Bloks en Juffers |
Van 't afgelegde Schip Amsterdam ontfangen | ||||
Verkopen | 2 | p:s | Scheeps Pompen | onbequaam |
2 | d:o | pijlkompassen | ||
4 | d:o | gesort | ||
na Europa te zenden | 1 | d:o | Scheeps klok gebroken | |
Inneemen | 3 | d:o | Zware Ankers weegen 9820 lb | |
Inneemen | 1750 | lb | oud Coper | |
2 lb voor 1 lb | 2240 | d:o | d:o Loodt | |
9650 | d:o | d:o Yzer | ||
ongetaxeerd inneemen | 1 | p:s | Anker onbequaam | |
ongetaxeerd inneemen | 6 | p:s | dieploten | |
1 | d:o | Asimuth Compas | ||
2 | d:o | gezort:n Compassen | ||
4 | d:o | doosen met compas roosen | ||
4 | d:o | Copere passers | ||
4 | d:o | graad Hoeken | ||
1 | d:o | Octant | ||
21 | d:o | oude zeilen | ||
130 | Vadem | oud Cabel Touw bestaande het overige zware Touw in oud onbruikbaar vygertouw | ||
4 | p:s | Pompschoenen | ||
4 | d:o | d:o Emmers | ||
5 | d:o | Roer haaks | ||
3 | d:o | Rakken | ||
4 | d:o | Zeeboeken | ||
120 | d:o | Bloks en Juffers | ||
1 | d:o | groote Mast | ||
Successive aan S Comp: passeerende Scheepen reeds verstrekt en opgebragt | 2 | p:s | Stengen in zoort | |
4 | d:o | oude Zeilen | ||
6 | d:o | Rhaas | ||
1 | d:o | kluijfhout | ||
4 | d:o | Lij Zijls Spieren | ||
1 | d:o | Bezaaams Roe | ||
1 | d:o | Scheeps Pomp | ||
1 | d:o | Wang | ||
1 | d:o | Stag | ||
1 | d:o | Yzer Slothout | ||
20 | d:o | Bloks en Juffers |
‘Van Ceilon in Aanreekening’
‘afschrijven 10 p:s Halve Leggers die van daar dit Gouvernement zijn aangereekent, volgens Factuur gedateerd 7 Januarij 1784 als van daar aangeschreeven wordende uit het Schip Willem de Vijfde alhier te zijn geligt dog zulx niet geschied zijnde heeft men dezelve van hier Ceijlon weederom p:r Factuur van den 5 Maij 1784. verzeld van een Notarieele Verklaring door den Schipper en opper Stuurman dier bodem bij retour gepasseerd derwaards aangereekend Edog van daar per Factuur gedateerd Ultimo Augustus 1784. herwaards zijn te rug gereekend’
’/: onderstond :/’
‘In’t Casteel de Goede Hoop den 29 9bre 1785.’
’/: was geteekend P Hacker.’
Naar lecture van welke Memorie verstaan is, de daar bij vermelde gestorvene Lijf Eygenen en verrekt Beestiaal der E Comp:ie bij de Negotie-Boeken deezes Gouvernements te doen afschrijven, en met de te kort komende, bedurvene en vermiste goederen, zodanig te laten handelen als in margine van voorschreeve Memorie is aangeteekend.
‘Waar na meede door gedagte Hoofd-Administrateur is overgelegd de Reekening der in de Jongst gepasseerde Ses Maanden verstrekte Zeeguls met de Restanten van dien, luijdende als volgd’
‘
Zeeguls d' A:o 1784/5 | ||||||||||||||||||||
Debent | ||||||||||||||||||||
van | van | van | van | van | van | van | van | van | van | |||||||||||
Rijxd | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 3/4 | 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 8. | 10. | 12. | 15. | 20. | 25. | 30. | 40. | 50. | 60. |
p:m Maart 1785 restant verbleeven | 376. | 535. | 423. | 45. | 136. | 104. | 37. | 44. | 19. | 13. | 28. | 11. | 15. | 3. | 22. | 33. | 9. | 2. | 4. | 4. |
den 21 Febr:ij 1785 bygekoomen | 2000 | 1000 | 600 | - | 100 | - | - | 100 | 50 | 25 | 50 | 50 | - | 25 | - | - | - | - | - | - |
den 17 Julij 1785 bygekoomen | - | - | - | - | 100 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
Somma | 2376. | 1535 | 1023. | 45. | 336 | 104 | 37. | 144. | 69 | 38. | 78. | 61. | 15. | 28. | 22. | 33. | 9. | 2. | 4. | 4. |
Zeeguls d' A:o 1784/5 | ||||||||||||||||||||
Debent | ||||||||||||||||||||
van | van | van | van | van | van | van | van | van | van | |||||||||||
Rijxd | 1/8 | 1/4 | 1/2 | 3/4 | 1. | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 8. | 10. | 12. | 15. | 20. | 25. | 30. | 40. | 50. | 60. |
p:m Maart 1785 restant verbleeven | 376. | 535. | 423. | 45. | 136. | 104. | 37. | 44. | 19. | 13. | 28. | 11. | 15. | 3. | 22. | 33. | 9. | 2. | 4. | 4. |
den 21 Febr:ij 1785 bygekoomen | 2000 | 1000 | 600 | - | 100 | - | - | 100 | 50 | 25 | 50 | 50 | - | 25 | - | - | - | - | - | - |
den 17 Julij 1785 bygekoomen | - | - | - | - | 100 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
Somma | 2376. | 1535 | 1023. | 45. | 336 | 104 | 37. | 144. | 69 | 38. | 78. | 61. | 15. | 28. | 22. | 33. | 9. | 2. | 4. | 4. |
‘
Zeeguls d' A:o 1784/5 | ||||||||||||||||||||
Credunt | ||||||||||||||||||||
van | van | van | van | van | van | van | van | van | van | |||||||||||
Rijxd | 1/4 | 1/4 | 1/2 | 3/4 | 1 | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 8. | 10 | 12 | 15. | 20. | 25 | 30 | 40 | 50 | 60 |
zeedert p:mo Maart 1785 tot dato verkogt | 1466. | 1077. | 520. | 24. | 174 | 75. | 25. | 70. | 30. | 5. | 58. | 23. | 8. | 18. | 4 | 1 | ||||
dato deezes restant verbleeven | 910. | 458. | 503. | 21. | 162. | 29. | 12. | 74. | 39 | 33 | 20 | 38 | 7 | 10. | 22 | 29 | 8. | 2. | 4. | 4. |
Somma | 2376. | 1535. | 1023. | 45. | 336. | 104. | 37. | 144. | 69 | 38 | 78. | 61. | 15. | 28. | 22. | 33. | 9 | 2. | 4. | 4. |
Zeeguls d' A:o 1784/5 | ||||||||||||||||||||
Credunt | ||||||||||||||||||||
van | van | van | van | van | van | van | van | van | van | |||||||||||
Rijxd | 1/4 | 1/4 | 1/2 | 3/4 | 1 | 2. | 3. | 4. | 5. | 6. | 8. | 10 | 12 | 15. | 20. | 25 | 30 | 40 | 50 | 60 |
zeedert p:mo Maart 1785 tot dato verkogt | 1466. | 1077. | 520. | 24. | 174 | 75. | 25. | 70. | 30. | 5. | 58. | 23. | 8. | 18. | 4 | 1 | ||||
dato deezes restant verbleeven | 910. | 458. | 503. | 21. | 162. | 29. | 12. | 74. | 39 | 33 | 20 | 38 | 7 | 10. | 22 | 29 | 8. | 2. | 4. | 4. |
Somma | 2376. | 1535. | 1023. | 45. | 336. | 104. | 37. | 144. | 69 | 38 | 78. | 61. | 15. | 28. | 22. | 33. | 9 | 2. | 4. | 4. |
’/: onderstond :/’
‘In’t Casteel de Goede Hoop Ultimo Augustus 1785. /:was geteekend:/ P Hacker /:laager :/ Deeze Reekening door ons Ondergeteekendes pro Interim Fiscaal en Gecommitteerde Leeden uit den E. Agtb: Raad van Justitie, alhier behoorlijk nagezien en met de Restanten geconfronteerd zynde, is dezelve in allen deele accordeerende bevonden datum ut Supra /: geteekend :/ T: C: Ronnenkamp, S: V: Echten, J: Exter, /:lager:/ mij præsent /: geteekend :/ C: L: Neethling Secretaris’
Uit dewelke gebleeken weezende, dat de in voorschreeve Ses Maanden verkogte Zeeguls, komen te belopen een Somma van Rijksdaalders 2279 1/2.-, is beslooten, dat dit montant volgens gebruik in ‘S Compagnies Cassa gebragt, en bij voorschreeve Negotie-Boeken zal werden ingenomen.
Aldus Geresolveerd ende Garresteerd I’nt Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: v: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 332-333.¶
Saturdag den {17851203} 3 Decemb: 1785
alle præsent behalven den Heer Collonel Robbert Jacob Gordon.
Is den Soldaat Jacob Kuller van ‘S Hage op sijn verzoek uit ‘S Compagnies dienst ontslagen, en aan denzelven gepermitteerd, neevens Syne Huisvrouwe Maria Man, met het aanweezend Deenses Schip Johanna en Maria zig van hier te mogen begeeven.
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 334-353.¶
Dinsdag den {17851206} 6 Decemb: 1785
‘S voormidags alle præsent, behalven den Heer Collonel Robbert Jacob Gordon
Heeden geresumeerd Zijnde de ingediende Nominaliën van kerkenrade, zo hier aan de Caab als in de buiten Districten, is goedgevonden de gedane verkiesingen van ouderlingen t’approbeeren, en voorts uit het dubbeld genomineerd getal tot Diaconen t’Eligeeren, de volgende Perzonen, te weetenIn de kerk hier aan de Caab
Andries van Sittert tot ouderling in steede van den afgaanden Adam Gabriël Mulleren tot Diaconen
Arend de Waal Arendsz en Daniël de Waal in plaatze van de af te treedene Petrus Johannes Truter, en Fredrik Jacob BernardiIn de
Jacobus Groenewald tot ouderling voor den uitgediend hebbenden Jacobus Contermanen tot Diacon
Willem Wium in Steede van den afgaanden Samuel Johannes Cats.In de Kerk van
Abraham Josua le Roux tot ouderling voor den aftetreedenen Pieter de Villiers d’oudeen tot Diaconen
Gidion Joubert Pietersz en Abraham de Villiers Jansz:, in Steede van de afgaande Willem van de Merwe rudolphsz en Daniël le Roux.In de kerk van ‘t
Johannes van Aarden d’oude, tot ouderling ter plaatsvulling van den uitgediend hebbenden Matthijs Michielse Bassonen tot Diacon
Amos Lambrechts, in plaats van den afgaanden Everhardus Johannes LaubscherIn de kerk van ‘t
Jacobus Hugo tot ouderling, ter opvolging van den af te treedenen Jacobus du Toiten tot Diacon
Jan Theron Jacobusz in Steede van den afgaanden Charl Theron
Sullende de kerkenraden der buiten districten teevens worden aangeschreeven, dat dewijl ‘er deezen Jare weederom geen Commissaris Politicq na derwaards staat af te gaan, zij dierhalven zullen moeten zorgen, dat de reekeningen harer Arme penn:n ten eersten in gereedheid gebragt, en herwaards overgezonden werden.
En is wijders meede op voordrachte van kerkenrade der Luthersche gemeente geapprobeerd, tot ouderling Tobias Christiaan Rönnenkamp, voor den afgaanden Christiaan Ludolph Neethlingen uit het dubbel genomineerd getal Diaconen Verkoren
Oloff Marthini Bergh en Christiaan Paulsen, in plaats van de af te treedenen Christiaan Fredrik Perman en Daniël Fredrik Lehman
Gelijk meede uit de dubbelde Nominatiën, de onder te noemene Perzonen zijn verkoren, ten eynde na gebruik in de volgende hoedanigheeden dienst te doen alstot Burgerraden
Andries van Sittert en Johannes Matthias Bletterman, in Steede van de afgaande Johan Hendrik Munnik en Jan Coenraad Gie.tot Weesmeesteren
Petrus Johannes Truter en Andries van Sittert, in plaats van Clement Matthiesen en Jan Hendrik MunnikTot Commissarissen van Civiele en Huwelijx Zaken.
Arend de Waal Arendsz: en Christiaan Ludolph, ter plaatsvulling van de af te treedene Johannes Gysbertus Blankenberg en Daniël Fredrik LehmanTot Heem-raden aan
Pieter Gerard Wium, Jacobus Groenewald, Hendrik Louw, en Josua Joubert Gideonsz: in plaats van d’ afgaande Eduard Wium, Christman Joël Akkerman, Jacob de Villiers Jansz en Johannes Petrus Roux.Tot Heem-raden van
Daniël du Plessies en Pieter Hendrik Ferraira, voor de uitgediend hebbende Jacobus Steijn en Hendrik Anthonij van Vollenhoven.
Bij deeze geleegendheid in aanmerking genomen zijnde hoe Burgerraden voor zo lange Sessie bij den Raad van Justitie hebben altoos neevens de Leeden deszelven Raads den rang genietende, tot nu toe egter wanneer hunnen tijd uitgediend hebben, in eenen minderen en aan die functie geenzints Compatiblen rang zyn gesteld geweest, is op voordragt van den Edele Heer Gouverneur Verstaan, aan oud Burgerraden voortaan te doen genieten den Rang directelijk volgende op de oud Leeden van gem: Raad van Justitie.
Wijders goedgevonden zijnde, den geheymschrijver bij den Heere Gouverneur, Jan Fredrik kirsten, aan te Stellen tot den bij de laatst voorgaande Vergadering nog onvervuld gebleevene Post van Soldij overdrager, ende Zulx met den Rang van ondercoopman, onder desselfs winnende gagie; is in Steede van den Zelven met een gagie als boekhouder van ƒ30 ‘S Maands, en gelijke rang van ondercoopman, weederom tot geheimschrijver bij welgem: Heere Gouverneur aangesteld den te Politicque Secretarije bescheidenen adsistent Carel Mappa.
Gelijk ook mede ter plaatsvulling van den onlangs overleedenen Capitijn van de Vierde Compagnie burger infanterie Jan de Waal Arendsz:, is bevorderd den Eersten Lieutenant onder de tweede Comp:ie van dezelve Infanterie Johannes van Sittert, en in Steede van den laatstgenoemde den Lieutenant en Adjudant Hendrik Andreas Truter aangesteld tot effective eerste Lieut: bij gem:d Tweede Compagnie infanterie.
Vervolgens is aan den burger Vaandrig Andries Grove, op sijn bij Request ten dien eijnde gedaan Verzoek, in Eijgendom Vergund Een Reepje Lands, annex desselfs plaats, geleegen aan de Liesbeeks-rivier onder dit Caabsche District, ter grote van Twee Morgen, Een Hondert Ses en Dertig quad: Roeden, en Vijfthien voeten.
Den burger Matthijs Marini van Corsica geboortig, mede bij Request verzoek gedaan hebbende om benevens desselfs Huisvrouw en kind p: ‘t alhier aanweezend Schip Nostra Senora D: O: Es:le quitteria , te mogen repatrieeren, is Zulx aan den Selven g’accordeerd.
En is wijders goedgevonden op Maandag den 6 Januarij aanstaande andermaal bij Publicque Verkoping Zo veel van de uit Neederland aangebragte Extra ordinaire Coopmanschappen van de Hand te Zetten als ten meesten profijte voor d E Comp:ie en ter Voorkominge van ‘t bederff van veele daaraan onderheevig zijnde articulen, mogelijk zal werden bevonden, te kunnen geschieden
Den Heere Gouverneur aan de Vergadering hebbende gelieven voor te Stellen dat daar men in de teegenswoordige Conjuncture alle Spoed behoorde te maken tot het in Staat Stellen van het Canon op de Resp:ve Batterijen, dat werk egter tragelijk komt voort te gaan door dien ‘er in de Smits winkel bij de Batterij Imhoff niet meer dan Ses Smits dienst doen, en tot het beslaan der affuiten voor’t gem: Canon werden gebruikt; is dierhalven tot beeteren Spoed van een zo noodzakelijk arbeid verstaan, in de gem: Smits winkel nog drie Smits t’Emploijeeren en daaronder, een tevens tot het verwen der affuiten te doen dienen, zullende evenwel dat getal weeder op den vorigen voet van Ses werden gebragt, zo dra het drukke werk aldaar zal zijn vermindert.
Waarna geleezen en geresumeerd is, een ingediend Request van Juffrouw Egberta Boesses weeduwe van wijlen den Coopman, meede Lidt en Secretaris dezes Raads, d’E: Oloff Marthini Bergh zijnde van volgenden Inhoude.
Aan den wel Edelen Gestr Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur van Cabo de Goede Hoop en den Ressorte van dien &:a &:a &:a, benevens den E: Agtb: politicquen Raad
‘Wel Edele Gestr: Heer en E: Agtb: Heeren!’
‘Geeft met behoorlijke Eerbied te kennen Uwe Wel Edele Gestr en E Agtb: needrige Dienaresse, Egberta Boesses weeduwe van wijlen den Coopman, mede Lidt en Secretaris dezes Raads, Oloff Marthini Bergh’
‘Dat de requestrant door wijlen gem: haren Man bij desselfs Sub dato 2 Junij 1749 opgeregt Testament aangesteld zijnde tot Executrice van evengem: Sijne Testamentaire dispositie, en Erfgename van alle Syne natelatene goederen; Zij Requestrante, Vermits de notoire wijd en Sijd verspreide affaires van gem: haren overleedene Man, en wel Voornamentlijk met opzigte tot het Ampt van Vendumeester, bij hem bekleed, niet in staat geweest zijnde om met zeekerheid over de gesteldheijd Sijner nalatenschap t’ oordeelen, nog te verklaren of zij den Boedel zoude aanvaarden, de Requestrante oversulx al aanstonds na het overleiden van gem: haren Man heeft gepasseert, notarieele acte en daarbij betuigd, dat zij door het bezorgen en ter aarde doen bestellen van haren Man, mitsg: het geene verder noodzakelijk mogte werden verEischt, geene de minste Actie hæriditair had willen pleegen, en daarbij teffens wel Expresselijk gekosen en voor zig behouden had, het Sus deliberandi:’
‘Dat de Requestrante zig vervolgens heeft geaddresseerd, aan den Agtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements en van denzelven verzogt en g’obtineerd approbatie en prolongatie der evengem: acte tot op den tyd van Een Jaar, ten einde geduurende dien tusschen tijd overal te kunnen Vernemen en onderzoek laten doen na wijlen haar Mans uitstaande affaires, en zig dùs zo veel mogelijk daar van t’informeeren.’
‘als mede om na dat den geheelen nalatenschap door een beampt Schrijven en getuijgen zal weezen g’inventariseerd, ten eersten p: Publicque vendutie te mogen doen verkopen, alle zodanige goederen als zij Requestrante maar eenigzints zoude vermijnen tot Laste en bezwaar des Boedels te Strekken, ofte aan Schade en bederf onderhevig te weezen’
‘Dat egter welgem: Rade van Justitie bij die geleegendheid aan de Requestrante hebbende gelieven t’ordonneeren de Vendu penningen die reets verscheenen zijn en nog zullen komen te verschynen, Successivelijk binnen de eerstkomende Ses Maanden te voldoen, de Requestrante zig buiten staat komt te vinden, aan deze regterlijke dispositie te voldoen: eensdeels door het considerabel montant der onder de Vendu Bodens nog onbetaald lopende Vendu brieven, om welke te incasseeren, gemerkt een aanzienlijk bedragen daarvan door de wijd en zijd in de buiten Districten wonende Ingezeetenen moet werden opgebragt, apparent meer dan den gepræfigeerden tijd zal komen te verlopen, en ondersoek door dien de Requestrante g’intentioneerd zijnde het grootste gedeelte der Boedel Effecten binnen korten bij Publicque vendutie te gelde te maken, ook om het provenu daarvan te kunnen ontfangen, den behoorlijken tijd moet werden afgewagt; waaren teegen reeds omtrend een groot gedeelte der Vendu penningen de tijd der voldoeninge is komen t’Expireeren:’
‘Dat de Requestrante egter considereerende de gesz: dispositie van welgem: Rade van Justitie zekerlijk te zijn gerigt na het gemeen belang der geenen die de voldoeninge hunner Vendu penn:n hebbende prætendeeren, gerustelijk durft vertrouwen dat het Uwe Wel Edele Gestr en E: E: Agtb, als hiervan mede ten vollen gepersuadeert wel goedgunstig behagen zal, haar ten dien eijnde op eene Convenable wijze uit S Comp: Cassa te ondersteunen’
‘En neemd de requestrante dierhalven de Vrijheid zig bij deezen te keeren tot uwe wel Edele Gestr en E: Agtb: met needrig verzoek dat het dezelve behagen moge aan haar ten voorsz einde uit ‘s Comp:s Cassa te doen verstrekken een Somma van 50‘000 Rd:s tegens den Intrest van 1/2 pC: ‘S maands, ende zulx onder verband van alle des overleeden’s importante en zig ten eenemaal onbezwaard vindende Effecten, ofte het provenu van dien, zo verre dezelve Staan te werden verkogt. En dat uwe wel Edele Gestr: en E Agtb: aan dat versoek acquiëssceerende, haar request daarbij gelieven te permitteeren dat Capitaal vervolgens weeder bij gedeeltens met de te verschijnen komende Renten, af te lossen, en te voldoen.’
’/:onderstond:/’
‘’T welk doende &:a /:was geteekend E: Boesses weeduwe Bergh.’
En daarbij overwogen Zijnde hoe door het bekende heerschend gebrek aan gereed leggende gelden bij de particuliere Ingezeetenen, de Juffrouw Requestrante buiten de mogelijkheid zoude zijn gesteld om de nog onbetaald loopende vendu penningen te kunnen voldoen, indien niet op de verzogte wijze daartoe wierde ondersteund, en dat ook uit hoofde van dit zelfde gebrek de vendu Bodens buiten Staat zouden zijn de betaling der Schuldig Staande vendu brieven t’incasseeren, Terwijl ondertusschen de door de Juffrouw Requestrante aangebodene Verbintenisse van d’ Effecten des Boedels, ofte het provenu van dien als met geene Speciale Verbintenisse bezwaard zynde g’oordeeld is, voor het verzogte Capitaal te Sufficieeren; is om het hier in opgesloten algemeen belang deezer Colonie, de verzogte Rd:s 50‘000: aan de Juffrouw Requestrante na inhoude van het Request g’accordeerd, mits daar van passeerende Scheepenen kennisse in behoorlijke Forma, gelijk teffens aan haar is toegestaan, dat Capitaal vervolgens weeder bij gedeeltens met de daar op te Verlopene Intressen te voldoen.
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd Int Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: v: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 354-385.¶
Dingsdag den {17851213} 13 DeCemb: 1785
‘S voormiddags alle præsent, behalven den Heer Secunde Pieter Hacker en den Heer Collonel Robbert Jacob Gordon
Door den Heere Gouverneur aan den Heere Ridder de Peijnier Cheff d’Esquadre van sijne aller Christelijkste Majesteit zijnde ter hand gesteld, Extract van de Resolutie ter vergaderinge van den 29 9:bre laatstl: genomen, betreffende de betoning der erkentenisse dezes Raads, aan welgem: Heere de Peijnier, geliefde meede welgem: Heere Gouverneur thans ter vergaderinge over te leggen een brief ter beantwoordinge van de voorsz: Resolutie, en het daarbij gevoegde, door denzelven Heer Ridder de Peijnier geschreeven, zijnde bevonden te weezen van den volgenden obligeante inhoude
A Monsieur van de Graaff Gouverneur au Cap de bonne Esperance et Messieurs du Conseil superieur
‘Messieurs’
‘En prenant lecture de votre deliberation du 29 du Mois dernier j’ai vû avec Sensibilité vos Expressions Sur ma Conduite pendant mon sejour a Baye-Falsse lors de ma relache en Mai 1782 elle a dû vous paroitre le resultât des secours que S: M: destinoit a Ses alliés.’
‘Les eloges que vous donnés aux services que j’ai rendû a la Nation Hollandoise dans l’Inde, reduite a leur juste valeurs, se trouvent mérites par M le Baily de Suffren, au quel un temoignage de cette nature nepeut etre que fort agreable, etje me propose delui rendre Compte de vos sentimens a Son Egard.’
‘vous me destinés Messieurs, au Nom de la Compagnie, et comme une marque de votre reconnoissance 16 barils de vin precieux, si je le recevois, pour prix de mes Services, il me semble que ce seroit corompre la Chose du Monde que joeut le moins souffrir d’alteration; mais je l’accepte avec plaisir pour en faire l’hommage en votre Nom, a M:r le Marechal de Castries.’
‘Je ne cesserai jamais de vous dire Mess:rs Combien je Suis Sensible aux honnetetés que nous venons de recevoir de la part de ce Gouvernement, en mon particulier j’en Suis tres touché’
‘J’ai l’honneur detre avec respect /:was geteekend:/ le Ch: de Peinier /:in margine:/ a Bord du v:eau du roy l’ Argonaute ; En Rade du Cap de bonne Esperance, le 8 Decembre 1785.’
Vervolgens is geleezen Een Request van Landdrost en den Burger Krijgsraad van Stellenbosch en Drakenstein, luidende
Aan den wel Edelen Gestr Heer Cornelis Jacob van de Graaff gouverneur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &:a &:a &:a, benevens den E Agtb: Raad van Politie
‘Wel Edele Gestr: Heer en E Agtb: Heeren!’
‘Geeven met verschuldigde Eerbied te kennen, de ondergeteek: Landdrost en Krijgsraad van Stellenbosch en Drakenstein , hoe in den Jare 1775 alzo er geene Instructie voor gem: Krijgsraad zo ter Drosdije, als Secretarije alhier voor handen was, waar na men zig konde reguleeren, goed gevonden is, de ordinaire Vergaderingen alle Maanden gelijk die van Heemraden, en wel op deerste Dingsdagen in dezelve, te houden’
‘Dan vermits d’omstandigheeden eensdeels van eenige der Supp:lten door de Verafgeleegendheid niet wel toelaten gem: ordinaire Maandelijxe vergaderingen te kunnen bijwoonen, Terwijl het anderen deels mede dikwerf was komen te gebeuren, dat meerm: krijgsraad, vermits geene parthijen waren verscheenen, inutiel zijn vergadert geweest, hebben de Supp:lten na over’t gem: Sujet op heeden breedvoerig te hebben gediscoureerd, best en voeglijkst geoordeelt deswegens eene provisioneele Schikkinge te beramen en wel aldus, dat dezelve wierde gehouden Vier malen ‘S Jaars ende zulx op d’ eerste Dingsdagen der Maanden Maart, Junij, September, en December.’
‘Dat de Supp:lten tevens niet voorbij kunnen Uwe Wel Gestr: en E Agtb: onder ‘t oog te brengen, hoe veele der dienst doende Perzonen, uit hoofde der geringe Boete van Rd:s 18 zig van d’ Exercitie dienst en wapenschouwing komen t’absenteeren, als mede verscheide, die reeds Vijff a Ses Jaren zijn ingescheeven hunnen burger of Schutters Eed nog niet hadden afgelegd waarin /:onder Eerbiedige reverentie:/ in tyds behoorde te werden voorsien’
‘Weshalven de Supp:lten de Vrijheijd neemen zig in allen Eerbied te keeren tot Uw Wel Edele Gestr: en E Agtb:, ootmoedig versoekende dat het van hoogst derselven welbehagen zijn moge, de zo evengem: provisioneele Schikkingen ten opzigte der te houdene vergaderingen goedgunstiglijk t’ approbeeren, en teffens de Supp:lten te qualificeeren alle de zodanige die zonder wettige reedenen in gem: Exercitie dagen alhier tot bovengem: eijnde niet verschijnen ofte onwillig worden bevonden, dezelve waar te neemen zo wel als de geenen die hun burger of Schutters Eed niet komen af te leggen, te mogen Condemneeren in Stede van de gewone boete van rd:s 18, in eene boete van Veertig rd:s en de Supp:lten daarbij te permitteren ‘t een en ander voorsz: in tijds aan de Ingezetenen bij billietten te notificeeren’
’/:onderstond:/ ‘T welk doende &:a /: was get:/ H: L: Bletterman, R: V: As, P: G: Wium, H: O: Laubscher, P: A: Mijburg, D: J: de Cok, P: H: J: V D: Bijl, D: W: Hofman, J: C: Groenewald, S: J: Cats, J: G: Cloete, J: Laubscher.’
Welkers inhoude overwogen, en het eerste Lidt om de bijgebragte reedenen geaccordeert zijnde, in zo verre nogthans, dat de krijgs officieren zig altoos Verpligt zullen houden wanneer bij Extra ordinaire voorvallen de Convocatie van den krijgsraad, mogt werden nodig g’oordeelt, zig promptelijk ter Vergaderinge te vervoegen.
Is wijders met relatie tot het tweede Lidt, door den Heer Gouverneur betuigd geworden, hoe bij de laatste Exercitie op Stellenbosch het getal der geenen die den burgerlijken Eed nog niet gedaan hadden, en Verpligt waren geweest ten dien eijnde zonder manquement als toen aldaar præsent te komen, verre had gesurpasseerd, dat de Perzonen, door welke den Eed op dien tijd was gepresteerd geworden: dan dat ook de eerste, daar bij voornamentlijk hadden bestaan in Lieden die de wyd afgeleegene velden bewonen, en voor een groot gedeelte al verscheide Jaren onder de Burgerije waren ingeschreeven geweest, en dewijl mits dien noodzakelijk g’acht is, met relatie tot de zodanige, in hope dat men niet nodig hebben zal tot efficatieuser middelen over te gaan, de anderzints gestelde geld boete te verhogen, is ook dat gedeelte van het Request ingewilligt, egter in vertrouwen dat de mitigatie derselve geld boete bij gem: Krijgsraad zal werden g’observeerd, ingevallen daar perzonen of omstandigheeden van zaken zulx mogten komen te verEijschen.
Nog wierd door den Heere Gouverneur aan de Vergaderinge gecommuniceerd dat zijn Edele door den met het Frans Esquadre voor wynige dagen hier gepasseerden Intendent van’t Mauritius den Heer de Chevreau was g’informeerd geworden, hoe ten gem: Eijlande van wegens de Neederlandsche Oost Indische Comp:ie zig nog quam te bevinden een quantiteit van 3 á 400‘000 lb Coffij bonen, dewelke wanneer het Schip de Morgenster in’t Jaar 1782 met fransche Troupes alhier na dat Eijland afgezonden was geworden, en het Ministerium aldaar nodig gevonden had, dien Bodem met vereischtens voor het ter dier tijd in Indiën teegens den gemeenen Vijand ageerend frans Esquader te beladen, en verder na het Eijland Ceilon af te zenden, als toen uit dat Schip gelost en in ‘S Konings Pakhuijzen op voorsz: Eijland opgeslagen waren geworden, en te welken belange welgem: Heere Gouverneur in overweeging gaff, hoedanige Maatregulen zouden dienen te werden genomen, om ten minsten kosten voor d’ E Comp:ie de gem: Coffijbonen van daar te doen afhalen, ter Verzending naar het Vaderland werwaards dezelve met gem: kiel zijn bestemd geweest.
Dan dewijl gem: Heer Intendant Chevreau tevens betuijgd had, geen verzekering te kunnen geeven, of dezelve Coffij bonen voor ‘t geheel of ten deele nog wel waren geconserveerd gebleeven, zo als ook uit het ten Negotie Comptoire berustende verbaal aangaande de te Mauritius aan Boord van ‘t voorsz: Schip de Morgenster gedane visitatie derselver Consteerd, dat de Balen die men aldaar bij hazard zo uit het midden als aan de zijden van het Ruijm genomen en geopend had; veel van de bijgekomene vogtigheid na zig getrokken hebbende het gantsche Cargazoen daar door over het geheel was voorgekomen te wezen van een Slegte hoedanigheid, Veroorzaakt weezende door het lang verblijf derselve in dat Schip.
En vermits met het Expres afzenden eener Bodem derwaards tot het afhalen der meergem: Coffij bonen, om dezelve reedenen grotelijx zoude werden gehazardeert, dat wanneer het bederf toegenomen was, door zodanigen bodem eene Vergeefsche Rijze zoude werden gedaan.
Is dierhalven best geoordeelt het finaal besluit op dat Sujet gesurcheert te laten tot dat ‘er op d’ eene of andere wijze geleegendheid voorkomen mogt, om met een van ‘S Comp:s Scheepen dezelve Coffij bonen in’t passeeren van dat Eijland te kunnen dien afhalen.
Sijnde door den Heere Gouverneur insgelijx van de Vergaderinge opengelegd dat, vermits zeedert bij dezen Rade het besluit genomen was, om in de Cambdebo een Drosdije op te regten, zig geen Persoon had komen voor te doen, die daartoe inclineerde, en op wien de keuse tot dat Ampt zoude hebben kunnen vallen, zijn Edele bij geleegendheid dat zig onlangs tot het bijwonen der burgerlijke Exercitie op Stellenbosch bevonden had, aldaar ontmoet hebbende den burger Maurits Herman Otto Woeke, omtrent welke door de Ingezeetenen der verafgeleegene velden in den Jare 1783 reets aan den toenmaligen Heer Gouverneur verzoek was gedaan, dat denzelven tot Landdrost aldaar mogt werden aangesteld; en waarbij omtrend denzelven Woeke welgem: Heere Gouverneur allezints favorable getuigenisse verkregen had, mitsg: ook van desselfs voorkomen zeer voldaan geworden was, Sijn Edele denselven als toen propositie had gedaan, of inclineeren zoude, om het ged: Landdrost Ampt te bekleeden.
Dat daarop van weegens gem: Woeke ingebragt zijnde dat, vermits hij in’t Dorp Stellenbosch gezeeten was, en zig met eene talrijke Familie belast vond, deze zaak voor hem ende sijnen, alvorens uit sijn welvaart op te breeken, en zulk een ver afgeleegene oord tot sijn verblijf te verkiesen, eene ernstige bedenking vorderde, Sijn Edele hem toen aanbevolen had zig hier over te beraden.
Dat voor wijnige dagen voorsz: Woeke zig bij sijn Edele vervoegd en betuigd had zig bereid te vinden, het voorsz: Landdrost Ampt, indien daarmede begunstigd werden mogt, te aanvaarden, in een gerust vertrouwen dat bij hetzelve aan hem zoude werden toegevoegd een Convenabel middel van bestaan.
Dat sijn Edele, vermits dagelijks klagten inkwamen, over de ongereegeldheeden die hand over hand in de gem: velden toenomen, zo wel als over het niet langer dragelijk geweld en den overlast der Bosjesmans Hottentotten en dat oversulx vermeende, d’opregting der Drosdije en Magistrature aldaar geen verder uitstel te konnen lijden, voorm: Perzoon van Maurits Herman Otto Woeke tot Landdrost van dat District quam voorte dragen.
En dewijl de Leeden des Raads als ten vollen van deeze noodzakelijkheid gepersuadeerd, gem: Woeke erkenden voor een Man die de hoedanigheeden bezat dewelke tot dat Ampt in zulk een afgeleegen oord wierden verEischt, is denzelven oversulx onder approbatie der Hoog Gebiedende Heeren Meesteren daartoe aangesteld, met den Rang van ondercoopman, en eene gagie van ƒ30 S Maands.
Zijnde ten belange van de verdere bijvoegselen die tot de voorsz: Magistrature en Drosdije nodig zijn, best geacht het besluit op te schorten, ter tijd toe dat gem: Woeke die gelast zal worden zig ten Spoedigsten derwaards te begeeven van daar terug gekeert, en aangaande sijne bevinding, zo wel als van’t geene hem nodig zijn zal, verslag zal hebben gedaan, gelijk mede verstaan is, de dispositie tot het Reguleeren van Sijn bestaan, zoo lange gesurcheert te laten. Terwijl wijders, om de Colonie van de Drakensteinse en Swellendamse ,waar onder dezelve heeft gezorteerd, te Separieeren, de Limieten insgelijx nader zullende werden getermineerd, intusschen aan haar is toegevoegd de Naam van Graaff Rijnet.
Waarna geleezen is het Request door den ondercoopman en gewezen winkelier alhier Barend Hendrik van Rheede van Oudshoorn gepræsenteerd, behelzende versoek om nevens desselfs Huijsvrouw en Zoontje, met het aanweezend ingehuurd particulier Schip Dordrecht van hier te mogen repatrieeren en dat dewijl de geleegendheijd van ‘S Comp:s eijgene Scheepen nog manqueerd, en het nog zeer onzeeker is wanneer dezelve alhier voorkomen mogt, hetzelve retour met dien bodem moge werden geaccordeert behoudens Sijn qualiteit en gagie.
Waarbij den Heere Gouverneur aan de Vergaderinge geliefde te Communiceeren hoe gem: ondercoopman van Reede eenigen tijd voorleeden zig bij sijn Edele in’t particulier op het Sterkste beklaagd hebbende, over eene atroce Calumnie door den Capitain bij het alhier guarnisoen houdende Switschers Regiment de Meuron, Sergeant hem aangewreeven, en door welk middel dien Capitain ter herstelling Sijner finantiën, en om zig van’t hem gedrijgd arrest te bevrijden, zouden hebben getragt eene Somme gelds van hem Van Rheede te bekomen, sijn Edele de ongegrondheid dier beschuldiging vertrouwende zig gevleid had dat die zaak door eenig accomodement tot voorkominge van alle éclat en verkeerde Sugillatiën voor eene familie van dien Rang zoude zijn gemortificeert geworden; dan dat gem: ondercoopman van Reede door misverstand en een verkeert begrip van het geene sijn Edele aan hem had te verstaan gegeven, met de prosecutie dier zake hebbende getraineerd, ondertusschen dat denzelven in verwagting van eene finale afdoeninge daarvan, reets om Sijn ontslag uit desselfs Ampt versogt, Sijn Huijshouden opgebroken en zig volkomen gereed gemaakt had, om de rheize na het Vaderland aan te neemen, egter voor wijnige dagen zig nader bezwaard had gevonden, om met een klad en Calumnie als de Zodanige, die hem door voorm: Capitain Sergeant was aangewreeven, van hier te vertrekken daarbij aan sijn Edele overhandigende Een Request, met eenige bijlagen gemunieert, en van inhoude als volgd.
Aan den wel Edelen Gestrenge Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &:a &:a &:a.
‘Wel Edele Gestr: Heer!’
‘Barend Hendrik van Rheede van Oudshoorn, ondercoopman ten dienste der E Comp:ie en afgaande Winkelier matigd zig gantsch needrig de Vrijheid aan, UwelEdele Gestr: met de meeste Eerbied deezen annex aan te bieden, die volgende papieren als.’
‘Sub N:o 1. Een berigt en toedragt van de gantsche zaak en geval, tusschen den Capitijn van’t alhier guarnisoen houdend Regiment Zwitschers van Meuron Charles Louis Sergeant, en den ondergetekende’
‘Sub N:o 2. Een declaratoir gegeven door R: J: Van der Riet, adsistent in dienst der E: Comp:ie’
‘N:o 3. een ongeteekende Brief geschreven door gem: Capitain Sergeant, aan den ondergeteek: en die door hem voor de Syne word erkend, ingevolge bygevoegd acte van den gezw: Clercq te politicque Secretarije P: P: Diemel, Sub dato 8 December A:o C:t’
‘N:o 4. Een brief geschreeven aan den ondergeteek: door gem: Sergeant zonder Datum:’
‘N:o 5: Een Copia van’t antwoord op laatstgem: Missive door den ondergetek:’
‘N:o 6. Een brief van Capitain Sergeant aan den Adsistent R: J: v: d: Riet.’
‘N:o 7 Een Copia van’t antwoord van weegens evengem: van Riet op laatst geciteerde Missive’
‘N:o 8 Eene Insinuatie door den Geregts Bode Anthoni Jacob Jurgensen, uit Naam ende van weegens den ondergeteek: gedaan aan den Cap:n Sergeant, Sub dato 9 December a:o C:t’
‘N:o 9 het Antwoord van Cap:n Sergeant op de aan hem gedane Insinuatie, Sub dato als boven.’
‘Waaruit Uwe Wel Edele Gestr: des gelievende, zal kunnen ontwaren, hoe den Capitain in het Switsersche Regiment van Meuron alhier militeerende, C: L: Sergeant, van zig heeft kunnen verkrijgen, hem zaken en feiten ten Lasten te leggen, waarvan nooijt Schijn of Sweemzel, laat Staan de vuile daad zelve, in hem is opgekomen en hem daardoor op eene zeer verregaande wijze grotelijks in sijn goede Naam en faam te lasteren, en te kort te doen.’
‘Den ondergeteek: zal, om UwEd: Gestr: attentie niet onnodig te impertuneeren, in geen detail treeden over de drijf veederen welke gesz: Cap:n Sergeant tot eene zo onbesonne daad, zeekerlijk hebben gespoord, maar zig veel liever verstouten, dewijl hij met desselfs Familie op Sijn vertrek Staat na Europa , en ten dien einde vroegtijdig Syn ontslag uit desselfs Post van Uw Edele Gestr: en den Agtb: Raad alhier heeft g’obtineerd, UwEdele Gestr: met de meeste ootmoed t’imploreeren, dat het UwEdele Gestr: allergunstigst behagen mag geciteerde papieren te Stellen in handen ende zorge van zodanig eenen als Uw Edele Gestr na Hoogst desselfs verligt oordeel zal komen goed te vinden en oordeelen, ten eynde de daarbij vervatte beschuldigingen ten sterksten en ten regten genoeg doende, op de Spoedigste en kortste wijze te Examineeren, mitsg:s hem zodanige eclatante Satisfactie te procureeren, en goed regte te doen geworden, als het gewigt van zaken en sijn onschuld vorderen ten eijnde hij in sijn oogmerk om van hier te vertrekken, niet mag belet nog gefrusteerd werden.’
’/:onderstond:/’
‘’T welk doende &:a /:was getek:/ B: H: van Reede v: Oudshoorn’
’/: in margine:/’
‘gepræsenteerd Cabo de Goede Hoop den 10:en X:bre 1785’
Welke Stukken welgem: Heere Gouverneur aan deeze Vergadering in overweeging gaf, ten eijnde zodanig over deeze zaak te besluiten als g’ordeelt zoude werden te behoren.
En dewijl na resumptie van dezelve Stukken is komen te Consteeren, dat gem: Capitain Sergeant zig in der daad niet heeft ontzien zo wel meer ged: ondercoopman van Reede eene beschuldiging op den Hals te leggen, waaruit /:wanneer dezelve gegrond ofte na waarheijd was:/ eene Crimineele Actie tegens denzelven zoude kunnen weezen geboren als eene Jonge Dogter uit dezelfde Familie op de allerfletrissanste wijze t’injùrieeren, om welke laatste teegen de nadeelige Suppositiën die bij onvoorzigtige ofte kwaadspreekende lieden, zouden kunnen ontstaan, en Hare Eer, en goede Naam, zo wel als die der Familie op de beste mogelijkste wijze te Conserveeren, geoordeelt geworden is, dat alle éclat behoord te werden vermijd; en aan de andere kant om ook wanneer de beschuldiging mogt weezen ongegrond meergem: Van Reede daar door niet te doen gefrusteerd te zijn van de geleegendheijd die zig thans voor hem komt aan te bieden, om met Sijn Huijsgezin de bedoelde Rijze t’ondernemen; is na gehoudende deliberatie verstaan, dat alvorens nog op het eerstgem: Versoek van gem: ondercoopman van Reede te disponeeren, Copijen van’t voorsz: Request en dies bijlagen zullen werden gesteld in handen van den pro Interim Fiscaal ten einde mits het op handen Zijnde vertrek van het voorsz: Schip Dordrecht , op de Spoedigst doenlijke wijze te onderzoeken, of bij dezelve Stukken eenigen grond voorkomt, waaruit door het officie Fiscaal tegen gem: ondercoopman van Reede eenige Actie zoude kunnen werden geinstitueerd, zo dat in Zulken gevalle het aanweezen van desselfs perzoon alhier zoude werden vereischt en of deezen Rade uit dien hoofde zoude behoren te difficulteeren aan denzelven van Reede Sijn verzogt Vertrek te accordeeren.
Den Heere Gouverneur gaf laatstelijk meede te kennen, dat Sijn Edele de Politicque Secretarije alhier ontbloot hebbende gevonden van zodanige Militaire Caarten, aangaande dit bij d’E Comp:ie bezeeten werdend gedeelte van Africa terwijl ook zelfs de andere geformeerde Caarten, voor zo verre eenige Landsstreken en Baaijen bij sijn Edele reets bekend geworden en met dezelve geconfronteerd waren grotendeels zeer voorname Stukken ontbraken, Sijn Edele mitsdien al aanstonds hebbende doen Vervaardigen een Exacte Militaire Caart behelzende de Baaij-Fals en de van daar uitlopenden Hoek met de verder aanleggende Baaijen, de Tafel-baaij daar onder begreepen, dewelke Sijn Edele ter Vergadering geliefde te produceeren en betuijgde ten dienst der Secretarije te zullen doen strekken vermits om de voorsz: reedenen ook van de uitterste noodzakelijkheijd oordeelde dat de Caart van ‘t overig gedeelte dezes Lands en vooral van de zeekusten nader opgenomen, met het ontbreekende aangevult, en in eene compleete ordre gebragt wierd, ten dien eijnde nodig zoude zijn, dat van tijd tot tijd, deskundigen derwaards afgezonden wierden, het geen egter niet zonder kosten konde werden g’effectueerd.
Dat syn Edele als zodanige kosten tot hiertoe uit desselfs prive beurs betaald hebbende, aan deezen Rade proponeerde of niet zoude kunnen goedgevonden werden syn Edele te qualificeeren, om dezelve S Comp:s weegen, voor wien de zaak van grote aangeleegendheid was aan te wenden, betuigende zulx niet anders te zullen besteeden als met de meeste Spaarzaamheijd en daar dezelve nodig zijn zullen.
En daar den Raad de reeds geformeerde en ter Vergaderinge vertoonde Caart van den voorschreeven Hoek en omliggende Baaijen als een zeer interessant en accuraat Stuk erkende en ten vollen gepersuadeert was, van al het geene Welgem: Heere Gouverneur verder heeft gelieven te betuijgen, niet minder oordeelende het ten uitterste onredelijk te zullen zijn, van Sijn Edele te willen vergen, de kosten daaromtrend langer op zig zelfs te dragen; Is dierhalven verstaan, meergemelde Heere Gouverneur te qualificeeren, om zodanige kosten als verder noodwendig tot het Completeeren der Caarten van dit Land Zullen dienen te werden aangewend, uit S Compagnies Cassa te laaten voldoen.
Aldus Geresolveert ende Gearresteerd In’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet
C. 169, pp. 386-398.¶
Dingsdag den {17851220} 20 DeCemb: 1785
‘S voormiddags alle præsent behalven den Heer Collonel Robbert Jacob Gordon.
Is geleezen het door den pro Interim Fiscaal Gabriel Exter, ter voldoeninge aan het op den 13 dezer genomen besluit ingediend bericht, belangende het aan den zelven gedemandeerd onderzoek of ter zake van de door den bij het alhier guarnisoen houdende Zwitschers Regiment de Meuron beschijdenen Cap:n Sergeant, teegen den ondercoopman en geweezen Winkelier Barend Hendrik van Reede van Oudshoorn ingebragte beschuldiging, door het officier Fiscaal eenige Actie zoude kunnen werden geinstitueert; welk bericht was luijdende als volgt.
Aan den wel Ed: Gestr: en Ed Agtb: Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &:a &:a &:a en den Ed: Rade van Politie dezes Gouvernement
‘Wel Edele Gestr: en E: Agtb: Heer’
‘Wel Edele Agtb: Heeren!’
‘Het heeft UwE: Gestr: en E: Agtb gelieft te behagen, in handen van den ondergeteek: pro Interim Fiscaal te doen Stellen, Een Extract Resolutie genomen in Rade van Politie in’t Casteel de Goede Hoop op Dingsdag den 13 de December 1785 met copeijelijke communicatie van een Request van den ondercoopman Barend Hendrik van Reede van Oudshoorn, met dies bijlagen, ingevolge van welk zeer venerable Resolutie, den ondergeteek: word g’injungeerd weegens eene in gem: Stukken bevindenlijke en voorsz: van Oudshoorn van den onder het alhier guarnisoen houdend Regiment Meuron Sorteerende Cap:n militaire de Sergeant op den Hals gelegde Crimineele beschuldiging, op de Spoedigst doenlijke wijze t’onderzoeken of bij deezen Stukken eenigen grond voorkomt, waaruit door het officie Fiscaal tegens voorm: Van Reede van Oudshoorn eenige Actie zoude kunnen worden g’institueerd.’
‘Den ondergeteek: dan het voor Sijn indispensablen pligt hebbende gehouden, aan de zeer geëeerde Intentie en bevel van UwE Gestr: en E: Agtb: op de voorgemelde wijze te voldoen, heeft de gecommuniceerde Stukken met de zorgvuldigste attentie geexamineerd, en wel eene zodanige accusatie van den voorsz: Meuronse Officier daarin onthouden gevonden, dewelke zeekerlijk bij eenige waarschijnlijke gegrondheijd eene nadere en nauwkeurige Inquisitie en Criminele Actie zouden moeten baren, dog te Contrarie zo gebrekkelijk is, dat daar uit eenig fondament onmogelijk kan genomen worden’
‘Want geen Corpus delicti zijnde waarop het bij alle Crimineele onderzoekingen voornamentlijk aankomt, blijven geen andere Indiciën over de beschuldiging van meergem: Officier zelve dewelke zo onbepaald en onzeker is, dat den Conatus en Consumatio delicti daaruit niet kunnende beweezen worden, de voluntas of wille daartoe nog minder kan afgenomen werden; Strydende alle omstandigheeden voor’t teegendeel en kan het voorgeeven van den beschuldiger dat het hem door de Jonge Dogter zelve was beleid geworden (NB:dat Consideratis considerandis absolute hoogst onwaarschijnlijk is/ daarbij in geen aanmerking komen om dat indien ‘t was, ende Jonge Dogter het nog afsereerde, dog nog zoude te Vragen zijn of, en in hoe verre, een actie weegens gebrek van andere bewijzen zoude mogen geinstitueerd worden.’
‘Daartoe komende dat den accusateur met zeer onreedelijke doelwitten schijnt te zijn bezield geweest, dat d’ accusatie voor zig suspect en ongegrond maakt, en de D: D:s omtrend aanzienlijke Familiën derselven Eer en faam, alle voor zigt te commandeeren; Zo Vermeende den ondergeteekende /: onder hoogere verbeetering:/ R: O: op geenderlijk wijze eenige Actie teegens meermelde ondercoopman Van Reede van Oudshoorn te hebben, nog te kunnen institueeren.’
‘Waar meede de ondergeteekende vertrouwende aan het zeer geëerde besluit van Uwe Wel Edele Gestr en E: Agtb te hebben voldaan, d’ eere heeft dezen te laten dienen voor Eerbiedig berigt’
’/:was get:/ P: Exter.’
En waaruit is komen te blijken, dat de beschuldiging van gem: Capitain Sergeant zeer defectueus bevonden zijnde, geen waarschijnlijken grond uitleeverd, waardoor een nadere onderzoek zoude behoren te werden ondernomen, zo dat uit dien hoofde, en om de verdere bijgebragte reedenen gem: pro Interim Fiscaal komt te declareeren R: O: op geenerly wijze eenige Actie teegens voorm: ondercoopman Van Reede van Oudshoorn te hebben nog kunnen institueeren; waarbij den Heere Gouverneur verder geliefde te kennen te geeven dat vermits het van de Authoriteit eens Hoofds gebieders niet komt af te hangen, aan voorm: ondercoopman Van Reede van Oudshoorn de bij sijn Request g’imploreerde eclatante Satisfactie te doen erlangen Syn Edele ook dat gedeelte van Sijn versoek schoon aan Syn Edele alleen gerigt, tans ter dispositie van deezen Rade en overweegingen gaff.
Over het welk gedelibereerd en ingezien zijnde dat gelijk gem: Sergeant onder het voorm: Switschers Regiment Sorteerd, en aan hetzelve Regiment bij de Capitulatie hare eijgene Souveraine Justitie is gelaten tot welkers beoordeeling deeze zaak voor teegenwoordig zoude behoren te werden gebragt, mits dien ‘tzij voor dezelve ofte eenig ander Regtbank, die meergem: ondercoopman van Reede van Oudshoorn Sustineerd te kunnen volgen aan denzelven, om deze zaak betreffende de begeerde Satisfactie t’erlangen, den weg van Rechten open blijft, is dierhalven verstaan in dat gedeelte van Syn verzoek niet te kunnen treeden maar denzelven Sijne Actie gereserveert te laten ten eynde dezelve t’institueeren daar en zo als hij te rade werden zal.
Zijnde wijders goedgevonden aan voorm: ondercoopman Barend Hendrik van Reede van Oudshoorn op sijn Sessie van den 13:de dezer in Scriptis gedaan verzoek te accordeeren om nevens syn Huijsvrouw en Zoontje met het particulier Schip Dordrecht naar Europa te mogen vertrekken ende zulx om reedenen bij dat versoekschrift geallequeert behoudens zijn qualiteit en Gagie.
Zullende denzelven egter verpligt zijn omtrend het Transport en kost geld voor de Reize zig te gedragen na de Cherte parthije door d’E: Comp:ie met de Rheeders van dien Bodem aangegaan.
Waarna op voordragte van den Heere Gouverneur tot Substitut Landdrost van Graaffe Reijnet is aangesteld, den uit S Comp:s dienst geligt geweest zijnde Corporaal Adolph Jurriaanse, met verhoging van gage tot ƒ20 S Maands, onder sijn lopend verband.
Zijnde op het door den Heere Gouverneur verder voorgedragen mondeling verzoek van den Landdrost de voorsz: Colonie Maurits Herman Otto Woeke ten eijnde denzelven moge worden in staat gesteld om ten eerste Syne Reize naar de gem: Colonie te onderneemen, Verstaan den Landdrost beneevens Heemraden en Krijgs-Officieren van Stellenbosch en Drakenstein , te gelasten, en te qualificeeren om hem tot den aankoop van Twee Wagens, met de nodige trek-ossen en verder toebehoren uit de Colonies Cassa te adsisteeren ten eijnde desweegens weder restitutie t’erlangen van de voorsz: Colonie Graaffe Rijnet .
En dat dezelve mede in tijds ordre zullen hebben te stellen, dat de veld Commandanten en veldwagtmeesters dier Colonie tegens d’aankomst van voorsz: Landdrost Woeke zig præsent houden; dezelve daarbij informeerende van het geene met overleg en Communicatie van gemelde Landdrost Woeke zullen werden nodig geacht, dat tot vordering zijner Rheize door de voorschreeve Veld-Commandanten en Veld-Wagtmeesters werde toegebragt.
Gelijk ook den Land drost beneevens Heem- en Krijgs-raden van Swellendam zullen werden gelast diergelijke ordre en aanschrijving te doen aan de veld-Commandanten en Veld-Wagtmeesters, die nog onder dat District zijn sorteerende, op dat voorm: Landdrost Woeke ook bij dezelve de nodige adsistentie moge ontmoeten, tot Sijne te rug rijse door die Colonie na herwaards
Aldus Geresolveerd ende G’aarresteerd in’t Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
C. 169, pp. 399-413.¶
Vrijdag den {17851230} 30 DeC: 1785
S voormiddags alle præsent behalven den Heer Collonel Robbert Jacob Gordon
Wierd door fungeerende en aankomende Burgerraden in geschrifte te kennen gegeeven, hoe de gepræviligeerde Broodbakkers bij hun hadden g’insteerd dat zij Burgerraden van weegens dezelve aan deeze Regeering zouden voordragen, verzoek tendeerende, dat uit hoofde van de buitengewone duurte tot welke de Tarw thans geklommen is, aan hun gepriviligeerde Brood bakkers mogte werden gepermitteerd om het dubbeltjes ordinaire grofbrood, ter zwaarte van twee ponden, en het Twee Stuijvers witte brood, op een pond gewigts, te mogen bakken en verkopen mitsg: dat ook het fijn gebuideld Meel, bij hun teegen drie Stuijvers het pond mogt worden verkogt, gelijk meede nog, dat om de prijs van’t Coorn niet hoger te doen stijgen zo wel aan hun Bakkers als aan andere Ingezeetenen mogt werden verboden, de Granen agter het Casteel op te kopen, of tot dat eijnde in het Land rond te rijden. Terwijl zij Broodbakkers vermeenende hierdoor in staat te zullen zijn gesteld, de Tarw teegens veertig Rijxdaalders de Vragt, ofte de Thien mudden te kunnen inkopen, aanboden met elkanderen, ten overstaan van Burgerraden zig te verbinden tot een pænaliteit van Een Duijzend Rijxdaalders ten behoeve van ‘S Colonies ofte de burger Cassa te verbeuren, bij de geenen hunner die meer dan voorsz: prijs van Veertig Rijxdaalders voor een Vragt Tarw zoude komen te betalen.
En ten welken belange de voorm: Burgerraden als Sustineerende dat door de Schaarsheijd van het graan, en de daar door ontstane teegenswoordige duurte derselve, het zoude kunnen gebeuren, dat zommige der gemelde Broodbakkers in gebreeken bleeven aan de Conditiën van hunne priviligie te voldoen, ook verzogten dat om zulks te verhoeden de novo den uitvoer van Meel &:a verboden en in’t versoek der Bakkers gecondescendeert werden mogt, met dat onderscheid nogthans dat alleen het grof brood van Twee Stuijvers mogt werden bepaald op Twee en een halve ponden gewigts ieder.
Waar over geraad pleegt zijnde is aan d’eene zijde geconsidereert, dat wel voornamentlijk aan de handelwijze van zommige der voorsz: gepriviligeerde brood Bakkers moet werden toegeschreeven d’ Excessive duurte tot welke het graan zeedert eenige tijd geklommen is; als zynde niet onbekend hoe de zodanige zeer wijnig hebben geschroomd, om wanneer het met derselver particuliere Intrest over een kwam, schielijk een quantiteit Tarw aan de hand te hebben, tot het bekomen van dien aan de buiten-Lieden telkens al meer en meer te offereeren, als reeds geboden was of waarvoor dezelve dat graan aan anderen zouden hebben verkogt.
Dog is teevens aan de andere kant in opmerking genomen, dat in der daad het jongst te velde gestaan hebbend graan gewas, over het algemeen zo Slegt is komen te reusseeren, dat wanneer niet in tijds behoorlijke voorzorge gebruikt en gepaste maatreegulen genomen wierden, om zo veel mogelijk voor het algemeen belang te waken, het te dugten zoude zijn, dat daar door ligtelijk eenige ongeleegendheeden zoude kunnen ontstaan.
En nadien men geoordeelt heeft dat om de Graan bouwende Ingezeetenen niet t’ontzetten wanneer billyke belooninge en vergoedinge voor derselver arbeid en zware onkosten, zo wel als om haar te gemoed te komen, in’t groot nadeel dat dezelve zoude moeten lijden, indien verpligt wierden ongeagt het different eene zeer Schralen teegens eenen ordinairen of ruijmen graan Oogst, de Tarw teegens den gewonen prijs af te Staan, daartoe den voorsz: opgegevenen prijs van Veertig Rijxdaalders voor de Vragt Tarw, allezints met de billijkheid is over een komende
uit hoofde van welken prijs dan ook de gepriviligeerde Broodbakkers buiten staat zouden zijn, het Brood en Meel teegens den gewonen tax te bakken en verkopen schoon niet raadzaam is geacht in’t versoek der Bakkers te treeden, en het Twee Stuijvers groff brood als tot Spijzing der Smalle gemeente Strekkende op Twee ponden gewigts te Stellen maar meer Convenabel is bevonden, het versoek van Burgerraden, dat het gewigt van dat brood mogt werden bepaald op 2 1/2 lb; Terwijl men om daaromtrend de gem: Broodbakkers weeder te gemoed te komen geoordeelt heeft, het witte brood een quart pond minder in gewigt kunnen toestaan;
Is mitsdien goedgevonden onder deeze veranderingen, in het door burger Raden voorgedragen versoek, de meer gem: gepriviligeerde Broodbakkers te bewilligen.
Zullende dierhalven werden geinterdiceert dat niemand, ‘t zij bakkers ofte anderen, zig zullen mogen verworderen, aan de hier passeerende Scheepelingen ‘tzij van ‘S Comp:s ofte vreemde Naties Scheepen direct ofte indirect te verkopen, verruilen ofte af te Scheepen eenige de minste quantiteit Tarw, rog of Garst, gebuideld ofte ongebuideld Meel nogte biscuit op poene dat de geenen die hier teegen komt aan te gaan, boven en behalven de Confiscatie van het verhandelde Graan, Meel of biscuit ten voordeele der E Comp:ie telkens vervallen zullen weezen in een boete van Een Duijzend guldens á Usu te verdeelen.
Dat wijders ook het Meel en biscuit het welk de Scheepelingen volstrekt tot Consumptie op de Reijze komen te benodigen, als mede eene zodanige matige quantiteit Garst als op de Scheepen tot voeder voor het van hier vervoerd werdend groff vee, Schapen ofte pluim gedierten vereischt werden zal, op dezelve poene niet anders zal mogen werden afgescheept als na dat hier toe vooraf van den Edelen Heer Gouverneur Speciaal Consent verkreegen en door sijn Edele deswegens eene licentie briefje verleend zal zijn
Waarbij insgelijx aan een iegelijk, ‘t zij gepriviligeerde Broodbakkers ofte andere wel ernstig zal werden verboden ‘tzij bij hun zelfs ofte door iemand anders van hunnen t weegen agter ‘t Casteel ofte over de Zoute Rivier eenige inhandeling ofte opkoping van het Graan te doen, ofte daartoe in’t land rond te rijden nog te ook voor de Tarw op welke wijze zulks ook zoude mogen zijn, eenen hogeren prijs te betalen ofte iets meerder te bedingen als Veertig rijxdaalders per Vragt, ofte Thien mudden, ende zulks alles al mede op eene boete van ƒ1000, telkens bij de Contraventeurs ter verdeeling als boven te verbeuren.
Gelijk meede aan’t Publicq de vereischte kennisse zal werden gegeven van den voorengem: tot weder opzeggens toe, aan de voorm: gepriviligeerde Broodbakkers gepermitteerden tax op het brood en Meel te weten van 2 1/2 lb gewigts op het dubbeltjes groff brood, 3/4 lb zwaarte van het Twee Stuijvers witte brood, en van drie Stuijvers voor een lb Meel.
Zynde voorts verstaan meerm: Burgerraden, onder afgave van Extract deezes te qualificeeren, om ten haren overstaan door de gem: Broodbakkers onder de voorgeslagene verbeurte van Een Duijzend Ryxdaalders ten behoeve van ‘S Colonies ofte de Burger Cassa, te doen passeeren, de voorsz: door de Bakkers aangebodene verbintenisse omtrend den te betalene prijs van veertig Ryxd:s voor de Vragt Tarw, mits dezelve Broodbakkers tevens aanneemen en beloven op geene indirecte wijze, ‘tzij door hun zelfs ofte door anderen, in Commissie meerder als de gesz: Somma voor de Vragt Tarw te zullen betalen en bereid zijn ten allen tijde en van wien hunner men nodig achten en goed vinden zal zulks te vorderen onder Solemneelen Eede op te geeven en te verklaren, van wien en voor welken prijs door hun zelfs ofte door anderen van hunnent weegen direct ofte indirect, zeedert de voorsz: verbintenisse, eenige Tarw, gekogt ofte ingehandeld geworden is.
En werd den pro Interim fiscaal gelast, ten opzigte van de geenen der Broodbakkers, die in’t vermoeden vallen mogten van aan deze hunne verbintenisse niet volkomen te beantwoorden, ‘tzij bij eijgenen præsumptie ofte bij die van een der Burgerraden, uit kragte der voorsz: door dezelve Broodbakkers te passeerene verbintenisse, te ageeren, en teegens de Schuldige ofte nalatige voor den Raad van Justitie bij parate Executie te procedeeren tot betalinge der voorsz: boete van Een Duijzend Ryxdaalders, ten profijte van de Cassa der Colonie, ofte Burgerije alhier.
Vermits verders gemerkt den bovengem: zeer zoberen uitslag van’t graan gewas, van d’uitterste aangeleegendheid is geoordeelt, dat men in’t zeekere weete de quantiteit Tarw, die de Graan bouwende Ingezeetenen, na aftrek van het geene zij voor haare zelve tot brood en Zaad nodig hebben, aan d’ E Comp:ie zullen kunnen leeveren, ten eynde met gerustheid zoude mogen werden gecalculeert, of na aftrek van’t geene, zo tot S Comp: omslag alhier, als ter Consumptie der Ingezeetenen werd vereischt, nog iets ter verzending naar Batavia en ook voor Ceilon zoude kunnen overblijven, Zo is verstaan bij Publicatie de koorn bouwende Ingezeetenen te waarschouwen ten Spoedigsten en wel uitterlijk voor’t laatste der aanstaande Maand Januarij ten Negotie Comptoire te komen opgeeven, de quantiteit van’t koorn, dat zij zullen kunnen leeveren. Terwijl om die Landlieden ter Consideratie van’t nadeel dat dezelve door den gem: Slegten Oogst komen te leiden, te gemoed te komen, in verwagting dat een ieder van hun in de voorsz: opgave ten goeder trouwe, en zonder eenige agterhoudendheid te werk zal gaan, goedgevonden is, aan dezelve voor’t koorn dat door haar van nu tot aan eene volgenden Graan Oogst aan d’ E: Comp:ie zal werden geleevert, te doen betalen de Somma van Een Hondert en Twintig Caabsche guldens in Steede van d’ ordinaire prijs van Tagtig Guldens voor de Vragt ofte Thien Mudden.
Aldus Geresolveerd ende Gearresteerd Int Casteel de Goede Hoop ten daage en Jaare Voorsz:
[Signed:] C: J: van de Graaff
[Signed:] P Hacker
[Signed:] A: V: Schoor
[Signed:] J: J: Le Suëur
[Signed:] O: G: de Wet